In een verrassende wending heeft de centrale kiescommissie aangekondigd dat Sinisa Karan, gesteund door de partij van Dodik, opnieuw de presidentsverkiezing heeft gewonnen in de Bosnisch-Servische entiteit. Met 50,5 procent van de stemmen versloeg hij zijn tegenstander Branko Blanusa, die slechts 48 procent van de stemmen wist te behalen. De herstemming werd georganiseerd nadat het resultaat van de verkiezing van november gedeeltelijk ongeldig was verklaard in 136 stembureaus wegens “onregelmatigheden”, waardoor ongeveer 80.000 kiezers opnieuw naar de stembus moesten.
De oorspronkelijke verkiezing van november had al een nipte overwinning opgeleverd voor Karan, met 50,39 procent van de stemmen tegen 48,22 procent voor Blanusa. De nieuwe stemming bevestigde dit resultaat en betekende daarmee de opvolging van de voormalige president Milorad Dodik, die door de rechtbank uit zijn functie was gezet en voor zes jaar werd uitgesloten van het presidentschap wegens het niet naleven van beslissingen van de internationale Hoge Vertegenwoordiger.
De gerechtelijke procedure tegen Dodik leidde tot een van de ernstigste politieke crisissen in Bosnië en Herzegovina sinds het einde van de oorlog in de jaren negentig. De Hoge Vertegenwoordiger ziet toe op de uitvoering van het vredesakkoord dat ongeveer dertig jaar geleden werd ondertekend en dat de politieke structuur van het land vastlegt.
Een gedeeltelijke herstemming in de Bosnisch-Servische entiteit heeft opnieuw de overwinning bevestigd van een nauwe bondgenoot van de afgezette leider Milorad Dodik, nadat eerdere verkiezingsresultaten deels waren geannuleerd wegens onregelmatigheden. Maar wat betekent dit voor de toekomst van de regio?
.
