“In een wereld waar balsemers steeds minder formaldehyde gebruiken, omdat het al in ons systeem zit, is de dood niet langer een einde, maar een voortzetting van de consumptie. De lichamen worden geconserveerd met de resten van onze dagelijkse keuzes, een sinistere herinnering aan de voedingsindustrie die ons heeft misleid. Terwijl we onszelf voeden met de schaduwen van wat ooit echt was, worden we de levende doden van onze eigen dystopie.”
Balsemers gebruiken steeds minder formaldehyde bij het conserveren van lichamen. De reden? Het zit er al in.
Volgens voedingsonderzoekster Sally Fallon Morell is er al decennia bewijs dat we de verkeerde vetten eten. In een uitgebreid gesprek met The Epoch Times legt ze uit hoe de voedingsindustrie ons systematisch heeft misleid, waarom balsemers steeds minder formaldehyde nodig hebben, en wat traditionele voedingspatronen ons kunnen leren over gezondheid.
Van katoenpitten tot keukenkast
Zaadoliën bestaan pas sinds de jaren 1890, toen de roestvrijstalen pers zijn intrede deed. Daarvóór kookten Amerikanen — en ook Europeanen — met boter, reuzel en ossenvet. De nieuwe technologie maakte het mogelijk om olie te persen uit katoenpitten, maïs, koolzaad en soja. Dat was goedkoper dan dierlijke vetten, en de voedingsindustrie had een marketingstrategie nodig om deze nieuwe producten te slijten. Die strategie bestond er simpelweg uit om boter en reuzel als ongezond weg te zetten. Verzadigde vetten en cholesterol werden als boosdoeners bestempeld — op basis van, aldus Morell, uiterst wankele wetenschap.
Formaldehyde op je bord
Het probleem met zaadoliën is hun chemische instabiliteit. Vloeibare oliën oxideren gemakkelijk en breken in het lichaam af tot eenvoudige moleculen die aldehyden worden genoemd. Eén van die aldehyden ken je misschien al: formaldehyde, de vloeistof die vroeger standaard werd gebruikt bij balsemen. Morell citeert begrafenisondernemers die aangeven dat ze tegenwoordig minder formaldehyde nodig hebben bij het conserveren van lichamen — omdat het er, door jarenlange consumptie van zaadoliën, al in zit:
Diverse studies tonen aan dat deze oliën kankerverwekkend kunnen zijn en in verband worden gebracht met hart- en vaatziekten en vruchtbaarheidsproblemen.
Dierlijke vetten: de ware gezonde keuze?
Terwijl zaadoliën onstabiel en fragiel zijn, zijn verzadigde vetten juist stabiel. Boter, reuzel en ossenvet breken niet af bij verhitting en leveren voedingsstoffen die essentieel zijn voor de aanmaak van hormonen, de werking van het immuunsysteem en de opname van vetoplosbare vitaminen A, D en K. Morell haalt het werk aan van tandarts Weston A. Price, die in de jaren dertig en veertig veertien geïsoleerde volkeren bestudeerde die een perfect gebit hadden, nauwelijks chronische ziekten kenden en moeiteloos bevielen. De gemeenschappelijke deler in hun dieet: extreem veel dierlijke vetten en orgaanvlees, weinig geraffineerde producten.
Bovendien zijn zaadoliën verborgen aanwezig in bijna alle bewerkte producten: chips, koekjes, kant-en-klaarmaaltijden, margarines. Je ziet ze niet, maar je eet ze wel. Boter zie je wél als je haar op je brood smeert — en juist dat bewuste gebruik leidt tot matiging. Vet verzadigt bovendien langer, waardoor je minder snel opnieuw honger krijgt en minder eet.
Soja: de stille verstoring
Naast zaadoliën is soja een tweede grote zorg voor Morell. Soja bevat enzymremmers die de alvleesklier belasten, werkt als goitrogeen (het onderdrukt de schildklierwerking) en bevat plantaardige oestrogenen. Ze verwijst naar een experiment in gevangenissen waar gedetineerden jarenlang een volledig sojadieet kregen: de gevolgen waren ernstige gezondheidsproblemen, waaronder schildklieraandoeningen en hormonale verstoringen bij mannen. Het experiment werd uiteindelijk stopgezet — niet vanwege ethische bezwaren, maar omdat de medische kosten te hoog opliepen.
Wat kun je zelf doen?
De overheid zal dit probleem niet oplossen, stelt Morell onomwonden. Daarvoor is te veel geld gemoeid met de zaadolie-industrie en de producenten van bewerkt voedsel. De verandering moet van onderaf komen: ouders die weer de keuken ingaan, bewust kiezen voor boter, eieren, orgaanvlees en rauwe zuivel, en hun kinderen echt voedsel geven in plaats van geraffineerde troep. Het is geen kwestie van alles opgeven — het is een kwestie van anders denken over wat er op tafel komt.

