“In een wereld waar de waarheid verborgen blijft achter een façade van zorg, worden vrouwen al decennia lang misleid door de schijnbare voordelen van mammografiescreening. Wat als de belofte van vroege detectie slechts een illusie is, die leidt tot onnodige pijn en ingrijpende behandelingen? Terwijl de schaduw van overdiagnose en fout-positieve uitslagen steeds groter wordt, rijst de vraag: wie beschermt ons werkelijk tegen de schade die in naam van gezondheid wordt aangericht?”
Arts Peter Gøtzsche stelt dat mammografiescreening al decennia verkeerd wordt voorgesteld en meer schade dan voordeel oplevert.
De Deense arts en onderzoeker Peter Gøtzsche stelt dat vrouwen al meer dan veertig jaar verkeerd worden geïnformeerd over de voordelen van mammografiescreening. In een artikel voor het Brownstone Institute betoogt hij dat drie kernclaims die vaak worden gebruikt om screening te promoten niet kloppen. Volgens hem redt screening geen levens, worden tumoren niet werkelijk vroeg ontdekt en leidt het programma zelfs tot meer ingrijpende behandelingen.
Gøtzsche, medeoprichter van de Cochrane Collaboration en voormalig hoogleraar klinisch onderzoeksdesign aan de Universiteit van Kopenhagen, baseert zijn kritiek op analyses van gerandomiseerde klinische studies en systematische reviews.
Screening redt geen levens
Eén van de belangrijkste claims die onjuist is, is dat mammografiescreening levens zou redden. Volgens hem tonen de best uitgevoerde gerandomiseerde studies geen verschil aan in totale sterfte tussen vrouwen die wel en vrouwen die niet worden gescreend.
In studies met een lange follow-up – in sommige gevallen meer dan twintig jaar – ligt de verhouding in totale sterfte rond 1,00, wat statistisch gezien betekent dat screening geen effect heeft op de kans om te overlijden. De analyses waarop hij zich baseert omvatten tienduizenden sterfgevallen, wat hij ziet als een sterke basis voor zijn conclusie.
Volgens Gøtzsche is de vaak gebruikte maat borstkankersterfte bovendien problematisch. Hij stelt dat deze uitkomst gevoelig is voor bias, omdat de doodsoorzaak in sommige studies niet blind werd vastgesteld of niet altijd door autopsie werd bevestigd. Daardoor kan de classificatie van overlijdensgevallen beïnvloed zijn door kennis van de screeningstatus.
Overdiagnose en overbehandeling
Hij gaat ook in op het fenomeen overdiagnose. Dit verwijst naar het opsporen van tumoren of voorstadia van kanker die zonder screening nooit klachten zouden hebben veroorzaakt tijdens het leven van de patiënt.
Ongeveer 35 procent van de invasieve borstkankers die via screening worden ontdekt, kan onder overdiagnose vallen. Wanneer ook carcinoma in situ – een vroeg stadium van afwijkende cellen – wordt meegerekend, zou dat percentage zelfs kunnen oplopen tot ongeveer 52 procent.
Omdat artsen niet betrouwbaar kunnen bepalen welke tumoren gevaarlijk zijn en welke niet, worden vrijwel alle gevonden afwijkingen behandeld. Dat leidt tot onnodige operaties, bestraling en chemotherapie bij vrouwen die zonder screening nooit ziek zouden zijn geworden. Deze behandelingen brengen op hun beurt weer gezondheidsrisico’s met zich mee.
“Vroege detectie” misleidend
Een tweede belangrijke stelling is dat het idee van vroege detectie misleidend is. Op basis van studies naar tumorgroei stelt Gøtzsche dat een tumor gemiddeld ongeveer 21 jaar aanwezig kan zijn voordat hij groot genoeg wordt om zichtbaar te worden op een mammogram.
Dit betekent dat screening de diagnose gemiddeld minder dan een jaar vervroegt. In zijn ogen is het daarom misleidend om mammografie te presenteren als een methode die kanker “vroeg” opspoort.
Meer borstamputaties in plaats van minder
Een andere veel gehoorde claim over screening is dat het zou leiden tot minder ingrijpende behandelingen, omdat tumoren eerder worden ontdekt. Gøtzsche stelt echter dat het tegenovergestelde gebeurt.
Door overdiagnose worden meer tumoren vastgesteld en behandeld. In analyses van gerandomiseerde studies vinden in de gescreende groepen ongeveer 31 procent meer borstamputaties plaats dan in de controlegroepen.
Hij verwijst ook naar gegevens uit Denemarken, waar screening geleidelijk werd ingevoerd. Uit de cijfers blijkt dat het aantal borstamputaties in regio’s waar screening werd aangeboden steeg, zonder dat dit later werd gecompenseerd door een daling.
Fout-positieve uitslagen
Een ander belangrijk nadeel van screening is het grote aantal fout-positieve uitslagen. Hij stelt dat tussen een kwart en de helft van de vrouwen die regelmatig deelnemen aan screening minstens één keer een uitslag krijgt die op kanker lijkt te wijzen, terwijl later blijkt dat er geen sprake is van kanker.
Dergelijke uitslagen kunnen leiden tot extra onderzoeken, biopsieën en langdurige onzekerheid of stress.
Kritiek op de medische gemeenschap
Gøtzsche uit ook stevige kritiek op de manier waarop screening wordt gepresenteerd door medische organisaties, onderzoekers en kankerorganisaties. De voordelen van screening worden vaak overdreven, terwijl de nadelen onderbelicht blijven.
Hij beschuldigt sommige onderzoekers zelfs van het manipuleren of verkeerd presenteren van gegevens om screening effectiever te laten lijken. Daarbij spelen reputatie, financiering en institutionele belangen een rol.
Conflicten met Cochrane
Gøtzsche beschrijft ook spanningen met de Cochrane Collaboration, de organisatie die hij zelf mede oprichtte en die bekendstaat om haar systematische reviews van medisch onderzoek. Een update van zijn review over mammografiescreening werd geweigerd omdat men vreesde dat zijn conclusies tot controverse of “desinformatie” zouden leiden.
Hij ziet dit als een voorbeeld van hoe gevestigde medische instellingen vasthouden aan bestaande opvattingen over screening.
Kritiek op uitnodigingen voor screening
Tot slot bekritiseert Gøtzsche de manier waarop vrouwen worden uitgenodigd voor screeningprogramma’s. In sommige landen ontvangen vrouwen een brief met een vooraf geplande afspraak voor een mammogram, vaak gevolgd door herinneringsbrieven wanneer zij niet reageren.
Deze aanpak zet vrouwen onder druk om deel te nemen, terwijl zij niet volledig worden geïnformeerd over de mogelijke nadelen van screening.
Conclusie
Op basis van zijn analyse concludeert Gøtzsche dat mammografiescreening meer schade dan voordeel oplevert. Hij stelt dat screening geen levens redt, leidt tot meer operaties en veel fout-positieve diagnoses veroorzaakt. Daarom pleit hij ervoor dat landen hun screeningsprogramma’s heroverwegen en dat vrouwen beter worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s.

