
Waarom deelt de chemische industrie deze grafiek niet massaal en publiekelijk? Helpen wij daadwerkelijk de industrie om zeep voor slechts een honderdste graad minder wereldwijde opwarming in 2050? In hun publieksuitingen blijft de industrie benadrukken dat ze meewerken aan het Parijs klimaatakkoord en dat de industrie in 2050 ook net zero wil zijn. Shell deed dat in de rechtszaak met Milieudefensie. Eind december zei Tabita Verburg, directeur van Dow Benelux, het letterlijk in een interview met NRC: “Dow houdt vast aan zijn doelstellingen om in 2050 wereldwijd net zero te zijn.”
De oplossing in de EU is altijd dat meer overheidsbeleid (en dus meer geld naar de overheid) moet gaan zorgen voor lagere energieprijzen. Draghi pleitte in zijn rapport The Future of European Competitiveness uit september 2024 voor een jaarlijkse extra 750-800 miljard euro aan investeringen, die nodig zouden zijn om de concurrentiekracht te herstellen en niet verder achterop te raken bij de VS en China. Vergroening van de industrie is een belangrijk onderdeel van zijn plan. Hij negeert dat we juist door de ambitieuze vergroeningsplannen in deze misère terecht zijn gekomen.
Groene sprookjes
Het nieuwe kabinet blijft in het coalitieakkoord hameren op “klimaat en groene groei”. Het schrijft: “We zetten vol in op elektrificatie, omdat dit de belangrijkste route is om de industrie te verduurzamen.” Het zegt te willen investeren in energiezekerheid en betaalbare energie. Daarna volgt een opsomming van doelen en projecten: het aanpakken van de netcongestieproblemen, meer wind op zee, meer ondergrondse CO2-opslag, de productie van groen gas en groene waterstof. Al deze projecten zijn niet economisch rendabel zonder overheidssubsidie en zelfs mét subsidie (denk aan groene waterstof) komen ze vaak niet van de grond. Hoe kunnen deze plannen energie betaalbaar maken? Dat kunnen ze niet. Het zijn niet meer en niet minder dezelfde groene sprookjes die ons al jaren verkocht worden en die geleid hebben tot de exorbitant hoge prijzen waar zowel de industrie als de consument nu mee opgezadeld zitten.
De VNCI, de branchevereniging van de chemische industrie, reageerde positief op de plannen van het kabinet. Hoe kan dat, zult u denken? Welnu, het betekent meestal dat de VNCI vindt dat de politiek goed genoeg naar zijn wensen geluisterd heeft: “De industrie krijgt daarnaast financiële lucht door het verlagen van de elektriciteitskosten voor energie-intensieve bedrijven en er is eindelijk zekerheid over het definitief schrappen van de nationale CO₂-heffing. Ook netcongestie krijgt voorrang, met een speciale Crisiswet […]”.
Aangezien de eerder genoemde plannen veel geld gaan kosten (hoeveel vertelt het regeerakkoord uiteraard niet) betekent lastenverlichting voor de industrie een lastenverzwaring voor de rest van de samenleving. Ergo, meer belasting, linksom of rechtsom. Er komt op het gebied van klimaat geen enkele koerswijziging vanuit het kabinet. De doelen blijven heilig, elektrificatie blijft het middel, en de prijs ervoor zal exorbitant hoog zijn maar dat wordt er niet bij gezegd. Geen van de ‘stakeholders’ zal roepen dat de keizer geen kleren aan heeft, want diegene zal gekielhaald worden.
En dat, tenslotte, is het ‘knappe’ aan deze hele exercitie. Hoe krijg je een heel continent zover dat het zichzelf ten val brengt, niet vanwege een noodlot of externe dreiging, maar puur vanwege het eigen streven naar een moreel verheven doel, namelijk ‘het redden van de planeet’ (waartoe het beleid dus sowieso niet kan leiden). Zoals journalist Tilak Doshi het op 02 februari 2026 beschrijft in zijn artikel “De chemische afrekening van Duitsland: Hoe Europa zijn industriële kern afbreekt”, waarin hij zegt: “Kernenergie ontmantelen, binnenlandse fossiele brandstoffen afknijpen en Russisch gas sanctioneren – zonder echte alternatieven – was een morele kruistocht. Energierealisme werd geofferd op het altaar van klimaatdeugd. De gevolgen lagen voor de hand.”
Ook de altijd messcherpe Duitse econoom Hans-Werner Sinn liet zich onlangs in een interview het volgende ontvallen: “Het meest rampzalige was de ideologisering van het klimaatbeleid, met de ambitie om fossiele brandstoffen tot nul te brengen: dat is pure, afgedwongen de-industrialisatie.”
Terug naar Marco Mensink, algemeen directeur van Cefic. In zijn zelfde post op Linkedin deed hij de volgende oproep aan beleidsmakers: “Dus aan alle beleidsmakers, nogmaals: er is geen onafhankelijk, veerkrachtig, veilig of welvarend Europa zonder een bloeiende industrie. Jullie moeten handelen. Heb lef. Nu. Red onze industrie voordat het te laat is en jullie weer volledig afhankelijk zijn van de rest van de wereld.”
Tegen Mensink en al die andere betrokken mensen in de industrie zou ik het volgende willen zeggen: alleen als de absurde klimaatdoelen van tafel gaan is het nog mogelijk om de industrie te redden. Zoals jullie zelf zeggen, er is geen tijd meer te verliezen. Heb lef en doe wat je tot nu toe niet durfde. Zeg dat de klimaatdoelen niet heilig zouden moeten zijn.
Source: https://clintel.nl/klimaatdoelen-killen-de-chemische-industrie/
.
