• di. jul 28th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Links staan de vier emissiescenario’s (waaronder RCP8.5) die in 2011 gepubliceerd zijn en die gebruikt zijn voor het vijfde IPCC-rapport dat in 2013 verscheen. De scenario’s beschrijven hoe de wereld zich socio-economisch kan gaan ontwikkelen: bevolkingsgroei, economische groei en technologie. Al die zaken zullen bepalen welke energiebronnen we komende eeuw vooral gaan gebruiken en dus hoeveel CO2-uitstoot er kan gaan plaatsvinden. Bij RCP8.5 explodeert de CO2-uitstoot in de komende eeuw. Stop je RCP8.5 in een klimaatmodel dan krijg je uiteraard veel opwarming (en een snelle stijging van de zeespiegel). De door klimaatmodellen gesimuleerde opwarming bij de verschillende scenario’s zie je rechts, een grafiek die uit het vijfde IPCC-rapport komt. In het zesde IPCC-rapport zijn de vier RCP-scenario’s vervangen door vijf SSP-scenario’s, maar het hoogste scenario van die vijf (SSP5-8.5) is identiek aan RCP8.5. RCP8.5 en diens opvolger zijn dus twee achtereenvolgende IPCC-rapporten gebruikt.

Het hoge woord

Met die basis gaan we kijken naar de eerste twee Kamervragen en de antwoorden:

    1. Kunt u bevestigen dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden? [i] [ii] [iii]?

Antwoord
Ja en nee. Het is in de laatste 10 jaar steeds duidelijker geworden dat het emissiescenario RCP8.5/SSP5-8.5 steeds onwaarschijnlijker is geworden maar het kan nog wel gebruikt worden, zie het antwoord op vraag 2.

    1. Waarom heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en in het verlengde daarvan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dit advies al die jaren in de wind geslagen?

Antwoord
Emissiescenario’s zijn geen klimaatscenario’s. In de KNMI’23 klimaatscenario’s is gebruik gemaakt van het hoge emissiescenario SSP5-8.5 om een hoog klimaatscenario af te leiden als worst-case scenario voor de effecten van klimaatverandering. Dit hoge klimaatscenario is ook mogelijk bij lagere emissies als het klimaat gevoeliger blijkt te reageren op een toename in broeikasgassen dan gedacht en/of als terugkoppelingen in de koolstofcyclus de CO2 concentratie sneller doet toenemen dan gedacht.

Het hoge woord is er meteen uit. Wat betreft het KNMI kan RCP8.5 (in Nederland het Hoge scenario van het KNMI) “nog wel gebruikt worden”. De reden, aldus het KNMI, is dat “dit hoge klimaatscenario ook mogelijk is bij lagere emissies”.

Om te begrijpen wat hier gebeurt kijken we opnieuw naar de twee figuren hierboven. Volgens het IPCC is het bovenste emissiescenario (de bovenste lijn in de linker figuur) niet langer plausibel. Daaruit volgt logischerwijs dat ook het bovenste klimaatscenario (de bovenste lijn in de rechterfiguur) niet langer plausibel is. Maar dat vindt het KNMI dus niet! Die zeggen: het klimaat kan, ook als de emissies lager zijn (een lagere lijn links), nog steeds het bovenste lijntje rechts blijven volgen (dat volgens het KNMI leidt tot 4,9 graden wereldwijde opwarming in 2100). Bijvoorbeeld als het klimaat gevoeliger blijkt te zijn voor broeikasgassen of als de CO2-concentratie sneller toeneemt dan gedacht.

Krankzinnig

Dit is in twee opzichten een krankzinnig antwoord en ik zal uitleggen waarom. Door RCP8.5 te gebruiken als emissiescenario voedt het KNMI haar klimaatmodel met een enorme (niet meer plausibel geachte toename van CO2-emissies). Daarmee komt het uit op hoge temperatuurstijging en zeespiegelstijging in Nederland in 2100 (4 graden extra erbij en 82 cm zeespiegelstijging). Een lager emissiescenario gebruiken zou uiteraard moeten leiden tot minder opwarming en minder zeespiegelstijging. Het KNMI zegt nu: we kunnen wel mogelijke klimaateffecten en terugkoppelingen verzinnen waarmee we toch op de hoge opwarming rechts zouden kunnen uitkomen. En dus weigeren we afscheid te nemen van het Hoge scenario. Dit is een volkomen onwetenschappelijk antwoord. Als een hoog emissiescenario niet meer plausibel is dan moet je het simpelweg niet meer gebruiken als input voor je scenario’s. Punt uit.

Als het KNMI denkt dat er versterkende effecten in het klimaat kunnen zitten waardoor het klimaat nog heftiger kan gaan reageren op een toename van CO2, dan moet het daarover publiceren in de wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zou het KNMI nieuwe scenario’s kunnen draaien waarbij het probeert aan te tonen dat je zelfs met veel lagere emissies toch die hoge opwarming kunt krijgen. Wat het KNMI hier doet is echter met ad hoc argumenten en zonder daarbij een wetenschappelijke onderbouwing te geven halsstarrig vol te houden dat ze geen afstand willen nemen van de hoge opwarming en snelle zeespiegelstijging in hun Hoge scenario.

Lage waarschijnlijkheid

Met deze niet onderbouwde ‘uitvlucht’ weigert het KNMI ook gewoon antwoord te geven op vraag 2. Die luidde: Waarom heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en in het verlengde daarvan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dit advies al die jaren in de wind geslagen?

Waarom bleef het KNMI RCP8.5 gebruiken voor scenario’s in 2023 terwijl zelfs het IPCC in 2021 toegaf dat RCP8.5 een ‘lage waarschijnlijkheid’ had. Het KNMI was hiervan op de hoogte want al in 2020 is daar zelfs op de KNMI-website over bericht. In de KNMI-klimaatscenario’s 2023 wordt er wel gehint dat RCP8.5 niet langer plausibel zou zijn. Maar de argeloze lezer kan dat onmogelijk opgevallen zijn. Er staat:

Het hoge uitstootscenario gaat uit van een sterke toename van de uitstoot tot 2080 en daarna pas een afvlakking. Dit is waarschijnlijk een overschatting van de CO2- uitstoot, omdat veel broeikasgasbeperkende maatregelen al in gang zijn gezet. Toch bestaat nog steeds de mogelijkheid dat de temperatuurveranderingen, die voor het hoge uitstootscenario (H) zijn berekend met de beste schatting van klimaatgevoeligheid, uitkomen. Zo kan de meest waarschijnlijke opwarming van 4,9°C rond 2100 met SSP5-8.5 ook in het minder hoge uitstootscenario SSP3-7.0 bereikt worden als de klimaatgevoeligheid hoog blijkt. Bovendien kunnen terugkoppelingen in het klimaatsysteem leiden tot extra natuurlijke emissies, bijvoorbeeld door ontbossing, doordat oceanen minder broeikasgassen opnemen, of doordat er broeikasgassen vrijkomen bij het ontdooien van permafrost. Klimaatmodellen houden bij het berekenen van CO2 concentraties in de SSP’s nog onvoldoende rekening met deze terugkoppelingen. De klimaatverandering in Nederland zal zich dan ook zeer waarschijnlijk voltrekken ergens tussen de L- en H-scenario’s in.

Uit dit zinnetje “dit is waarschijnlijk een overschatting van de CO2-uitstoot” hadden gebruikers dus moeten opmaken dat het KNMI een emissiescenario gebruikte dat niet langer plausibel was. Dat pikt uiteraard geen mens op. En daarna volgt dezelfde ad hoc argumentatie als nu bij de beantwoording van de Kamervragen is gebruikt. Hier zou de Tweede Kamer absoluut geen genoegen mee mogen nemen. Het KNMI dient zich daadwerkelijk te verantwoorden voor haar keuze om zelfs nadat het IPCC in 2021 toegaf dat RCP8.5 een “lage waarschijnlijkheid” had er toch mee door te gaan. En zelfs nu nog, in 2026, nadat er door het IPCC daadwerkelijk afscheid is genomen van RCP8.5 en nieuwe hoge scenario’s aanzienlijk lager uitvallen, weigert het KNMI haar scenario’s aan te passen. Daarvoor zullen we nog minstens tot 2030 moeten wachten (nadat in 2028 het zevende IPCC-rapport beschikbaar komt).

Worst-case scenario

In het antwoord op vraag 2 omschrijft het KNMI het gebruik van RCP8.5 als een worst-case scenario. Dat is opmerkelijk want die omschrijving komt in het 66 pagina’s tellende rapport van het KNMI helemaal niet voor. Het IPCC gebruikte RCP8.5 in 2013 zelfs als een business-as-usual scenario. Dat houdt in “als we doorgaan op de huidige voet”. Een van de Kamervragen ging hierover:

    1. Kunt u laten onderzoeken hoe het mogelijk is geweest dat juist dit niet plausibele RCP8.5-scenario gebruikt werd als het enige referentie- of ook wel business-as-usual scenario?

Antwoord
Nee. Dat is niet nodig, het RCP8.5 emissiescenario is niet door het KNMI als referentiescenario of business-as-usual scenario gebruikt maar als het hoog emissiescenario, naast een midden en laag emissiescenario. Daarbij gebruikt het KNMI de term referentiescenario in de regel niet.

Hier vertoont het KNMI ‘Ruttiaans’ gedrag (“ik heb daar geen actieve herinneringen aan”). Hier is wat wij schreven in ons rapport Waarom de KNMI-scenario’s niet zullen uitkomen in januari 2018:

Desalniettemin wordt dit scenario door diverse onderzoekers en beleidsmakers aangeduid als een business as usual scenario. Ook het KNMI schrijft op haar website: “RCP8.5 is a business-as-usual scenario with increasing greenhouse gas emissions over time, leading to high greenhouse gas concentration levels.” En in de Nederlandse samenvatting van het laatste IPCC-rapport schrijven KNMI en PBL (onze nadruk): In het hoogste emissiescenario (business-as-usual) blijft de uitstoot onverminderd stijgen.

Dus in 2014 voerden KNMI en PBL het RCP8.5 scenario wel degelijk op als een business-as-usual scenario. Zal het KNMI dat daadwerkelijk vergeten zijn of is het een leugentje om bestwil? Hoe dan ook, de Kamer krijgt een foutief antwoord voorgeschoteld. Het is waar dat deze typering (business-as-usual) niet herhaald wordt bij de KNMI-scenario’s in 2023 maar er is ook niet duidelijk afstand van genomen. Het KNMI komt nu met een nieuwe typering (worst-case scenario) die echter niet in hun eigen document staat. Overigens, RCP8.5 voldoet zelfs niet als worst-case scenario, omdat ook zo’n extreem scenario wel ‘plausibel’ moet zijn en precies dat is RCP8.5 dus niet.

Er valt nog veel meer over de Kamervragen en de antwoorden te zeggen, maar dit artikel is al veel te lang, dus dat bewaren we voor een volgende keer. Hoe dan ook, de hier besproken antwoorden maken al duidelijk dat de reactie van het KNMI volstrekt ontoereikend is en soms ronduit misleidend. Aanvullende Kamervragen zijn gewenst en meerdere partijen zouden de druk moeten opvoeren op de ministers om met spoed te eisen dat het KNMI met een realistisch scenario komt, want zo’n scenario is er nu simpelweg niet.


Source: https://clintel.nl/knmi-rcp85-kamervragen/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *