• di. jan 27th, 2026

Enorme gevolgen

Nederland was er vroeg bij met de invoering van het ecologische netwerkmodel. Al in 1990 werd er gestart met het aanleggen van een ‘Ecologische Hoofdstructuur’ (EHS). Deze is in 2013 omgedoopt tot ‘Natuur Netwerk Nederland’ (NNN).

Die Hoofdstructuur is, net als in het Wildlands-voorstel, continentaal. Hij moet samen met natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) gaan vormen. Ook de Natura 2000-­gebieden, die op Europees niveau op basis van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) worden vastgesteld, volgen het ecologische netwerkmodel. Omdat Nederland onder de EU-wetgeving valt, zijn in 2003 141 Natura-gebieden aangemeld bij de EU. Inmiddels is dit aantal opgelopen tot 162. Zowel de EU als Nederland hebben de Biodiversiteitsconventie geratificeerd. De EU voldoet aan de eisen van het Biodiversiteitsverdrag via het Natura-beleid. Nederland voldoet hieraan via zowel de Natura- als de NNN-gebieden. De meeste Natura-gebieden zijn ook NNN-gebieden, maar ze overlappen niet geheel.

De aannames die ten grondslag liggen aan het natuurbeleid van Nederland, de EU en de VN — dat de mens slecht is voor de natuur en dat er zoiets bestaat als oorspronkelijke, ‘wilde’ natuur, die bestond op een moment dat er ­minder mensen waren en minder of geen economische activiteit — hebben nogal wat implicaties. Omdat de mens slecht is voor de natuur, moet de natuur tegen de mens worden beschermd. Het gevolg is dat grote stukken land off-limits worden voor mensen en economisch gebruik. De Biodiversiteitsconventie vereist dat in 2030 tot 30 procent van het land en de zee wordt gereserveerd voor de natuur. Daarnaast moeten ‘herstelwerkzaamheden’ worden uitgevoerd op 30 procent van het grondgebied. Als alle huidige natuurdoelen worden behaald, dan bestaat ons land straks voor 40 procent uit natuur, zo rekende agrarisch onderzoeksjournalist Geesje Rotgers uit.

Dit heeft enorme gevolgen voor landbouw, visserij, wonen, eigendomsrecht en de leefbaarheid van het land. Natuurbescherming zoals het nu is ingevuld, gaat niet samen met wonen, leven of ondernemen. In feite worden grote delen van ons dichtbevolkte land onbewoonbaar gemaakt. Het betekent dat grote aantallen mensen onteigend moeten worden om ruimte te maken voor natuur. Dat is nu al aan de gang. Dit gebeurt soms rechtstreeks, maar voornamelijk door rendabele activiteiten onmogelijk te maken door een eindeloze reeks wet- en regelgeving.

Een schrijnend voorbeeld van de anti-­beschavingsagenda van het natuurbeheer is wat er in Europa gebeurt met de dammen, die overal in Europa worden verwijderd, terwijl zij een van de weinige echt schone alternatieve energiebronnen vormen en bovendien zorgen voor zoetwateropslag. Op de site van Dam Removal Europe is te lezen dat er al 8146 van deze ‘obstakels’ verwijderd zijn. Alleen al in 2024 werden er 542 dammen verwijderd.

Ironisch is dat de natuur moet worden beschermd tegen menselijk ingrijpen en dat daarom de meest recente ­gebruikers — boeren en bewoners — worden geweerd, terwijl het beheer vervolgens wordt overgenomen door de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s) zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Extra ironisch is dat die vervolgens de natuur terugbrengen tot een veronderstelde historische staat, die meestal helemaal niet leidt tot meer biodiversiteit. De oorspronkelijke natuur is namelijk helemaal niet zo rijk als de later door de mens ontwikkelde natuur. Historisch gezien bestonden grote delen van Nederland uit ‘woeste gronden’, venen, moerassen, heide en zandverstuivingen. Heel arme natuur. Deze situatie werd in 47 na Christus beschreven door de Romeinse historicus Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia: “Tweemaal per dag overstroomt de oceaan een groot deel van hun gebied, zodat het niet goed uit te maken is of dit land tot de zee of tot het land gerekend moet worden. Daar probeert een armzalig volk in leven te blijven door huizen te bouwen op steile heuveltjes. Die heuveltjes zijn met handkracht opgeworpen tot een hoogte die net boven de hoogste vloed uitsteekt. Bij vloed lijken zij schipbreukelingen. Zij leven van vis die zij met netten in het slijk vangen. Zij verwarmen hun verkleumde leden door modder te verbranden, die zij meer door de wind dan door de zon hebben laten drogen. Zij drinken niets dan regenwater, dat zij in een kuil voor hun woning bewaren.  En deze volkeren spreken van slavernij als ze vandaag de dag door het Romeinse volk overwonnen worden!”

Extreme beperkingen

Er is een gangbare grap over Nederland: “God schiep de wereld, maar de Nederlanders schiepen Nederland.” De Nederlanders hebben de moerassen en veengebieden drooggelegd en met een ingenieus systeem van sloten, dijken en windmolens het land teruggewonnen en in vruchtbare grond veranderd. Nadat de boeren in de 19e eeuw de woeste grond met overheidssteun ontgonnen, bloeide de biodiversiteit in Nederland. Zij bewerkten de grond rond bossen, veenmoerassen en beken. Hilde Huizinga, die vier boeken schreef over de geschiedenis van het Nederlandse landschap, beschrijft de overvloed die rond de eeuwwisseling aanwezig was: “Het wemelde van de fazanten, hazen, patrijzen, weide- en ­akkervogels, kikkers, uilen”.

Om het land terug te brengen naar de ‘oorspronkelijke staat’ en in die staat te houden, zijn extreme ingrepen nodig. Er worden op grote schaal bomen gekapt, de vruchtbare bovenlaag van de grond wordt afgegraven en vruchtbaar land wordt onder water gezet. De oorspronkelijke natte gebieden worden in het natuurbeleid zelfs als dermate belangrijk gezien, dat ze onder een aanvullend VN verdrag vallen: het Ramsarverdrag. Onderdeel van dit verdrag is dat in Nederland ruim 1.000.000 hectare moet worden veranderd in wetlands, moerassen, vennen en veen- of plasgebieden. Dat is 27 procent van de totale oppervlakte van Nederland!

Bovendien moeten volgens de logica van de conservatiebiologie de voor de ­habitat kenmerkende dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Voor de ‘rewilders’ is het terugbrengen van grote roofdieren daarom een speerpunt. Vandaar dat we in Nederland nu worden opgejaagd door ­exploderende wolvenpopulaties. In andere delen van Europa komen zelfs populaties van beren en lynxen terug.

Natuurherstel, op deze manier ingevuld en uitgevoerd, is niets minder dan het terugdraaien van de beschaving. Het is een regelrechte aanval op de mens — op onze manier van leven, onze welvaart, ons bestaan. Vlak voordat de industrialisering een vlucht nam, telde Nederland rond de drie miljoen inwoners. In 2025 zijn dat er meer dan 18 miljoen. Die krijgen nu extreme beperkingen opgelegd in hun economische activiteiten, inclusief de landbouw en voedselvoorziening. We stevenen af op een land waarin mensen opeen worden gepakt in steden, armoedig en afhankelijk, en worden teruggeworpen naar een pre-industrieel, marginaal bestaan.


Source: https://clintel.nl/natuurbeleid-bedreigt-mens-en-natuur/

.


Door Clintel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *