• ma. aug 17th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Huurders die vanaf 1 januari 2027 een nieuw huurcontract afsluiten, krijgen te maken met duidelijkere regels voor servicekosten. Verhuurders mogen bij die contracten alleen nog kosten doorberekenen die onder acht wettelijk vastgelegde categorieën vallen.

Daarmee moet een einde komen aan onduidelijke rekeningen waarop huurders soms posten aantreffen die nauwelijks iets met normale servicekosten te maken hebben. Volgens de overheid werden bijvoorbeeld kosten voor fitnessfaciliteiten en bioscopen als servicekosten gepresenteerd, terwijl zulke voorzieningen daar niet zonder meer onder horen.

De Wet modernisering servicekosten zou aanvankelijk op 1 juli 2026 ingaan. Die datum is later verschoven naar 1 januari 2027. Volgens de Rijksoverheid is voor de nieuwe datum gekozen om verhuurders meer tijd voor de invoering te geven en te voorkomen dat het systeem halverwege een boekjaar verandert.

Dat onderscheid is belangrijk. De strengere regels gelden niet sinds afgelopen juli en ze zijn vanaf januari ook niet automatisch op ieder bestaand huurcontract van toepassing.

Alleen diensten op de wettelijke lijst

Onder de nieuwe wet mogen verhuurders bij nieuwe contracten alleen zaken en diensten doorberekenen die in het Besluit servicekosten zijn opgenomen. In de aanvullende regeling staat hoe die kosten moeten worden berekend en over verschillende huurders mogen worden verdeeld.

Het uitgangspunt blijft dat een verhuurder geen winstmachine van de servicekosten mag maken. De vergoeding moet redelijk zijn en verband houden met daadwerkelijk geleverde diensten of gemaakte kosten.

Een verhuurder mag bijvoorbeeld niet simpelweg een willekeurig maandelijks bedrag bedenken omdat een voorziening in het gebouw aanwezig is. De berekening moet te onderbouwen zijn. Dat is vooral relevant in appartementencomplexen, studentenhuisvesting en gebouwen waar bewoners gezamenlijk betalen voor schoonmaak, verlichting, verwarming of andere voorzieningen.

De officiële uitleg van Volkshuisvesting Nederland benadrukt dat de lijst uitputtend wordt. Staat een dienst niet op de lijst, dan mag die bij een nieuw contract niet alsnog onder een creatieve naam als servicekosten worden opgevoerd.

Bestaande contracten vallen niet automatisch onder het nieuwe systeem

Wie zijn huurcontract vóór 1 januari 2027 heeft ondertekend, blijft in beginsel onder de bestaande regels vallen. Dat betekent niet dat een verhuurder bij zo’n ouder contract zomaar iedere kostenpost mag rekenen. Ook nu moeten kosten daadwerkelijk als servicekosten kwalificeren en moet de verhuurder een jaarlijkse afrekening kunnen onderbouwen.

Verhuurder en huurder kunnen wel gezamenlijk afspreken om de nieuwe regels vanaf 2027 ook op een bestaand contract toe te passen. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn in een wooncomplex waarin nieuwe en bestaande huurders anders met verschillende administratieve systemen te maken krijgen.

Een verhuurder kan die overstap niet stilletjes eenzijdig doorvoeren. Er moet een afspraak met de huurder worden gemaakt, bijvoorbeeld door een aanvulling op de bestaande huurovereenkomst.

Huurders doen er daarom goed aan niet zonder meer een nieuwe bijlage te ondertekenen. Lees eerst wat er precies verandert, welke kosten worden opgenomen en of de nieuwe berekening voordeliger of juist ongunstiger uitpakt.

Huurcommissie kan rekening op laag bedrag of zelfs €0 zetten

De wet versterkt ook de positie van huurders die hun servicekosten door de Huurcommissie willen laten toetsen. Vanaf 1 januari 2027 kan de commissie voor nieuwe contracten alle posten uit het maandelijkse voorschot beoordelen.

Nog opvallender is wat er kan gebeuren als de verhuurder geen correcte jaarafrekening verstrekt. De Huurcommissie hoeft de administratie dan niet langer namens de verhuurder te reconstrueren. De kosten kunnen op basis van wettelijke normbedragen laag worden vastgesteld. In bepaalde gevallen kan een post zelfs uitkomen op €0.

Dat geeft verhuurders een duidelijke prikkel om facturen, verdeelsleutels en afrekeningen op orde te hebben. Een onvolledige stapel documenten kan vanaf 2027 dus rechtstreeks financiële gevolgen hebben.

Ook gezamenlijk procederen wordt eenvoudiger. Nu vormt de omvang van een wooncomplex of het aantal deelnemende huurders nog een mogelijke drempel. Onder het nieuwe stelsel vervalt onder meer de eis dat minstens de helft van de huurders moet meedoen. Ook een kleinere groep bewoners kan dan gezamenlijk om toetsing vragen.

Ook nu al bezwaar mogelijk

Huurders hoeven niet tot januari te wachten wanneer er iets mis lijkt met de huidige afrekening. Verhuurders moeten ieder jaar vóór 1 juli een overzicht verstrekken van de servicekosten over het voorgaande kalenderjaar.

Wie geen afrekening over 2025 heeft ontvangen of denkt dat deze niet klopt, kan de verhuurder schriftelijk om een correcte afrekening en de onderliggende stukken vragen. Volgens de Huurcommissie heeft de verhuurder vervolgens drie weken om de gevraagde correcte afrekening aan te leveren voordat een zaak kan worden gestart.

Controleer daarbij het verschil tussen de kale huur en het voorschot voor servicekosten. Kijk ook of het betaalde voorschot aansluit bij de werkelijke jaarafrekening en vraag om facturen wanneer een bedrag opvallend hoog uitvalt.

De nieuwe wet maakt het systeem vanaf 2027 overzichtelijker. Maar ook onder de huidige regels geldt al dat “servicekosten” geen vrijbrief zijn om huurders met onverklaarde rekeningen op te zadelen.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/nieuwe-regels-servicekosten-huurders-1-januari-2027

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *