• za. mrt 28th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Een jaar geleden leidde een artikel op Virusvaria uiteindelijk tot een ingediende motie in de Tweede Kamer. Dit betrof een artikel waarin werd bewezen dat bij vrouwen tussen 40 en 50 jaar er in 2024 sprake was van bijna 33% oversterfte. De motie riep op tot onderzoek hiernaar, maar de verantwoordelijke staatssecretaris Vincent Karremans ontraadde de motie, er was niets aan de hand. De motie is niet aangenomen.

Inmiddels zit er een ander kabinet en ook de samenstelling van de Tweede Kamer is veranderd. Misschien is ook de oversterfte veranderd of verminderd? Of dát zo is leest u in dit artikel. Het zijn de highlights uit een uitgebreidere versie met statistische verantwoording van Hans Verwaart.

De juiste baseline: de Normsterfte

Voor het schatten van de verwachte sterfte kijken wij niet naar sterfte in voorafgaande jaren, zoals het RIVM doet. De sterfte in de afgelopen jaren was immers veel te hoog om als streeflijn te nemen. Wij volgen de Normsterfte-methode: wij nemen per leeftijd de ontwikkeling in sterftekansen tussen 2010 en 2019 en trekken die door naar de bevolkingsopbouw in 2025. Nu kan dit ‘extrapoleren’ op twee manieren: lineair en exponentieel.

Beide lijnen -respectievelijk een rechte en een kromme lijn- zijn afgebeeld in de grafieken verderop, zodat het verschil in te schatten is. Dit om tegemoet te komen aan de kritiek op het eerdergenoemde artikel: de oversterfte zou te hoog worden voorgesteld vanwege de lineaire prognose. In de teksten gaan we nu uit van de groene, gekromde lijn: de exponentiële prognose.

Naarmate het laatste referentiejaar langer geleden is, zal ook de onzekerheidsmarge rond de prognoses toenemen. De mogelijke afwijking is echter bij lange na niet voldoende om de gesignaleerde verschillen teniet te doen.

Tabellen

In de tabellen worden steeds acht leeftijdsgroepen weergegeven met elk een lengte van 10 jaar, met uitzondering van de jongste groep met de lengte van 30 jaar. De oudste groep bestaat uit iedereen van 90 jaar of ouder.

Voor iedere leeftijd hebben we eerst de baselines bepaald, per leeftijd de oversterfte in aantallen berekend en die per leeftijdsgroep gesommeerd met de juiste bevolkingsopbouw. Het percentage is de oversterfte ten opzichte van de exponentiële baseline. We kijken eerst naar de oversterftepercentages van mannen:

Oversterfte mannen in %

Bij de mannen springen twee groepen er in 2025 uit: die van50-60 en 70-80. Bij beide groepen is de waarde significant, bijna 15% resp.13%. Wat we ook zien is dat bij andere groepen boven de 60 de oversterfte door de tijd juist sterk afneemt.
Alle groepen onder de zestig jaar vertonen meer oversterfte dan het gemiddelde van de coronajaren 2020 en 2021 (en zelfs met 2022 er ook nog bij).

De sterftekansen worden dus niet over de hele linie met ruwweg eenzelfde percentage verhoogd, zoals bij griep (inclusief Covid-19) gebeurt, Integendeel: de middelbare leeftijden worden veel harder getroffen dan de ouderen van 80+. De groep 60-70 bevindt zich al sinds 2020 in de lagere regionen. Dat betekent dus: véél meer verloren levensjaren dan bij een gelijke verhoging van sterftekansen.

Oversterfte vrouwen in %

Bij vrouwen zien we grotere uitschieters. De groep van 30-40 jaar doet het het slechtst, met bijna 28% oversterfte. Bij de 40-50 jarigen zien we in 2025 een verdere stijging van de oversterfte, tot zelfs 25%.

Dit zijn allemaal dramatische percentages. Het zijn ook geen toevallige uitschieters want het clusteren in 10-jaars cohorten middelt uitschieters al uit.

Een uitschieter is nog geen alarmbel

Die uitschieters hoeven ook niet altijd alarmbellen af te doen gaan. Het gaat om het totaalbeeld. Ter illustratie hiervan kijken we naar één leeftijdsgroep en wel mannen van 40 jaar: een oversterfte van 58 in 2025. Dat zijn er vier keer zoveel als in 2020! Dat is wat voor een Telegraaf-kop: “Het rampgeboortejaar 1985”. Toch ligt daar niet de prioriteit voor nader onderzoek.

Als we namelijk naar de omliggende leeftijden kijken, wijst alles op een toevalligheid. In 2023 en 2024 zijn het óók de 40-jarigen die eruit springen, en dat zijn andere geboortejaren. En als in 1985 iets fout zou zijn gegaan bij pasgeboren jongens, dan zou je dat bij de 39-jarigen in 2024 ook moeten zien ten opzichte van 38 en 40, net als bij de 38-jarigen in 2023 vergeleken met 37 en 39 etc. – en daar is geen sprake van.

Vergelijken we de gemiddelden van 35-39 en 41-45 jaar met de tussenliggend 40-jarigen, dan moet dit toeval zijn.

Die toevalligheid wordt bevestigd in de onderstaande grafieken van mannen van 40 jaar: 2016-2018 waren jaren met uitzonderlijk lage sterfte in deze groep. Drie jaar achter elkaar onder de baseline. Dat komt niet vaak voor – maar het gebeurt natuurlijk wel. Die trekken de baseline rechts naar beneden omdat het ook nog eens de laatste jaren van de referentie periode zijn.

Op die baseline is hier dus wel wat af te dingen: voorzichtig interpreteren dus. Omdat bij de andere leeftijden ook tegengestelde effecten spelen, geeft een clustering van 10 jaar een evenwichtiger beeld.

Sterfte per 100k (M, 40 jaar)
Sterfte absoluut (M, 40 jaar)

Je kunt je ook voorstellen wat er gebeurt als je de verwachting zou baseren op de jaren vanaf 2018, zelfs als je de coronajaren 2020-2021 uitsluit. Dan krijg je een lijn omhoog (ga met je muis over de grafiek) en dan valt de oversterfte zo goed als weg. Dan is 2025 best keurig in lijn met de verwachting. Zo ontstaat een RIVM-achtige oversterfte waar het overheidsbeleid op stuurt.

Maar vallen mensen nu “massaal deaud”, zoals Maarten Keulemans dat altijd weglacht? Dat valt gevoelsmatig reuze mee. In de grafiek met de werkelijke aantallen zien we een oversterfte van slechts 58 mannen: niet meer dan enkele tientallen! Terwijl er in 2024 in totaal 172.000 overlijdens waren en in 2025 173.372 en die verhoging komt natuurlijk grotendeels door vergrijzing.

Dat van die vergrijzing klopt wel – maar niet voor mensen van 40 jaar. Die vergrijzen niet, in elk geval niet die 50 betreurde overledenen. Dat zijn 58 ouders, broers, zussen, geliefden, zonen, dochters… En dan alleen die van 40 jaar.

Zes grafieken

We plukken er drie rijen uit: 30-40, 40-50 en 90plus. Eerst Vrouwen, dan Mannen. (Ter herinnering: twee verwachtingslijnen, dan zie je ook wat het verschil is tussen lineair en exponentieel.)

Sterfte absoluut (V, 30-40 jaar)

Sterfte absoluut (V, 40-50 jaar)

Duidelijk is te zien dat de impact van welke baseline wordt gekozen bij groep 30-40 een stuk kleiner is dan bij de oudere groep. Het verschil in oversterfte is bij toepassing van de exponentiële variant  een kwart kleiner.

Sterfte absoluut (V, 90+ jaar)

In 2025 is er eigenlijk geen oversterfte meer bij de 90-plussers.

Bij de mannen ook drie grafieken:

Sterfte absoluut (M, 30-40 jaar)

Sterfte absoluut (M, 50-60 jaar)

Bij de groep 50-60 is het verschil tussen de baselines groter en dus is bij de lineaire methode de oversterfte groter.

Sterfte absoluut (M, 90+ jaar)

Ook de grafiek van de oudste groep bij de mannen laat zien dat er in 2025 geen oversterfte meer is. De twee baselines vallen samen. Het continu stijgende verloop wordt vooral veroorzaakt door de vergrijzing, als de groepsgrootte groter wordt neemt ook de sterfte in absolute zin toe.

De onverzettelijke Herman Steigstra postte op X andere visualisaties, waaronder deze. Alle leeftijden staan op de Y-as, de oranje lijn is 2025. De deuk tussen 60-70 is ook hier goed te zien in 2021, 2024 en 2025.

Er is hier écht iets aan de hand, dat schreeuwt om nader onderzoek. En dat is dan ook de conclusie van dit artikel.

De uitgebreidere versie van dit artikel, met statistische toelichting over de baselines van Hans Verwaart is te downloaden in een pdf

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *