• wo. jul 8th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Klimaatalarmisme nog springlevend

DoorClintel

jul 7, 2026 #1, #2000, #2022, #Afrika, #airconditioning, #Akkoord van Parijs, #analyse, #Apocalyps, #Artikelen, #As, #Azië, #baan, #bedreiging, #beleid, #bevolking, #bevolkingsgroei, #bewijs, #Biden, #Bjørn Lomborg, #business, #china, #Columbia, #commissie, #controle, #critici, #daling, #Denken, #Discussie, #doemscenario, #droogte, #dwang, #ECB, #ECONOMIE, #economieën, #economische groei, #econoom, #eerste, #elektriciteit, #Energie, #Energiearmoede, #Energiebeleid, #Energieprijzen, #Energietransitie, #Energiezekerheid, #er, #establishment, #EU, #Europa, #Europese Commissie, #Extra, #extreme hitte, #fossiele brandstoffen, #gegevens, #gevolgen, #Green Deal, #groei, #handel, #Harvard, #hernieuwbare energie, #hitte, #hittegolf, #Hittegolven, #Hormuz-crisis, #IEA, #infrastructuur, #IPCC, #IS, #jason, #kerk, #kernenergie, #Klimaat, #klimaatalarmisme, #Klimaatbeleid, #Klimaateconomie, #Klimaatmodellen, #Klimaatscenario's, #klimaatschade, #klimaatverandering, #Landbouw, #Lomborg, #Maatregelen, #Madrid, #Meer, #Mens, #Mensen, #Midden-Oosten, #miljoen, #mineralen, #Misbruik, #natie, #net zero, #nieuwe, #Nieuws, #officieel, #olie, #OM, #Onderdrukking, #Ontwikkelingslanden, #Oorlog, #opwarming, #orkanen, #Over, #overheidscontrole, #Overige, #overstromingen, #Parijs, #Peking, #Politiek, #president, #proces, #producten, #productie, #programma, #ramen, #RCP8.5, #regels, #regering, #Richard Tol, #Roger Pielke Jr, #schaduw, #sterfte, #Stockholm, #Straat van Hormuz, #systeem, #Taal, #Taiwan, #TECHNOLOGIE, #technologische vooruitgang, #temperatuur, #Tilak Doshi, #Trouw, #Trump, #veiligheid, #verklaring, #vervoer, #vraag, #VS, #WASHINGTON, #Washington Post, #weer, #Wereld, #wereldwijd, #Werk, #Westen, #Wetenschap, #winter, #WK, #World Economic Forum, #zonne-energie, #zonnepanelen

Eind juni publiceerde het prestigieuze tijdschrift Foreign Policy een artikel van Jason Bordoff en Noah Kaufman van het Centre on Global Energy Policy van Columbia University onder de pakkende kop: ‘Doemscenario’s voor het klimaat waren onjuist. Dat helpt Europa niet.’ De timing is veelzeggend. Het artikel verschijnt nadat de modelleergemeenschap van het IPCC zelf RCP8.5 – het meest extreme emissietraject dat de afgelopen twee decennia ten grondslag lag aan vrijwel elke opvallende klimaatprognose, elke bewering over de urgentie van ‘Net Zero’ en elke rechtvaardiging voor groen beleid – formeel als “onwaarschijnlijk” had bestempeld.

Het siert Bordoff en Kaufman dat zij erkennen dat critici van het klimaatalarmisme een punt hebben. Te veel voorstanders beschouwden worstcase-scenario’s als waarschijnlijke uitkomsten. Te veel apocalyptische taal liep vooruit op het bewijs. De verklaring van president Biden uit 2022 dat “klimaatverandering letterlijk een existentiële bedreiging vormt voor onze natie en voor de wereld”, zo geven ze toe, was overdreven. Je zou denken dat deze erkenning aanleiding zou geven tot enige reflectie op de instellingen, modellen en politieke programma’s die op die, in diskrediet geraakte, basis zijn gebouwd. Maar dan zou je het mis hebben.

Na deze concessies te hebben gedaan, besteden Bordoff en Kaufman namelijk de rest van hun artikel aan het met opmerkelijke souplesse beargumenteren dat er in feite niets is veranderd. Het doemscenario is verdwenen, maar de alarmfase moet worden gehandhaafd om zelfgenoegzaamheid te voorkomen. Deze logica is het waard om zorgvuldig te onderzoeken, aangezien ze de meest verfijnde versie vertegenwoordigt van een koerswijziging die momenteel in het hele klimaat-establishment wordt doorgevoerd nu de grond onder hun voeten verschuift: de ommezwaai van openlijk apocalyptisch denken naar wat je ‘niet-alarmistisch alarmisme’ zou kunnen noemen — een houding die het in diskrediet geraakte scenario formeel afwijst, maar tegelijkertijd alle beleidsconclusies behoudt die door dat scenario werden ondersteund.

Het onwaarschijnlijke scenario

Om te begrijpen wat er is toegegeven, is het de moeite waard om in herinnering te brengen wat RCP8.5 eigenlijk veronderstelde. Dit was een scenario waarin werd voorspeld dat het wereldwijde steenkoolverbruik tegen het einde van de eeuw zou vervijfvoudigen — een traject dat zo ver afstaat van de fysieke realiteit, van bekende reserves en van waargenomen energietrends, dat Roger Pielke Jr. (een langdurige criticus van het misbruik van extreme klimaatscenario’s) terecht in de Washington Post schreef dat “de klimaatapocalyps toch niet voor de deur staat” .

Hoewel RCP8.5 was ontworpen als een uiterst grensgeval voor het stresstesten van modellen – en nooit als een ‘business as usual’-traject – werd het meer dan 45.000 keer geciteerd in de wetenschappelijke literatuur en routinematig gebruikt door het World Economic Forum, de Europese Commissie, de klimaat-stresstesten van de ECB en elke Europese klimaatminister, van Stockholm tot Madrid. Het vormde de ruggengraat van de EU Green Deal, de Britse Climate Change Act, het ‘Fit for 55’-pakket en twee decennia energiebeleid dat leidde tot de-industrialisering van het continent en onbetaalbare elektriciteitsrekeningen. Dit was geen onbelangrijk detail in de modellen. Het was de centrale pijler van het gehele Net Zero-project. Nu is het onwaarschijnlijk verklaard door juist de instelling die het zelf heeft gepropageerd.

Men had een moment van institutionele verantwoording mogen verwachten. In plaats daarvan koos het klimaat-establishment van het collectieve Westen ervoor om er nog een schepje bovenop te doen. Het artikel van Bordoff en Kaufman in Foreign Policy is de intellectueel meest presentabele versie van dit ‘er nog een schepje bovenop doen’. De kern ervan is het erkennen van het falen van het extreme scenario, terwijl de urgentie die met dat scenario werd opgeroepen, behouden blijft. Aangezien het worstcase-scenario nu niet meer als waarschijnlijk kan worden aangemerkt, verschuift het argument naar het onkenbare: “Wat wellicht het belangrijkste is, is niet welke klimaatuitkomsten worden verwacht, maar welke niet kunnen worden uitgesloten.” Omdat we een catastrofe niet kunnen uitsluiten, moeten we te werk gaan alsof een catastrofe waarschijnlijk is.

Het misbruik van risico

De intellectuele architectuur hier is gebaseerd op het ‘fat tail’-argument van de Harvard-econoom Martin Weitzman: wanneer uitkomsten onzeker en potentieel catastrofaal zijn, onderschat de conventionele kosten-batenanalyse de noodzaak tot actie, en zijn uitgaven uit voorzorg altijd gerechtvaardigd. Bordoff en Kaufman beroepen zich expliciet op deze redenering en merken op dat “onzekerheid over klimaatschade geen reden is om klimaatbeschermingsmaatregelen te laten varen”, maar juist “een reden om ze serieuzer te nemen”. De regering-Trump, zo stellen zij, heeft juist de verkeerde conclusie getrokken uit de beperkingen van de klimaateconomie door ervoor te kiezen af te zien van schaderamingen.

Er kleeft een fundamenteel probleem aan deze redenering dat Bordoff en Kaufman niet aan de orde stellen. Zoals Jonathan Adler en collega’s betoogden in hun artikel uit 2000 voor het Competitive Enterprise Institute: “geen enkele verzekeringspolis is de moeite waard als de kosten van de premies hoger zijn dan de gekochte dekking”. Het Weitzman-raamwerk kent, zoals critici hebben opgemerkt, geen bovengrens: als de ergst denkbare uitkomsten van onbegrensde ernst niet kunnen worden uitgesloten, is geen enkele premie, hoe hoog ook, onredelijk.

Dit is geen risicobeheer; het is een filosofische blanco cheque, een misbruik van het voorzorgsbeginsel. Het geeft vrij baan voor onbeperkte uitgaven aan polissen waarvan de daadwerkelijke beschermende waarde tegen de gevreesde uitkomsten ofwel onmeetbaar ofwel verwaarloosbaar is. Misschien komen we daar pas na één of twee eeuwen achter. De kosten van dat beleid – in de vorm van hogere energieprijzen, de-industrialisering, verarmde huishoudens en in armoede gestorte ontwikkelingslanden – zijn echter onmiddellijk, concreet en worden overweldigend gedragen door degenen die ze zich het minst kunnen veroorloven. Het argument van Weitzman, op deze manier ingezet, versterkt het pleidooi voor klimaatmaatregelen door de verplichting weg te nemen om aan te tonen dat de maatregelen effectief of evenredig zijn. Het ‘einde van de wereld’ staat buiten discussie, is niet meetbaar.

De manier waarop Bordoff en Kaufman de temperatuurdoelstellingen van het Akkoord van Parijs behandelen, onthult dezelfde goocheltruc. Zij erkennen dat de drempels van 1,5 °C en 2 °C “nooit het resultaat waren van een keurig optimalisatiemodel”, maar “op gepaste wijze, via maatschappelijke onderhandelingen vastgestelde maatstaven voor aanvaardbaar risico”. Dit is een openhartige erkenning dat de doelstellingen – die aan de basis hebben gestaan van beleid ter waarde van biljoenen dollars, de energie-economieën van hele continenten hebben hervormd en zijn gebruikt om de onderdrukking van de binnenlandse productie van fossiele brandstoffen te rechtvaardigen – in wezen politieke constructies zijn. Ze hebben geen degelijke wetenschappelijke onderbouwing. Het zijn, zoals klimaateconoom Richard Tol al lang betoogt, willekeurige ronde getallen die tot stand zijn gekomen via een proces van diplomatieke onderhandelingen in plaats van empirische analyse. Zodra dit wordt toegegeven, is de vraag die daaruit moet voortvloeien – en die Bordoff en Kaufman niet stellen – waarom beleid met zulke enorme economische gevolgen zou moeten worden gebaseerd op fundamenten van dergelijke erkende willekeur.

Selectieve presentatie van bewijs

De aanleiding voor het artikel van Bordoff en Kaufman is de Europese hittegolf van vorige week, die wordt aangehaald om aan te tonen dat een “warmere, onstabielere en duurdere wereld” al op ons afkomt, ook al is de apocalyps uitgesteld. De schatting van The Economist van 12.000 extra sterfgevallen door drie dagen extreme hitte wordt aangehaald. Dit wordt gepresenteerd als bewijs dat het afstappen van alarmisme gevaarlijke zelfgenoegzaamheid is.

Maar deze selectieve nadruk op sterfgevallen door hitte is een vorm van wat Bjørn Lomborg terecht “klassieke klimaatmisleiding” heeft genoemd. Dezelfde Lancet-artikelen die door klimaatvoorstanders worden aangehaald, schatten wereldwijd ongeveer vijf miljoen sterfgevallen per jaar als gevolg van niet-optimale temperaturen — waarbij het aantal sterfgevallen door kou bijna tien keer zo hoog ligt als dat door hitte. In Europa zijn er drie keer zoveel sterfgevallen door kou als door hitte. Een warmere wereld redt in de winter zoveel levens dat dit de extra sterfgevallen door hitte in de zomer in de schaduw stelt. Bordoff en Kaufman presenteren slechts de helft van het beeld van de sterfte door temperatuur en trekken daar conclusies uit.

