Marcel Crok, ‘CLINTEL’-directeur, schreef bij het onderstaande artikel, dit commentaar:
“Mijn inbox en social media kanalen stromen deze week vol met felicitaties. Aanleiding zijn de verschillende berichten, o.a. dit artikel in de Volkskrant (HIER):
‘KNMI ‘vindt’ zeven hittegolven van vóór 1950, een overwinning en principekwestie voor klimaatcritici. Na een slepende discussie van zo’n zeven jaar heeft het KNMI erkend dat wij – vier onderzoekers – gelijk hadden met onze kritiek op de temperatuurcorrecties van ons nationaal weer- en klimaatinstituut. Het KNMI komt daarmee tegemoet aan critici van de stichting Clintel, een denktank die het nut van klimaatbeleid betwist. De klimaatcritici wijzen er al acht jaar op dat het KNMI een aantal hittegolven ten onrechte uit de boeken heeft geschrapt (HIER).’
Ook andere media pikken het inmiddels op zoals RTL Nieuws (HIER), de Telegraaf (HIER) en de NOS (HIER).”
* * *

*
Er waren maar liefst
7 hittegolven van vóór 1950 weggelaten uit
de nieuwe ‘statistisch aangepaste’
KNMI-overzichten en -grafieken..!??!
*
Eindelijk: KNMI corrigeert
‘VERDWENEN FEITEN’..!!
2026 © Marcel Crok | deze versie WantToKnow.nl/be
*
Marcel Crok is zichtbaar blij: “Een grote overwinning? Absoluut! En.. de aanhouder wint? In dit geval wel tenminste! Het is goed dat het KNMI ons nu bij deze herziening heeft betrokken en dit recht zet. Maar het was wel een heel lange battle.’ KNMI-klimaatwetenschappelijk onderzoeker Peter Siegmund is ook duidelijk over deze voor het KNMI onverkwikkelijke zaak:

“Ruim zes jaar geleden verklaarde het KNMI nog aan de Volkskrant (HIER) ‘dat we geen enkele behoefte voelen inhoudelijk te reageren’ op de kwestie. De critici zouden zich te veel ‘in de hoek van achterdocht en ontkenning positioneren’, zo was het officiële KNMI-commentaar. En juist dáár komt het instituut nu op terug. Deze criticus, de gepensioneerde mycoloog Frans Dijkstra. had gewoon een punt.’
Frans Dijkstra is een van de vier onderzoekers en de eerste auteur van de wetenschappelijke paper die wij in 2021 over deze kwestie publiceerden. Op de website van het KNMI zelf leest het artikel over deze kwestie (HIER) zoveel mogelijk als een nothing to see here. Maar de journalist van de Volkskrant, had het onlangs haarscherp in de gaten. Dit is nieuws: een jarenlang ‘conflict’ tussen ons en het KNMI werd plots in ons voordeel beslecht en een KNMI-er erkent het in de krant.
‘Als gevolg daarvan verdwenen er maar liefst 16 van de 23 hittegolven uit de periode 1901-1950 uit onze geschiedenisboeken..! De bloedhete zomer van 1947, die met vier hittegolven recordhouder was (tot dan toe) verloor drie hittegolf-dagen en zakte deze recordhouder helemaal weg uit de top-hittegolfdagen.’
Voor wie het klimaatdebat volgt is deze erkenning door het KNMI bijna een mirakel. Marcel Crok beschrijft in dit artikel vooral dat proces. Zijn collega’s Frans Dijkstra en Rob de Vos schreven HIER al een artikel dat inhoudelijk de nieuwe correcties van het KNMI bespreekt.
De niet-vermeldde hittegolven!!
Waar deze kwestie over gaat, daar heeft Stichting Clintel in 2019 al een dik rapport over gepubliceerd. Het droeg de Suske & Wiske-achtige titel ‘Het raadsel van de verdwenen hittegolven’ (HIER) (een beetje humor blijven houden is belangrijk vonden wij) en later in 2021 kwam er dit wetenschappelijk artikel (HIER).

