Het is 1854.
In Brussel worden serieuze aanvalsplannen van België tegen Nederland voorbereid. Het ging om de “bevrijding” van het rooms-katholieke bevolkingsdeel van Nederland, waarna de grens enkele provincies kon worden opgeschoven to de grote rivieren; een oud plan van de Franse Zonnekoning Lodewijk de Veertiende. Deze keer was Leopold II de geestelijke vader van de bezetting van Zuid Nederland. Een heuse spionagedienst deed onderzoek naar de militaire capaciteit van Noord Nederland en kwamern terug met de conclusie, dat de Marine het leeuwendeel van het Oorlogsministerie opslorpte. Men voorspelde een “cake walk”. Het plan ging niet door omdat de grote mogendheden (in dit curieuze geval) geen trek hadden in onbeduidende familievetes en ongecontroleerde godsdienstwaanzin. De grote mogendheden deden ook toen al dienst als een soort centrale Europese regering. Engeland en Frankrijk hadden Rusland de oorlog verklaard en de Krimoorlog was net begonnen. Leopold kon zich in Kongo verder uitleven.

Ik begrijp goed dat het allemaal afgezaagd en vervelend klinkt. Waarom moeten we nu weer 171 jaar terug in de tijd en van alles oprakelen wat we al weten en waar we toch niets meer aan kunnen doen? Bovendien: wat is er van waar en wat is er verzonnen? Kunnen we ons niet beter op de toekomst richten?
Vooral dit laatste is iets wat je vaak hoort. Wat je minder vaak hoort is dat het soms wel eens lijkt alsof de toekomst al verleden tijd is. Ook dat klinkt weer absurd natuurlijk, maar niet nadat we een lijvig boekwerk uit 1854 van de plank halen en er wat doorheen bladeren. Het boek is 171 jaar oud en samengesteld uit toen recente en minder recente geschriften. Als je dat moet geloven. De mensen moesten worden getraind in “vooruitgang”.

“Nuttige en huiselijke ambachten”. Het lijkt een redelijk complete handleiding voor letterlijk “van alles en nog wat”. Van landbouw, tot cementproductie via medicijnen tot en met kleurstoffen. Ook is het niet echt wetenschappelijk en technologisch te noemen, maar meer praktisch en beschrijvend. Als je op onderstaande inhoudsopgave klikt, kom je in de bibliotheek van weleer terecht.

Een compleet en praktisch handboek, alsof de bevolking van die tijd instructies kreeg van derden, alsof er niets van de voorouders van generatie op generatie werd overgedragen, alsof alles van de grond af moest worden opgebouwd. Een verzameling handige tips om het hoofd boven water te houden. Over het bouwen van huizen lezen we niets, want die stonden er om mysterieuze redenen al. Wegenaanleg, spoorwegen, kanalen graven, blijkbaar was dat alles bekend. Zeeschepen, stoommachines, luchtschepen, de ene na de andere wereldtentoonstelling. Het “grote werk” was al gedaan.
Nadat het “grote werk” al was gedaan – het inmeten en benoemen wat nog overeind stond – kon de pacificatie van de continenten en de herbevolking beginnen. Met dit handboek in de bagage kon de kleine man in leven worden gehouden. Kinderen die werden gevonden werden tewerkgesteld in de fabrieken die er ook al stonden.
De geschiedenis mag dan niet interessant voor de huidige comateuze generaties zijn, er is nog veel van te leren voor de volgende generaties. Hoewel het interessanter zou zijn om er achter te komen hoe de hele infrastructuur is aangelegd, en pas daarna de herbevolking is begonnen.
Ook al lijkt het allemaal logisch, we leerden vroeger al het rijmpje:
Hier klopt iets niet, hier klopt iets niet.
Ik hoor getik, maar het regent niet.
Source: https://herstelderepubliek.wordpress.com/2025/07/15/het-5000-receptenboek/
.
