
In Nederlandse gemeenten laait een felle discussie op over een nieuw wetsvoorstel dat ervoor kan zorgen dat mensen die uit een gevangenis of instelling komen met voorrang worden gehuisvest. De landelijke overheid werkt aan de conceptregeling Versterking Regie Volkshuisvesting, waarin staat dat ex-gedetineerden in de gemeente waar zij een inrichting hebben verlaten urgent een sociale huurwoning moeten krijgen. De maatregel, bedoeld om terugkeer in de samenleving te bevorderen, stuit op weerstand bij lokale besturen en woningcorporaties die vrezen voor extra druk op de toch al nijpende woningmarkt en langere wachttijden voor reguliere woningzoekenden.
De gemeente Alphen aan den Rijn, waar een van de grootste penitentiaire inrichtingen van Nederland staat, stuurde samen met andere gemeenten een brandbrief aan de Tweede Kamer. De burgemeester en wethouders uitten in die brief hun zorgen over de impact van het nieuwe beleid. Volgens hen legt het voorstel een onevenredige last op gemeenten met grote gevangenissen of instellingen doordat zij verplicht worden mensen op te vangen die niet uit hun regio komen. Ze stellen dat dit haaks staat op bestaande afspraken en het zogeheten woonplaatsbeginsel, dat bepaalt dat mensen idealiter in de gemeente terugkeren waar zij een sociaal netwerk hebben opgebouwd.
De kern van de kritiek is dat wanneer ex-gedetineerden automatisch urgentie krijgen voor een sociale huurwoning in de gemeente waar ze hun straf hebben uitgezeten, dit de wachttijd kan verlengen voor andere woningzoekenden. In Alphen aan den Rijn bedraagt de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning inmiddels bijna 7,5 jaar — een stijging ten opzichte van zes jaar eerder — waardoor bewoners al langer op een huis moeten wachten. Woningcorporatie Woonforte, actief in de regio, erkent de zorgen maar geeft aan dat de precieze impact van de nieuwe regeling nog moeilijk te overzien is. Toch waarschuwt ook de corporatie dat een grote toestroom van urgent woningzoekenden de situatie kan verergeren.
Gemeenten als Den Bosch, waar in Vught een grote penitentiaire inrichting staat, steunen de oproep voor een eerlijkere verdeling van de huisvestingsverantwoordelijkheden. Zij pleiten ervoor dat ex-gedetineerden bij terugkeer in de samenleving bij voorkeur worden gehuisvest in hun eigen gemeente of regio, waar zij familie, vrienden en een sociaal vangnet hebben. Dat zorgt volgens de ondertekenaars van de brandbrief voor een duurzamere reïntegratie én voorkomt dat bepaalde gemeenten onevenredig worden belast.
Het wetsvoorstel gaat niet alleen over gevangenen. Het betreft een bredere herziening van de volkshuisvestingswetgeving waarin ook andere groepen die uit een instelling komen — zoals cliënten van grote ggz-instellingen — urgent huisvesting zouden kunnen krijgen. Die uitbreiding maakt de discussie breder en complexer. Lokale politici en beleidsmakers wijzen erop dat deze groepen vaak extra kwetsbaar zijn en een ondersteunende woonomgeving nodig hebben. Tegelijkertijd worstelen gemeenten met tekorten aan betaalbare sociale huurwoningen en zeer lange wachtlijsten, waardoor urgente gevallen soms moeilijk te prioriteren zijn zonder gevolgen voor anderen.
Critici van het beleid benadrukken dat het huidige systeem al worstelt met een gebrek aan beschikbare sociale huurwoningen. Het toevoegen van een groep met automatische urgentie kan de druk op de woningmarkt nog verder opvoeren. Daarbij speelt het publieke debat over gelijke behandeling en eerlijke toegang tot woningen een rol. Net als bij eerdere voorstellen rond voorrang voor statushouders – een groep die ook onderwerp was van politieke discussie omdat zij ondanks opname in Nederland geen voorrang meer mogen krijgen – wordt hier de balans gezocht tussen sociale rechtvaardigheid en praktische uitvoerbaarheid van huisvestingsbeleid.
Het woonplaatsbeginsel, een kernpunt in de argumentatie van gemeenten tegen het wetsvoorstel, benadrukt het belang van lokale binding bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Gemeenten als Alphen en Den Bosch vinden dat het huidige beleid — waarbij woningzoekenden over de hele linie worden verdeeld — beter recht doet aan de draagkracht van gemeenten zonder grote penitentiaire instellingen. In hun ogen zou de nieuwe regeling ertoe kunnen leiden dat plekken in de sociale huursector nog langer ontoegankelijk blijven voor reguliere woningzoekenden, die al jaren op een woning wachten.
Aan de andere kant stellen voorstanders van de regeling dat het bieden van voorrang aan mensen die uit instellingen komen helpt bij het voorkomen van dakloosheid en versnelt de reïntegratie in de samenleving. Ze wijzen erop dat een stabiele woonomgeving een cruciale factor is voor succesvolle terugkeer en maatschappelijke participatie, en dat zonder adequate huisvesting de kans op terugval in problematiek groter is. Deze visie benadrukt de rol van gemeenten en het Rijk in het voorkomen van sociale uitsluiting en het bevorderen van zelfredzaamheid.
Het kabinet heeft het wetsvoorstel nog niet definitief vastgesteld en ligt ter beoordeling bij de Tweede Kamer. In de tussentijd blijft de discussie op lokaal en nationaal niveau voortduren over hoe er een evenwicht kan worden gevonden tussen het bieden van urgente steun aan mensen die uit instellingen komen en het beschermen van de belangen van reguliere woningzoekenden. Terwijl het debat over huisvesting en sociale huurwoningen in Nederland voortwoekert, blijft de woningnood voor velen een dagelijkse realiteit.