Nog opvallender is wat de auteurs weglaten over het aanpassingsvermogen van de mens. Het aantal sterfgevallen door extreme weersomstandigheden — orkanen, overstromingen, droogte — is sinds de jaren twintig met meer dan 97% gedaald, terwijl de wereldbevolking meer dan verviervoudigd is en de geleidelijke opwarming is doorgegaan. Het voor de bevolkingsgroei gecorrigeerde risico is met meer dan 99% afgenomen. Dit is geen bewijs dat de wereld minder goed in staat is om met klimaatschommelingen om te gaan; het is juist bewijs van precies het tegenovergestelde.

De cijfers over sterfte door hitte die Bordoff en Kaufman zo verontrustten, worden sterk beïnvloed door de snel vergrijzende bevolking van Europa, die kwetsbaar is voor hittegolven in de zomer, terwijl airconditioning daar als een luxe wordt beschouwd. Zoals Lomborg heeft opgemerkt, worden deze waargenomen stijgingen in het aantal sterfgevallen door hitte “grotendeels verklaard door de vergrijzende bevolking van Europa” in plaats van door temperatuurtrends. Hiervan is niets terug te vinden in het artikel in Foreign Policy.

Britse gemeenten gelasten huiseigenaren om hun airconditioning-units midden in een hittegolf te verwijderen – omdat dit in strijd is met de Net Zero-regels. Actieve koeling is nu officieel het ‘laatste redmiddel’ na ventilatoren en open ramen, zelfs bij 38-40 °C. Europeanen die de VS bezoeken voor het WK verbazen zich niet alleen over de omvang van de ijskoude drankjes die gratis worden geserveerd bij hun enorme maaltijden in restaurants met airconditioning, maar ook over de airconditioning van hele stadions voor de WK-voetbalwedstrijden in de zomerse hitte van Atlanta, Houston of Dallas.

De Hormuz-goocheltruc

Bordoff en Kaufman beroepen zich ook op de crisis rond de Straat van Hormuz om de argumenten voor “elektrificatie” te versterken. Zorgen over energiezekerheid, zo stellen zij, versterken de argumenten voor binnenlandse elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en kernenergie, waardoor de blootstelling aan “oorlog, dwang en prijsstijgingen in een steeds verder gefragmenteerde wereld” wordt verminderd. Dit argument lijkt op het eerste gezicht aannemelijk, maar verdampt als je kijkt naar de feitelijke structuur van de wereldwijde energievraag.

De Hormuz-crisis toonde de onmisbaarheid van fossiele brandstoffen aan in de gehele moderne economie, niet alleen in de elektriciteitssector. Uit de eigen gegevens van het IEA blijkt dat elektriciteit slechts ongeveer 21% van het totale wereldwijde eindverbruik van energie uitmaakt. De resterende 79% wordt gedekt door de directe verbranding van fossiele brandstoffen in het vervoer, voor industriële warmte, in de landbouw, de scheepvaart, de luchtvaart en als grondstof voor petrochemische producten. Straalmotoren draaien niet op zonne-energie. Hoogovens kunnen met de huidige technologie niet op enige betekenisvolle schaal worden geëlektrificeerd.

Toen de Straat van Hormuz werd afgesloten, was het deze 79% die de wereldwijde economische schok veroorzaakte — de vliegtuigbrandstof die met 50% in prijs steeg, de diesel die de kosten voor elke vrachtwagen en tractor deed stijgen, de grondstoffen voor meststoffen die de landbouwketens van Zuid-Azië tot Sub-Sahara-Afrika in gevaar brachten. Een programma voor de uitrol van hernieuwbare elektriciteit pakt hooguit een vijfde van deze kwetsbaarheid aan. De overige vier vijfde komen niet aan bod in de analyse van Bordoff en Kaufman.

De auteurs zwijgen ook over de geopolitieke implicaties van de toeleveringsketens voor hernieuwbare energie, waarvan hun voorgestelde oplossing afhankelijk is. Volgens het IEA heeft China de controle over meer dan 80% van elke fase in de productie van zonnepanelen en is het toonaangevend in de veredeling van 19 van de 20 belangrijkste mineralen voor de energietransitie. De diversificatie weg van olie uit het Midden-Oosten die Bordoff en Kaufman voorschrijven, zou in de praktijk betekenen dat de ene geopolitieke afhankelijkheid wordt ingeruild voor een veel geconcentreerdere. Een crisis waarbij China betrokken is – over Taiwan, handel of eenvoudige exportbeperkingen, zoals Peking al heeft laten zien met gallium, germanium en zeldzame aardmetalen – zou de uitbouw van hernieuwbare energie lamleggen op een manier waarop geen enkele crisis in de Golfregio ooit de gediversifieerde wereldwijde oliemarkt heeft bedreigd. Dit is het geopolitieke risico dat de auteurs liever niet zien.

De kerk die zich niet kan vergissen

Het meest leerzame aan het artikel van Bordoff en Kaufman is de structurele logica ervan. Elke nieuwe ontwikkeling – het intrekken van het doemscenario, de beperkingen van de klimaateconomie, de crisis in de Straat van Hormuz, de Europese hittegolf – wordt verwerkt via een kader dat steevast hetzelfde resultaat oplevert: het pleidooi voor snelle klimaatmaatregelen wordt versterkt in plaats van verzwakt. De intrekking van RCP8.5 versterkt het, omdat wordt beweerd dat zelfs de scenario’s met de laagste uitstoot nu buiten bereik raken.

Het onvermogen om de kosten van klimaatverandering nauwkeurig te meten, wordt als irrelevant afgedaan omdat onzekerheid over catastrofale ‘staart’risico’s in geen enkele kosten-batenanalyse kan worden gemeten. De Hormuz-crisis versterkt het, omdat afhankelijkheid van fossiele brandstoffen gevaarlijk is. De hittegolf versterkt het, omdat de wereld nu al warmer is. Er is geen enkele denkbare empirische ontwikkeling die deze stelling zou verzwakken. Dit is geen wetenschap. Het is een gesloten geloofssysteem — een systeem dat precies de institutionele veerkracht van een kerk vertoont waarvan de theologie niet door louter observatie kan worden weerlegd.

Tegenover dit alles is het de moeite waard om de conclusie van Jonathan Adler in het hierboven aangehaalde artikel in herinnering te brengen: “Een echte ‘no regrets’-benadering van klimaatverandering bestaat niet uit meer overheidscontrole op economische activiteit, maar uit minder. Economische groei, marktmechanismen en technologische vooruitgang zijn vaak de meest effectieve vormen van verzekering die een beschaving kan hebben.”

De empirische gegevens over de veerkracht van de mens tegen extreme milieuomstandigheden ondersteunen dit volledig. De dramatische daling van de weer-gerelateerde sterfte in de afgelopen eeuw, was niet te danken aan emissiebeperkingen, koolstofbelastingen of verplichtingen inzake hernieuwbare energie. Ze was te danken aan economische groei, investeringen in infrastructuur, betere voorspellingen, veerkrachtigere landbouw en het soort technologische vooruitgang dat alleen welvarende, energierijke samenlevingen kunnen ondersteunen. Het opleggen van energiearmoede in naam van klimaatzekerheid, vermindert het klimaatrisico niet. Het vernietigt het aanpassingsvermogen (waarvan onze klimaatveerkracht afhangt).

Bordoff en Kaufman zijn intelligente mensen die te goeder trouw schrijven, en hun bereidheid om toe te geven dat de klimaatretoriek op de feiten is vooruitgelopen, is oprecht welkom. Maar die erkenning wordt onmiddellijk tenietgedaan. Het doemscenario is verdwenen, maar de urgentie ervan blijft bestaan. De wetenschap is bijgesteld, maar de beleidsagenda is ongewijzigd. Men had kunnen hopen dat de formele erkenning van de onwaarschijnlijkheid van het RCP8.5-scenario aanleiding zou geven tot een heroverweging. In plaats daarvan krijgen we een verfijnder betoog aangeboden voor dezelfde conclusies.

H.L. Mencken merkte op dat het hele doel van de praktische politiek is om de bevolking gealarmeerd te houden — en daarmee luidkeels te laten roepen om naar veiligheid geleid te worden — door haar te bedreigen met een eindeloze reeks schrikbeelden, die allemaal denkbeeldig zijn. Het spookbeeld is geactualiseerd. De paniek, en de roep om geleid te worden, blijven, precies zoals voorheen.


Source: https://clintel.nl/klimaatalarmisme-rcp85/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *