
Ruim een maand later blijkt de Frankensteinpartij nog altijd niet te weten bij welke politieke familie zij in Brussel thuishoort.
De reden is glashelder: de voormalige PvdA-Europarlementariërs zitten bij de sociaaldemocratische S&D-fractie, terwijl de voormalige GroenLinks-politici bij de Groenen horen.
Eén Nederlandse partij. Twee Europese politieke bazen.
Wat een eenheid.
De fusie was vooral een electorale overname
Op het oprichtingscongres stemde 96 procent van de GroenLinks-leden en 97 procent van de PvdA-leden voor de fusie. Volgens PRO waren ongeveer 6.000 mensen aanwezig.
Dat klinkt indrukwekkend, maar de echte politieke vraag werd vooruitgeschoven.
Want wat ís PRO?
Is het een sociaaldemocratische arbeiderspartij die betaalbaar wonen, werk en sociale zekerheid centraal stelt? Of is het een radicaalgroene activistenpartij die industrie, automobilisten, boeren en energiegebruik ondergeschikt maakt aan de klimaatdoctrine?
Die tegenstelling verdwijnt niet door een nieuwe naam, een nieuw logo en een congres vol vlaggen.
De PvdA had ooit een brede arbeidersachterban. GroenLinks komt voort uit radicale linkse partijen en werd het politieke thuis van hoogopgeleide stedelijke klimaatactivisten.
De fusie heeft die werelden niet verenigd. GroenLinks heeft de lege huls van de PvdA overgenomen.
Zelfs Brussel weet niet wat PRO is
Nu mogen de leden daarover stemmen.
Dat referendum kan democratisch worden genoemd, maar het bewijst vooral dat de fusie politiek onvoltooid was. Eerst werden twee historische partijen opgeheven. Daarna wordt pas besloten waar de nieuwe partij internationaal eigenlijk bij hoort.
Normale mensen kiezen eerst een politieke richting en bouwen daarna een partij.
Het kartel bouwt eerst een electorale machine en zoekt daarna uit welke ideologie erbij past.
De keuze verandert niets aan de Brusselse gehoorzaamheid
Of PRO uiteindelijk voor de Groenen of voor de sociaaldemocraten kiest, maakt voor de Nederlandse soevereiniteit weinig verschil.
Beide stromingen willen meer macht naar Brussel verplaatsen. Beide steunen vergaande klimaatdoelen. Beide zien massa-immigratie vooral als iets dat “beter georganiseerd” moet worden. Beide wantrouwen nationale grenzen, traditionele waarden en de kiezer die niet progressief genoeg stemt.
De ruzie gaat dus niet over de vraag óf Nederland meer bevoegdheden moet inleveren. De ruzie gaat over welke linkse Europese familie dat proces mag aansturen.
Dat is geen principiële keuze. Dat is een stammenstrijd binnen dezelfde bestuurlijke elite.
Arbeiders zijn ingeruild voor activisten
De oude sociaaldemocratie wilde de arbeider verheffen. De nieuwe progressieve beweging wil hem heropvoeden.
Zijn auto rijdt op de verkeerde brandstof. Zijn huis gebruikt te veel energie. Zijn vleesconsumptie is verdacht. Zijn buurt is niet divers genoeg. Zijn mening over immigratie is problematisch. Zijn zorgen over veiligheid zijn onderbuikgevoelens.
PRO zegt op te komen voor “gewone mensen”, maar behandelt diezelfde mensen voortdurend als moreel achterlijk wanneer zij niet meegaan in de nieuwste progressieve mode.
Dat is waarom de oude PvdA leegliep.
Niet omdat Nederlanders ineens tegen sociale zekerheid waren, maar omdat de partij haar eigen achterban verruilde voor klimaatactivisten, identiteitsdenkers en Brusselse technocraten.
Een referendum over de Europese fractie gaat dat niet repareren.
PRO kan honderd keer van logo, naam of politieke familie veranderen. Zolang Jesse Klaver en zijn activistische bovenlaag de koers bepalen, blijft het dezelfde oude linkse dwangmachine in een nieuw groen-rood jasje.
.

