• di. jan 27th, 2026

De Advisory Committee on Immunization Practices (ACIP) is een federale, wetenschappelijke adviescommissie in de Verenigde Staten die drie keer per jaar samenkomt om richtlijnen op te stellen over het gebruik van vaccins, nadat ze zijn goedgekeurd door de FDA. De aanbevelingen werden in het verleden direct overgenomen door de CDC – en daarmee door verzekeraars, overheidsprogramma’s, artsen, en staten die hun schoolvereisten aanpasten. Dat is dus impactvol. De CDC-directeur moet de nieuwe aanbevelingen wel nog formeel goedkeuren. We wachten in spanning af of dat proces nu, na de meetings op 4 en 5 december, net zo soepel gaat verlopen als voorheen.

Het hele vaccinatieparadigma is de afgelopen dagen namelijk behoorlijk op de schop gegaan. In de ACIP zitten nu deskundigen als Robert Malone (die gisteren de vergadering voorzat), Retsef Levi, Vicky Pebsworth, bekende vaccincritici. Maar ook sterke voorstanders van universele vaccinatie (universeel = voor iedereen), zoals Cody Meissner.

Het waren twee volle dagen vergaderen met afwisselend presentaties van o.a. Retsef Levi, Aaron Siri, Tracy Beth-Høeg en discussies. Een aantal deelnemers aan de vergadering was via een videoverbinding aanwezig. Het was af en toe wat chaotisch: vervangend voorzitter Malone moest nog wat groeien in zijn rol qua agendavolgordes en stemprocedures, de techniek wilde soms niet of slides waren nog niet klaar, dat soort dingen.

Opmerkelijk detail: twee dagen vóór de ACIP-meetings, op 3 december 2025, werd Tracy Beth Høeg door de FDA benoemd tot interim-directeur van het Center for Drug Evaluation and Research (CDER), het centrum dat alle vaccins en medicijnen goedkeurt. De vrouw die over de wetenschappelijke onderbouwing van nieuwe vaccins gaat, zat dus mee te pleiten voor strengere eisen aan het bewijs.

Het was wel alsof ik naar het fotonegatief van een eerdere meeting zat te kijken, waar juist de farmaceuten uitgebreide productpromo’s gaven en er af en toe wat insprekers formeel hun bedenkingen mochten uiten, wat verder geen enkele invloed had op het stemgedrag. Er werd toen niet eens over gediscussieerd. Nu wel maar hier was het omgekeerd: de voorstanders hadden niet de gelegenheid om een afgeronde presentatie te geven – of hadden dat niet voorbereid. Heel jammer dat de informatiestroom opnieuw zo eenzijdig was, al was het de andere kant op. Er was daarentegen wel ruimte voor discussie en dat liep soms hoog op. De voorstanders klonken soms op het wanhopige af bij deze voorgenomen terugdringing van vaccinaties.

Onderaan het artikel enkele korte weergaven van enkele bijdragen: twee voor- en twee tegenstanders.

Afgezien van de waardevolle uitwisselingen stonden er concrete “Language Votes” op het programma over Hepatitis B vaccinatie. Men stemde eerst of de formulering adequaat was en pas daarna voor/tegen de inhoud. Ook dat leidde tot verwarring want Meissner was het niet eens met de formulering (daar had hij ook een punt, vond ik) en stemde daarom tegen.

De moties

In Amerika krijgen kinderen tientallen vaccinaties. Elke pasgeborene krijgt binnen 24 uur een HBV (HepB vaccinatie), ongeacht of de moeder geïnfecteerd is. Dit staat al een tijdje ter discussie, ik ga daar inhoudelijk nu niet op in.

Centraal stonden de volgende moties die een meer gerichte HBV-benadering aanbevelen: éérst de moeder testen en alleen bij positieve moeders overgaan tot vaccineren van pasgeborenen. Dit was ingegeven door de Europese aanpak, waar dit al wordt gedaan met prima resultaten. Dan blijven er weinig vrouwen over, meestal afkomstig uit gebieden waar de ziekte endemisch is. De farmaceuten gaan dus een enorme markt kwijtraken in Amerika als die policy wordt overgenomen.

Denk aan meer dan 10.000 vaccinaties per dag. Per dag.

De moties:

Hepatitis B-vaccinatie bij kinderen van moeders die HBsAg-negatief testen
Language Vote, 12/4/25

MOTIE 1
Voor zuigelingen van HBsAg-negatieve vrouwen: ACIP beveelt aan dat ouders, in overleg met een zorgverlener, individueel beslissen wanneer en of ze het HBV-vaccin toedienen, inclusief de geboortedosis. (Ouders en zorgverleners moeten ook overwegen of er risico’s zijn, bijvoorbeeld wanneer een gezinslid HBsAg-positief is of wanneer er veelvuldig contact is met personen die zijn geëmigreerd uit gebieden waar hepatitis B veel voorkomt.) Ouders en zorgverleners moeten de voordelen van het vaccin, de risico’s van het vaccin en de infectierisico’s in overweging nemen. Voor degenen die de HBV-geboortedosis niet krijgen, wordt aanbevolen dat de eerste dosis niet eerder dan op de leeftijd van 2 maanden wordt toegediend. J/N

MOTIE 2
Bij het beoordelen van de noodzaak van een volgende HBV-vaccinatiedosis bij kinderen, moeten ouders in overleg met zorgverleners bepalen of een anti-HBs-serologische test na vaccinatie moet worden aangeboden. Aan de hand van de serologische resultaten moet worden bepaald of de vastgestelde beschermende anti-HBs-titerdrempel van ≥10 mIU/ml is bereikt. De kosten van deze test moeten door de verzekering worden gedekt. J/N

In de eerste motie staat hetzelfde wel drie keer. Slordig geformuleerd, vond ik. Lang over gepraat, uiteindelijk niets aan veranderd. En als er wel wat veranderd was, had het weer dagen vertraging opgeleverd want men had er niet aan gedacht om real-time een gecorrigeerde PDF aan te kunnen maken en te distribueren onder de deelnemers, zodat die het even rustig konden doornemen.

Vooral tegenstander Meissner maakte hier een punt van. Ik was het eerst met hem eens, ik vond het merkwaardig dat ze niks op papier hadden gekregen. Maar ik zie nu net dat de moties al een tijdje online staan! Bij de voorbereiding van zo’n meeting print je dat dan toch even voor jezelf uit… Moeilijk hè, ego’s.

Ik heb niet alle 16 uur even nauwlettend gevolgd, maar het was duidelijk dat er iets historisch plaatsvond. Voor het eerst in meer dan dertig jaar werd een universele aanbeveling van het Amerikaanse kindervaccinatieschema ingetrokken.

Hoogtepunten vond ik de presentaties van Levi (2:45 PM dag 1) en Siri (9:30 AM dag 2), zie onderaan. Ook voorzitter Malone had opmerkelijke bijdragen en aanvullingen, waar ik er één wil uitlichten: Het Center for Biological Research and Evaluation heeft gesteld dat we niet zomaar kunnen blijven aannemen dat de aanwezigheid van antilichamen zich een-op-een laat vertalen naar bescherming tegen een ziekte. Het meten van antilichamen (de ’titers’) is een kernwaarde in het bepalen van bescherming en dus vaccin-effectiviteit. Dit blijkt een nooit gevalideerde aanname te zijn… Verbluffend. Inderdaad iets om eerst even recht te zetten.

Bewijslast: schade of veiligheid?

De ACIP wil dus richting “shared clinical decision-making” met “informed consent”: ouders en artsen mogen zelf uitzoeken of vaccinatie zinvol is.

Waar eigenlijk alles in die twee dagen om draaide was de vraag: waar ligt de bewijslast? Net noemde ik “critici” en “voorstanders” van vaccinatie maar in wezen waren er alleen maar voorstanders van vaccinatie. De “voorstanders” maken zich sterk voor universele vaccinatie: iedereen prikken, zoveel mogelijk. In het geval van Hepatitis B: dat is een ernstige ziekte en vaccinatie voorkomt die ziekte. Zo simpel is het. De “critici” willen daarentegen alleen gerichte vaccinatie op basis van vooronderzoek, ook naar cumulatieve effecten, risk/benefit afwegingen en NNTV (hoeveel vaccinaties moet je zetten om 1 geval te voorkomen).

De “pro-vaxxers”: baat het niet dan schaadt het niet, dus neem het zekere voor het onzekere. Schade is nooit bewezen.

De “anti-vaxxers”: de veiligheid moet wetenschappelijk bewezen worden. Tot dan: neem het het zekere voor het onzekere: niet vaccineren.

Dertig jaar lang was het dogma: “Vaccineren tenzij iemand hard bewijs op tafel legt dat het schade toebrengt.” In twee dagen tijd is dat dogma op beleidsniveau toch aan het wankelen gebracht. Problematisch, want de keiharde bewijsvoering voor safety (enorme RCT met saline-placebo, jaren follow-up, miljoenen kinderen) is praktisch onmogelijk, dat beseffen de farmaceuten terdege.

