
Bij een windturbine van 250 meter betekent 2H in Nederland 500 meter afstand tot woningen;
in Denemarken geldt 4H, oftewel 1.000 meter.
Tienduizenden slapeloze volwassenen
Uit het landelijke RIVM-onderzoek over 2023 blijkt dat 0,4 procent van de bevolking van zestien jaar en ouder ernstige slaapverstoring aan windturbines toeschrijft. Toegepast op circa 14,8 miljoen volwassenen gaat het om ongeveer 59.000 mensen. Het percentage is viermaal zo hoog als het gemiddelde over 2019-2022.
Ingenieur Leo van der Stelt komt door hetzelfde percentage ook op kinderen toe te passen uit op ruim 70.000 mogelijk ernstig slaapverstoorden. Kinderen zijn echter niet ondervraagd, zodat dit hogere cijfer een extrapolatie is. Maar ook de landelijke raming van circa 60.000 volwassenen die ernstige slaapverstoring aan windturbines toeschrijven, is al alarmerend genoeg.
Hoeveel mensen er onder de nieuwe normen bij kunnen komen, weet het kabinet niet. De Commissie mer constateerde dat de gevolgen voor de totale Nederlandse bevolking niet in beeld zijn gebracht en adviseerde het milieueffectrapport eerst aan te vullen. Het ministerie besloot het aangevulde rapport niet opnieuw te laten toetsen. De overheid kent de mogelijke rekening dus niet, maar bepaalt wel alvast wie haar moet dragen.
De baten voor overheid en ontwikkelaars, de lasten voor omwonenden
De verdeling is stuitend scheef. De overheid boekt voortgang richting haar eigen energiedoelen. Projectontwikkelaars krijgen vergunningen, langjarige inkomsten en vaak publiek ondersteunde financiële zekerheid. De burger betaalt mee via belastingen, subsidies, netkosten en de energierekening. Wie naast de turbines woont, kan daarbovenop te maken krijgen met geluid, gebroken nachten, aantasting van het landschap en waardeverlies van zijn woning. De baten zijn georganiseerd; de nadelen worden geïndividualiseerd.
In een interview op Clintel.nl vertelt Annita Verkennis dat zij op ongeveer 900 meter van windpark De Kookepan woont en sinds de turbines draaien iedere twee tot drie uur wakker wordt. Wanneer ze stilstaan, merkt zij het verschil onmiddellijk. Zulke ervaringen zijn geen epidemiologisch bewijs, maar ze wegfilteren omdat een jaargemiddelde berekening klopt, is precies hoe een papieren werkelijkheid de burger kan vermalen.
Een omgekeerd voorzorgsbeginsel
Nieuw peer-reviewed onderzoek van Ken Mattsson en collega’s meldt bovendien dat moderne, grote turbines aanzienlijk hogere infrasone niveaus genereren dan oudere literatuur over kleinere turbines rapporteerde. De studie stelt geen medisch veilige afstand vast, maar onderstreept wel dat de kennis niet is afgerond.
Het kabinet keert daarom het voorzorgsbeginsel om: eerst een minimale norm kiezen die vergunningverlening mogelijk houdt, vervolgens turbines bouwen en pas daarna verder onderzoeken wat moderne turbines met hun omgeving doen. Zodra vergunningen, subsidies, financiering en contracten vastliggen, wordt stilzetten of afbreken financieel en politiek vrijwel ondenkbaar. Vervolgens moeten omwonenden zelf aantonen dat hun klachten door de turbines worden veroorzaakt, terwijl exploitanten naar hun berekeningen kunnen wijzen.
Nog meer van wat niet werkt
Er is nog een vraag die het kabinet ontwijkt: waarom zouden we überhaupt meer windturbines op land bouwen? Energie-expert Maarten van Andel benadrukt dat energiebeleid moet draaien om een betrouwbare, betaalbare en efficiënte energievoorziening. Meer productiecapaciteit is nog geen werkende transitie. Nieuwe bronnen komen naast bestaande bronnen te staan: energie-additie.
Van Andel schreef onlangs op LinkedIn dat wind- en zonneparken steeds vaker moeten worden afgeschakeld vanwege stroomoverschotten en netcongestie, terwijl onze energievoorziening volgens hem nog altijd voor ruim 80 procent afhankelijk is van het verbranden van biomassa en fossiele brandstoffen. Toch is de politieke reactie opnieuw: versnellen en meer miljarden uitgeven.
Dat is de klimaatfuik in een notendop. Als beleid onvoldoende resultaat oplevert, wordt niet de aanpak heroverwogen. De tegenvaller geldt als bewijs dat er te weinig beleid is gevoerd. Netcongestie vraagt dan om meer netinvesteringen, negatieve prijzen om meer opslag en falende doelen om nog meer wind en zon. Het beleid kan niet mislukken, omdat iedere mislukking wordt vertaald in een reden om het te intensiveren.
Waarom geen kernenergie én Nederlands gas?
Bij harde wind produceren veel turbines tegelijkertijd. Zonder voldoende opslag, netcapaciteit en flexibele vraag vergroot iedere volgende turbine het overschot op uren waarop er al veel windstroom is. Bij windstilte leveren honderd turbines echter net zo weinig als tien. Gascentrales, import of andere betrouwbare bronnen blijven dus nodig om vraag en aanbod op ieder moment in evenwicht te houden.
Kernenergie kent die fundamentele weersafhankelijkheid niet. Een kerncentrale kan dag en nacht, zomer en winter leveren en produceert op een relatief klein oppervlak gedurende zestig jaar of langer grote hoeveelheden betrouwbare elektriciteit. Maar nieuwe centrales vergen grote investeringen, politieke daadkracht en jaren van voorbereiding en bouw. Wie nu voor kernenergie kiest, heeft daarom ook een geloofwaardige brug nodig tot de eerste centrales stroom leveren.
Die brug ligt voor een belangrijk deel onder onze eigen voeten en onder de Noordzee. Nederland beschikt, naast het gesloten Groningenveld, nog over aardgas in kleinere velden op land en op zee. Dat gas kan regelbare centrales voeden die snel op- en afschakelen wanneer wind en zon wegvallen of juist te veel produceren. Verantwoorde winning uit eigen velden vermindert bovendien de afhankelijkheid van geïmporteerd LNG. Ook naast kernenergie blijft zulke regelbare capaciteit nodig voor pieken, storingen en onderhoud. Het CBS bevestigt dat de resterende Nederlandse fossiele reserves vooral uit aardgas bestaan, al is een groot deel sinds de sluiting van Groningen beleidsmatig niet meer winbaar.
Voor een dichtbevolkt land ligt daarom een andere koers voor de hand: stop met steeds grotere turbines tussen woningen te persen, bouw kerncentrales en benut in de tussentijd verantwoord het eigen aardgas voor een betrouwbaar elektriciteitsnet. De vraag is niet hoeveel windturbines Nederland nog ergens kwijt kan, maar welke combinatie op ieder moment betaalbare en betrouwbare energie levert met zo min mogelijk beslag op ruimte en omwonenden.
Ditmaal kan niemand zeggen dat het niet was voorzien
De 2H-norm beschermt niet in de eerste plaats de burger. Zij beschermt de voortgang van een politiek project. Hoeveel ernstig gehinderden of slaapverstoorden erbij kunnen komen, is niet berekend. Wel staat vast dat een ruimere afstand minder turbines mogelijk zou maken – en daarom kiest het kabinet voor de minimale variant.
Eerst bouwen en daarna bekijken of de klachten terecht waren, is geen voorzorg. Het is het organiseren van toekomstige ontkenning. De baten gaan naar overheid en ontwikkelaars; kosten, risico’s en bewijslast naar burgers. Precies zo ontstaan de affaires waarvan de politiek achteraf beweert dat niemand ze had kunnen voorzien. Ditmaal kan dat excuus niet worden gebruikt. Het Windmolendrama waarschuwde twee jaar geleden al.
Source: https://clintel.nl/nieuwe-windturbinenormen-gezondheidsrisicos/
.
