De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft unaniem besloten om haar missie in Haïti met één jaar te verlengen, terwijl het land nog steeds wordt geteisterd door extreem bendegeweld en politieke instabiliteit. De situatie in het Caribische land blijft bijzonder zorgwekkend, met gewapende groepen die grote delen van het grondgebied controleren.
Volgens Ricardo Moscoso, de plaatsvervangend permanente vertegenwoordiger van Panama bij de VN, is het vernieuwde mandaat van het Bureau geïntegreerde Verenigde Naties in Haïti (Binuh) aangepast aan de huidige omstandigheden. Het moet een evenwicht bewaren tussen steun aan het politieke en electorale proces enerzijds en ondersteuning van het gerechtelijk systeem anderzijds. Het mandaat versterkt bovendien de inspanningen rond het ontwapenen van bendes, hun re-integratie in de samenleving en de bescherming van mensenrechten.
Haïti, het armste land van het Amerikaanse continent, wordt al jaren geconfronteerd met moorden, verkrachtingen, plunderingen en ontvoeringen door criminele bendes. De situatie verslechterde verder in 2024, toen de bendes premier Ariel Henry tot aftreden dwongen. Sindsdien wordt het land bestuurd door een presidentiële overgangsraad die er niet in slaagt het geweld in te dammen. De Amerikaanse vertegenwoordiger Jennifer Locetta herinnerde eraan dat het mandaat van deze raad op 7 februari afloopt en dat politieke actoren dringend een akkoord moeten bereiken of verkiezingen moeten organiseren om een machtsvacuüm te vermijden.
De VN benadrukten dat Binuh, een politieke missie zonder militaire component, niet over de middelen beschikt om gewapende groepen rechtstreeks te bestrijden. De missie focust op institutionele begeleiding, politieke bemiddeling en internationale coördinatie. De repressieve aanpak wordt uitgevoerd door een aparte, complementaire VN‑antibende-eenheid.
Met de verlenging van de VN-missie in Haïti hoopt de internationale gemeenschap een stap dichter bij het herstel van vrede en stabiliteit in het land te komen. Maar met gewapende bendes die nog steeds de dienst uitmaken, is de weg naar vrede nog lang en hobbelig.
.