Uit diverse presentaties kwam het volgende beeld naar voren:

  • Er is geen enkele studie die het volledige kinderschema ooit heeft getest op cumulatieve effecten.
  • De trials die er zijn gebruiken zelden echte placebo’s.
  • Voor zeldzame ernstige bijwerkingen is de power dramatisch te laag.
  • Als er in de surveillance veel meldingen opduiken, zijn het “slechts meldingen”, het hoeft niet door het vaccin te komen
  • Zijn er zorgelijke statistieken, dan worden die weggewoven met “correlatie is geen causaliteit”.
  • Mechanistisch bewijs (autopsieën, microbiologisch bewijs): “ja maar is in de praktijk een zeldzaamheid, dat gebeurt bijna nooit”.

De vaccinatievoorstanders beriepen zich op “well-established benefits”, “meer kinderen zullen ziek worden”, “je moet niet tornen aan een succesverhaal”.

Uiteindelijk stemde de commissie 8-3 voor Motie 1. Het is de eerste keer dat een officiële adviesraad zegt: “Het ontbreken van bewijs van schade is niet langer voldoende om een universele prik aan alle pasgeborenen op te leggen.” Met andere woorden: de bewijslast kantelt de andere kant op.

Afwezigheid van bewijs wordt niet langer geaccepteerd als bewijs van afwezigheid.

Als dit principe in 2026 ook wordt toegepast op andere vaccins in het schema, dan kan “we weten het eigenlijk niet zeker” een legitieme reden worden om géén universeel beleid meer te maken.

Universeel vaccineren was altijd ‘het zekere voor het onzekere nemen’. Dat is nu niet vaccineren geworden. Bij twijfel: niet inhalen.

Sfeerimpressie van vier bijdragen

Cody Meissner

Tijdens de Hep B-discussie op dag 1 reageerde ACIP-lid Meissner fel op presentaties over mogelijke harms (zoals adjuvanten en cumulatieve effecten). Hij onderbrak soms, praatte door Malone heen en noemde het “niet wetenschappelijk”.

Kernquotes:

  • “Ik neem een krachtig standpunt in tegen elk van de voorstellen… Het hepatitis B-vaccin is een van de grootste successen op het gebied van volksgezondheid.”
  • Op harms: “Er zijn absoluut geen gegevens die dit ondersteunen… Het risico op schade is groot als we dit doen.” Hij waarschuwde voor meer infecties en noemde de discussie gebaseerd op “speculatie en limited evidence – ok, got it!” (/s)
  • Tegen een presentator: “Ik vind dat je niet uitgenodigd had mogen worden. Wat je hebt gepresenteerd is geen wetenschap.”
  • “We brengen schade toe door deze formulering te wijzigen en ik stem ‘nee’.” Hij stemde tegen, en noemde de COVID-aanbevelingen “oneerlijk en onoprecht” in een apart commentaar.

Hij kwam oprecht over en gefrustreerd. Dat is niet meer dan begrijpelijk als er ineens aan iets wordt getwijfeld waar je decennia trots op bent geweest.

Jason Goldman

Goldman is de officiële liaison voor de American College of Physicians (ACP), geen stemgerechtigd commissielid. Hij is ACP-president en internist met focus op infectieziekten, en hij sprak tijdens de liaison-sectie (rond 2:20:00 in de video van Dag 1).

Zijn verhit comment was ad hominem-getint en richtte zich op het proces: hij noemde de meeting “politiek theater” en een “volledige verspilling van belastinggeld”. Hij praatte door interrupties heen en viel Malone aan als “fringe leader” (randfiguur).

Kernquotes:

  • “Deze hele bijeenkomst is een complete verspilling van belastinggeld… Jullie pakken geen echte problemen aan, maar heropenen vaststaande wetenschappelijke kwesties om ideologische redenen.”
  • Op de presentaties: “De presentaties over hepatitis B-vaccinatie zijn niet wetenschappelijk onderbouwd… Dit is antiwetenschap..”
  • Tegen Malone: “Uw leiderschap hier is een farce – u geeft een podium aan advocaten en activisten in plaats van aan deskundigen.”
  • Afsluitend: “Welke belanghebbenden willen eigenlijk een wijziging in de huidige ACIP-richtlijnen? Laat me de gegevens zien, geen anekdotes.”

Zijn opmerkingen werden geprezen in pro-vax kringen als een “roasting” van de commissie.

