• zo. sep 6th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Een percentage op papier wordt pas voelbaar wanneer het van de rekening gaat. De Nederlandse woninghuren lagen in juli gemiddeld 4,4 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Bij een maandhuur van €1.000 betekent een stijging van 4,4 procent een extra bedrag van €44 per maand. Over een heel jaar is dat €528.

Dat is een rekenvoorbeeld. Niet iedere huurder kreeg dezelfde verhoging en het CBS-gemiddelde is geen toestemming voor verhuurders om een willekeurig contract met dat percentage te verhogen. Juist dat onderscheid verdient aandacht.

De stijging is lager, de huur nog steeds hoger

Het CBS publiceerde de nieuwe huurcijfers op 4 september. De gemiddelde stijging van 4,4 procent is kleiner dan die van de twee voorgaande jaren.

Voor de huurder betekent een lagere stijging echter niet dat de huur daalt. De nieuwe verhoging komt bovenop eerdere verhogingen.

Sociale huren lagen gemiddeld 4,3 procent hoger. Bij vrijesectorwoningen bedroeg de gemeten stijging gemiddeld 4,5 procent. De cijfers beschrijven wat er in de woningvoorraad is gebeurd, inclusief veranderingen wanneer een woning een nieuwe bewoner kreeg.

Bij bestaande contracten kwam het gemiddelde lager uit

Laat je bewonerswisselingen buiten beschouwing, dan komt de gemiddelde stijging volgens het CBS uit op 3,8 procent.

Dat verschil verklaart waarom landelijke cijfers en de eigen huurbrief niet precies overeen hoeven te komen. Een nieuwe huurder kan met een andere huurprijs te maken krijgen dan de vorige bewoner.

Bij €1.000 maandhuur betekent 3,8 procent een verhoging van €38. Dat is €456 per jaar. Ook dit is uitsluitend een berekening om het percentage naar een herkenbaar bedrag te vertalen.

Voor de beoordeling van een concrete verhoging moet de eigen situatie worden bekeken: welk contract geldt, in welke sector valt de woning en hoe is de verhoging aangekondigd?

Het gemiddelde is geen wettelijke bovengrens

In de sociale sector geldt vanaf 1 juli in de standaardsituatie maximaal 4,1 procent. Er bestaan bijzondere regels, onder meer voor lage huren en inkomensafhankelijke verhogingen.

Het feit dat de gemeten gemiddelde stijging hoger kan zijn dan een standaardmaximum betekent daarom niet direct dat het CBS onrechtmatige verhogingen heeft gevonden. De statistiek omvat meer situaties dan één bestaande huurovereenkomst.

Andersom bewijst een verhoging onder het landelijke gemiddelde niet dat de eigen verhuurder alles goed heeft gedaan.

Vergelijk de kale huur

Pak voor een controle de oude en de nieuwe specificatie erbij. Gebruik de kale huur en kijk afzonderlijk naar servicekosten en eventuele voorschotten.

Stel dat de kale huur stijgt van €900 naar €936. De verhoging is dan €36, oftewel 4 procent. Wordt tegelijkertijd een voorschot aangepast, dan kan het totale maandbedrag harder stijgen dan de huur alleen.

Dat onderscheid voorkomt verwarring. Een wijziging in het voorschot voor gezamenlijke voorzieningen is iets anders dan een verhoging van de kale huur.

Vraag om een uitsplitsing wanneer de verhuurder alleen een nieuw totaalbedrag noemt. Zonder die onderverdeling is lastig te controleren wat precies verandert.

Bij sociale huur kunnen inkomen en huurhoogte meetellen

De Huurcommissie beschrijft de uitzonderingen bij sociale huurverhogingen. Voor een lage kale huur kan bijvoorbeeld een vast bedrag gelden. Bij hogere inkomens bestaan andere mogelijkheden.

Daarom is alleen een percentage uitrekenen niet voldoende. Controleer ook welke grond de verhuurder voor de verhoging gebruikt en of de bijbehorende voorwaarden op het huishouden van toepassing zijn.

Wie twijfelt, kan de huurbrief laten beoordelen. Bewaar de oorspronkelijke brief en de datum waarop die is ontvangen. Die stukken zijn belangrijker dan een losse vergelijking met het landelijke gemiddelde.

De jaarlijkse rekening telt op

Een verhoging van enkele tientjes verdwijnt gemakkelijk tussen andere afschrijvingen. Op jaarbasis gaat het echter om honderden euro’s.

Maak daarom bij een nieuwe huur niet alleen een maandvergelijking, maar ook een jaarvergelijking. Zo wordt zichtbaar hoeveel ruimte voor andere uitgaven verdwijnt.

De nieuwe CBS-cijfers laten zien dat huren opnieuw duurder is geworden. Voor de individuele huurder volgt daarna een tweede vraag: klopt de verhoging op mijn eigen contract? Het antwoord daarop staat in de huurvoorwaarden en de toepasselijke regels, niet in het gemiddelde van heel Nederland.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/huurprijzen-44-procent-528-euro-per-jaar

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een percentage op papier wordt pas voelbaar wanneer het van de rekening gaat. De Nederlandse woninghuren lagen in juli gemiddeld 4,4 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Bij een maandhuur van €1.000 betekent een stijging van 4,4 procent een extra bedrag van €44 per maand. Over een heel jaar is dat €528.

Dat is een rekenvoorbeeld. Niet iedere huurder kreeg dezelfde verhoging en het CBS-gemiddelde is geen toestemming voor verhuurders om een willekeurig contract met dat percentage te verhogen. Juist dat onderscheid verdient aandacht.

De stijging is lager, de huur nog steeds hoger

Het CBS publiceerde de nieuwe huurcijfers op 4 september. De gemiddelde stijging van 4,4 procent is kleiner dan die van de twee voorgaande jaren.

Voor de huurder betekent een lagere stijging echter niet dat de huur daalt. De nieuwe verhoging komt bovenop eerdere verhogingen.

Sociale huren lagen gemiddeld 4,3 procent hoger. Bij vrijesectorwoningen bedroeg de gemeten stijging gemiddeld 4,5 procent. De cijfers beschrijven wat er in de woningvoorraad is gebeurd, inclusief veranderingen wanneer een woning een nieuwe bewoner kreeg.

Bij bestaande contracten kwam het gemiddelde lager uit

Laat je bewonerswisselingen buiten beschouwing, dan komt de gemiddelde stijging volgens het CBS uit op 3,8 procent.

Dat verschil verklaart waarom landelijke cijfers en de eigen huurbrief niet precies overeen hoeven te komen. Een nieuwe huurder kan met een andere huurprijs te maken krijgen dan de vorige bewoner.

Bij €1.000 maandhuur betekent 3,8 procent een verhoging van €38. Dat is €456 per jaar. Ook dit is uitsluitend een berekening om het percentage naar een herkenbaar bedrag te vertalen.

Voor de beoordeling van een concrete verhoging moet de eigen situatie worden bekeken: welk contract geldt, in welke sector valt de woning en hoe is de verhoging aangekondigd?

Het gemiddelde is geen wettelijke bovengrens

In de sociale sector geldt vanaf 1 juli in de standaardsituatie maximaal 4,1 procent. Er bestaan bijzondere regels, onder meer voor lage huren en inkomensafhankelijke verhogingen.

Het feit dat de gemeten gemiddelde stijging hoger kan zijn dan een standaardmaximum betekent daarom niet direct dat het CBS onrechtmatige verhogingen heeft gevonden. De statistiek omvat meer situaties dan één bestaande huurovereenkomst.

Andersom bewijst een verhoging onder het landelijke gemiddelde niet dat de eigen verhuurder alles goed heeft gedaan.

Vergelijk de kale huur

Pak voor een controle de oude en de nieuwe specificatie erbij. Gebruik de kale huur en kijk afzonderlijk naar servicekosten en eventuele voorschotten.

Stel dat de kale huur stijgt van €900 naar €936. De verhoging is dan €36, oftewel 4 procent. Wordt tegelijkertijd een voorschot aangepast, dan kan het totale maandbedrag harder stijgen dan de huur alleen.

Dat onderscheid voorkomt verwarring. Een wijziging in het voorschot voor gezamenlijke voorzieningen is iets anders dan een verhoging van de kale huur.

Vraag om een uitsplitsing wanneer de verhuurder alleen een nieuw totaalbedrag noemt. Zonder die onderverdeling is lastig te controleren wat precies verandert.

Bij sociale huur kunnen inkomen en huurhoogte meetellen

De Huurcommissie beschrijft de uitzonderingen bij sociale huurverhogingen. Voor een lage kale huur kan bijvoorbeeld een vast bedrag gelden. Bij hogere inkomens bestaan andere mogelijkheden.

Daarom is alleen een percentage uitrekenen niet voldoende. Controleer ook welke grond de verhuurder voor de verhoging gebruikt en of de bijbehorende voorwaarden op het huishouden van toepassing zijn.

Wie twijfelt, kan de huurbrief laten beoordelen. Bewaar de oorspronkelijke brief en de datum waarop die is ontvangen. Die stukken zijn belangrijker dan een losse vergelijking met het landelijke gemiddelde.

De jaarlijkse rekening telt op

Een verhoging van enkele tientjes verdwijnt gemakkelijk tussen andere afschrijvingen. Op jaarbasis gaat het echter om honderden euro’s.

Maak daarom bij een nieuwe huur niet alleen een maandvergelijking, maar ook een jaarvergelijking. Zo wordt zichtbaar hoeveel ruimte voor andere uitgaven verdwijnt.

De nieuwe CBS-cijfers laten zien dat huren opnieuw duurder is geworden. Voor de individuele huurder volgt daarna een tweede vraag: klopt de verhoging op mijn eigen contract? Het antwoord daarop staat in de huurvoorwaarden en de toepasselijke regels, niet in het gemiddelde van heel Nederland.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/huurprijzen-44-procent-528-euro-per-jaar

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *