
Maar dat de stad op Russische televisie wordt besproken als mogelijke plek voor
een kernwapen, komt voor veel Nederlanders als een koude douche. Volgens Joris
Luyendijk gebeurt dat al langer. In De Ongelooflijke Podcast vertelt hij hoe
openlijk hierover wordt gesproken. Zijn frustratie is direct duidelijk: “Waarom
horen wij dit niet? Omdat onze media zo slecht zijn!”
ongemakkelijk concreet. “Je moet het niet op Frankrijk gooien, want die gooien
wat terug. Duitsland ook niet, want dat is heel groot en heel machtig. Waar kun
je ze logistiek zo hard mogelijk raken, zonder dat er een escalatieladder
ontstaat? Rotterdam”.
over effect. Rotterdam raakt Europa waar het pijn doet: handel, logistiek en
energie. Eén klap daar heeft gevolgen die verder reiken dan Nederland. “Ik vind
het ongelofelijk dat dit niet dagenlang voorpaginanieuws is,” zegt Luyendijk.
Achter de schermen wel degelijk onrust
Wie denkt dat dit alleen theoretisch is, komt bedrogen uit.
Volgens Luyendijk leeft de dreiging wel degelijk bij mensen die er direct mee
te maken hebben. “Ik sprak de directeur van de Rotterdamse haven en die was
hier niet relaxed over… Die zei: ik ben twee van de vijf werkdagen bezig met
cybersecurity.” Het laat zien hoe serieus digitale en fysieke dreiging
inmiddels wordt genomen in vitale sectoren.
Rotterdam duikt vaker op in Russische retoriek. In 2022
noemde Andrej Goeroeljov de haven al een interessant doelwit. In 2024 herhaalde
hij dat. Het nieuws haalde de kranten, maar verdween net zo snel weer uit
beeld. Precies dat patroon stoort Luyendijk.
Europa moet wakker worden
zichzelf serieuzer beschermen.
“We moeten onze eigen atoomparaplu hebben. Als die bom op Rotterdam wordt
gegooid, denk ik niet dat de Fransen een bom op Rusland zullen gooien. Dan
krijgen ze namelijk zelf een bom terug. Ik denk dat de Amerikanen al helemaal
geen kernoorlog beginnen als er een bom op ons wordt gegooid.”
Volgens hem is de afschrikking waar Europa op vertrouwt
minder stevig dan vaak wordt gedacht:
“Niemand moet het in zijn kop halen om een kernbom op ons te gooien. De
afschrikking van de NAVO is niet aanwezig. Dat is de situatie. We kunnen
eromheen lullen, wegkijken, maar het is wel de situatie.”
.