Retsef Levi

Retsef Levi, professor aan MIT in operations management en data science, is geen nieuwkomer in vaccin-debatten. Hij heeft eerder analyses gedaan over COVID-veiligheidsdata, waaronder signalen in VAERS en Israëlische datasets, waar hij wees op mogelijke ondergerapporteerde vaccinatieschade. Levi is een van de nieuwe ACIP-leden, benoemd in 2025, en zijn bijdragen tijdens deze meetings waren cruciaal.

Op dag 1, tijdens de discussie over de HBV-birth dose, leverde hij een “lengthy comment” dat de toon zette. Levi daagde de commissie uit op de “totality of the evidence”. Hij argumenteerde dat veel veiligheidsstudies als “low quality” worden afgedaan zonder heranalyse, en pleitte voor een heroverweging van universele aanbevelingen bij laag-risico groepen. Specifiek voor hepatitis B zei hij: “We hebben geen robuuste data die aantoont dat de birth dose noodzakelijk is voor alle baby’s, vooral niet als de moeder negatief test. De trials zijn nooit ontworpen om langetermijneffecten te meten, en surveillance-systemen zoals VAERS vangen zeldzame events niet betrouwbaar op.”

Hij verwees naar zijn eigen werk, waar hij data-mining technieken toepaste op grote datasets om patronen te vinden die traditionele methoden missen – denk aan clustering van adverse events na vaccinatie. Later, in de liaison-tijd (waar externe experts input geven), escaleerde het. Levi werd onderbroken met “dit is liaison-tijd, geen debat”, maar hij hield voet bij stuk: “Als we shared decision-making introduceren, moeten we erkennen dat het huidige bewijs niet voldoende is voor universalisme. De bewijslast ligt bij degenen die een prik aan alle pasgeborenen willen opleggen, niet bij critici om schade te bewijzen.”

Levi’s is geen “anti-vaxxer” – hij erkent benefits bij high-risk groepen – maar hij hamert op methodologische zwaktes: kleine samples, korte follow-ups, non-inert placebos. In een bredere context verwijst hij naar studies zoals een 2013-rapport van de National Academy of Medicine, dat bevestigt dat het volledige schema nooit is getest op synergistische effecten.

Aaron Siri

Aaron Siri, een advocaat met een track record in vaccin-rechtszaken en petities tegen mandaat, was de ster van dag 2. Zijn presentatie “Evolution of the Childhood/Adolescent Vaccination Schedule in the U.S. and Vaccine Schedule Comparison: U.S. vs. Other Developed Countries” (samen met Dr. Tracy Beth Høeg) was een masterclass in contextualisering.

Siri, die banden heeft met RFK Jr.’s Children’s Health Defense, gebruikte slides om te tonen hoe het Amerikaanse vaccinatieschema explodeerde na de 1986 National Childhood Vaccine Injury Act (NCVIA), van een handvol doses naar 20+ in de eerste levensjaren. Allemaal dankzij vrijstelling van farmaceuten mbt schadeclaims. Hij vergeleek de VS met landen als Denemarken, Zweden en Noorwegen: “Deze landen hebben minder vaccins, later ingevoerd, en toch lagere rates van chronische ziekten zoals autisme, astma en auto-immuun aandoeningen. Denemarken vaccineert bijvoorbeeld niet universeel tegen hepatitis B bij geboorte, en hun incidentie is vergelijkbaar laag.”

Siri wees op adjuvanten zoals aluminium: “Cumulatieve blootstelling in het eerste jaar overschrijdt EPA-limieten, maar er zijn geen studies die dit testen op neurologische impacts.”
Hij citeerde internationale data: “In de VS is de infant mortality rate hoger dan in veel soortgelijke landen met lichtere schema’s – correlatie? Misschien, maar het verdient onderzoek.”

Hij pleitte voor gepersonaliseerde schema’s: splitsen van gecombineerde vaccins (zoals MMRV in aparte prikken voor kids onder 4) en meer focus op informed consent. Siri’s slot: “Het schema is geëvolueerd zonder rigoureuze veiligheidstesten – het is tijd voor een reset.”

Dit legt een basis voor toekomstige aanpassingen. Siri’s benadering is juridisch scherp: hij heeft via FOIA duizenden documenten opgevraagd, waaronder trials die biases tonen zoals het Healthy Vaccinee Effect (HVE). Zijn presentatie was evidence-heavy, met grafieken over historical shifts en calls voor “patient-centered” beleid.

Al worstelen wij niet met de Amerikaanse Vax-idiotie, het is te hopen dat we ook hier een wat kritischer houding aan gaan nemen ten opzicht van wat we in onze lichamen en die van onze kinderen laten spuiten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *