24 jaar lang tastte de politie in het duister, nadat de Amerikaanse Leslie Preer vermoord werd teruggevonden in haar huis. Tot een gevonden DNA-staal vorig jaar plots gelinkt kon worden aan twee Roemeense vrouwen en de politie met een list op de luchthaven uiteindelijk een verdachte kon arresteren.
Op de ochtend van 2 mei 2001 daagde Leslie Preer niet op voor haar werk in een reclamebureau. Een ongeruste collega belde Carl, haar echtgenoot, en haar dochter Lauren op. Carl was die ochtend naar zijn eigen job vertrokken omstreeks 7.30 uur, hij had toen niets opvallends opgemerkt. De collega trok daarop samen met Carl naar het huis van het gezin, dat zich bevond in Chevy Chase, in de Amerikaanse staat Maryland. Toen ze binnenwandelden, zagen ze opgedroogd bloed, een omgekantelde tafel en een tapijt dat verschoven was.
In de badkamer op de eerste verdieping vonden ze vervolgens het lichaam van Leslie. Ze lag in de douche en had een grote wonde aan haar hoofd. Volgens de eerste vaststellingen van de politie had iemand ingebroken en haar aangevallen. Daarna zou de moordenaar het lichaam naar boven hebben gedragen en in de badkamer hebben achtergelaten. Tijdens het sporenonderzoek werd een DNA-staal van een man gevonden, maar de politiediensten waren niet in staat om het aan iemand te linken. Tot vorig jaar.
De speurders gebruikten een relatief nieuwe techniek om de cold case uiteindelijk op te lossen. Die laat toe om genetisch materiaal dat gevonden werd op de plek van het misdrijf, te linken aan personen die hun DNA hebben afgestaan aan geneticabedrijven die onderzoek doen naar bijvoorbeeld voorouders. De techniek leidt niet rechtstreeks naar een verdachte, maar wel naar mogelijke (verre) familieleden.
Het DNA-staal dat in het huis van de familie Preer werd gevonden, kon gelinkt worden aan twee vrouwen uit Roemenië. Zij hadden helemaal niets met de zaak te maken, maar bleken wel cruciaal te zijn in het onderzoek. Twee jaar lang werkte detective Tara Augustin hun stamboom uit, waardoor ze uiteindelijk uitkwam bij een Amerikaanse familie met de naam Gligor. En die naam deed meteen een belletje rinkelen.
Eugene Gligor was eerder al door een voormalige buurman genoemd in het dossier, als de ex-vriend van dochter Lauren. “Dat was ons aha-moment”, zei Chris Homrock, hoofd van de cold case unit van de politiedienst van Montgomery.
Om de hypothese te bevestigen, hadden de agenten een DNA-staal van Gligor zelf nodig. Ze verzonnen een list, om de man niet af te schrikken. Zo konden ze achterhalen dat de verdachte op 9 juni 2024 het vliegtuig zou nemen van Londen naar Dulles International Airport in Washington D.C.. En dus vroegen ze een douaneambtenaar van de luchthaven om Gligor naar een kamer te leiden voor een zogenaamde “secundaire screening”. Op de tafel in de wachtruimte plaatsten ze enkele flesjes water. Gligor dronk van een van de flesjes en liet het daar achter op de tafel.
De agenten lieten vervolgens een DNA-test uitvoeren: het bleek om een rechtstreekse match te gaan met de stalen die onder de vingernagels van Leslie Preer waren gevonden.
Op de ochtend van 18 juni 2024 viel de politie binnen bij Eugene Gligor, die onmiddellijk werd gearresteerd. Een motief hebben de speurders nog steeds niet. Volgens hen is er geen bewijs dat de man met voorbedachten rade handelde. “Het is erg moeilijk om dat vast te stellen”, zei de openbare aanklager John McCarthy. “Ik kan je wel vertellen dat dit een geval van
Source: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20250508_95344240
.