Het draait allemaal om het volgende: Het KNMI corrigeerde in 2016 oude temperatuurmetingen uit de periode 1901-1950. Metingen vanuit het KNMI-station in De Bilt. Een correctie, vanwege ‘de overgang naar een nieuw meetstation en een verplaatsing van een paar honderd meter op het KNMI-terrein’... Normaal gesproken meet je dan een paar jaar met de oude en nieuwe methode op dezelfde locatie en dan kun je corrigeren voor een eventuele systematische afwijking tussen de twee methoden en heb je weer een ‘homogene’ reeks (vandaar dat zo’n proces ook ‘homogenisatie’ wordt genoemd).
Het KNMI beweerde aanvankelijk echter dat er geen parallelmetingen gedaan waren in 1950 (later bleken die er wel te zijn, maar alleen niet voor de verplaatsing) en besloot De Bilt daarom met een statistische methode te corrigeren aan de hand van station Eelde dat 150 kilometer ten noordoosten van De Bilt ligt.
De correcties van het KNMI voor De Bilt hadden nagenoeg geen effect op de jaargemiddelde temperaturen (en leken daardoor dus in orde), maar op extreem warme dagen liepen de dagcorrecties hoog op, van 1,2 graden tot 1,9 graden. Als gevolg daarvan verdwenen er maar liefst 16 van de 23 hittegolven uit de periode 1901-1950 uit onze geschiedenisboeken..! De bloedhete zomer van 1947, die met vier hittegolven recordhouder was (tot dan toe) verloor drie hittegolf-dagen en zakte dus uit de top weg.
Deze kwestie laaide 7 jaar geleden op; in de warme zomer van 2018.
Claims dat hittegolven tegenwoordig drie keer zo vaak voorkomen waren geregeld te horen in de media. Ja, maar dan ná deze bizarre correcties van het KNMI, zo repliceerde ik op Twitter (nu 𝕏). Ik deed een oproep voor crowdfunding en Rob de Vos van de website klimaatgek.nl en ik gingen aan de slag om te kijken of de correcties van het KNMI wel legitiem waren. Je zou kunnen zeggen, dat ik- als het ware was ‘wakker geschoten’!.

Later sloten Frans Dijkstra en Jan Ruis, allen gepensioneerd, zich bij ons aan. Ons rapport in 2019 stelde (HIER) dat het KNMI (veel) te ver was doorgeschoten in haar correcties en dat die correcties daardoor natuurlijk -wat ons betreft- ‘volstrekt onverdedigbaar’ waren. De Telegraaf bereidde een artikel voor, met wederhoor van het KNMI, maar op het laatste moment werd dat teruggefloten door de hoofdredactie van de krant.
(Later vernam ik dat de toenmalige directeur van het KNMI, Gerard van der Steenhoven, op een bijeenkomst voor KNMI-alumni had gepocht, dat het artikel door zijn toedoen niet was verschenen..!)
Potkaars..
Toen werd ik benaderd door Rico Brouwer die mij wilde interviewen (HIER) voor zijn podcast Potkaars.nl. Brouwer besloot vooraf het KNMI te vragen om een reactie; dat werd vervolgens een heel interessant gesprek. Cees Molenaars, destijds woordvoerder van het KNMI (inmiddels overleden), riep daarin onder andere (HIER):
- Wat Marcel Crok schrijft is kwalijk.
- Crok wordt niet serieus genomen, de Telegraaf e.a. media prikken er doorheen; ze publiceren niet en geven hem geen podium.
- Crok meent dat ’t KNMI het opzettelijk doet
- Crok heeft geen behoefte om te weten hoe het echt zit.
- Crok doet dit voor zijn klimaat sceptisch beeld.
- KNMI heeft voortdurend aan laten zien hoe het zat.
- Crok leeft van het feit dat hij klimaatontkenner is.
- En Crok is daarbij gelieerd aan Thierry Baudet, de PVV, de Rechterflank van het politieke spectrum.
- Crok wil een hetze tegen ’t KNMI ontketenen.
- Het is eigenlijk teveel eer, om Crok van repliek te dienen.
Molenaars kon op dat moment het rapport nog niet gelezen hebben.
Dat is natuurlijk het méést kwalijke. Maar toch waren deze punten bij voorbaat zijn reacties; vooral en voornamelijk dus, speculaties over mijn motieven en diverse ad hominems. Aangezien Brouwer deze opmerkingen online (HIER pdf) had gezet nam ik per e-mail contact op met de KNMI-directeur Gerard van der Steenhoven en ik vroeg hem of dit de manier was, waarop een door de overheid gefinancierd instituut als het KNMI met critici wilde omgaan.
ER volgde toen een gesprek op het KNM met directeur Van der Steenhoven en ‘woordvoerder’ Cees Molenaars. Ik kan je vertellen, dat dit een onthutsende ervaring voor me was. Op mijn vraag of het KNMI zou gaan reageren op ons rapport was het antwoord, dat dat niet zou gaan gebeuren. Op mijn daarop volgende vraag waarom dan niet was het antwoord: “We vertrouwen jou niet.” Ik antwoordde met de opmerking:
“Wetenschap is geen kwestie van vertrouwen. Wat wij schrijven in dit wetenschappelijk rapport klopt óf niet, maar in beide gevallen wil ik het graag horen.’
Wij probeerden ook met de KNMI-onderzoeker die de statische ‘homogenisatie'(zie boven) had uitgevoerd in contact te komen, maar die wilde geen gesprek en uitsluitend per e-mail hierover corresponderen. Deze houding van het KNMI laat zich wel verklaren. Wij zijn slechts vier kritische buitenstaanders, maar zij hebben de autoriteit en het geld (ons onderzoek al die jaren is vrijwel zonder financiering gedaan).
‘We stonden dus 10-0 achter, ook al wisten we dat we gelijk hadden..!’
Ze hebben daarbij goede contacten in politiek Den Haag en zoals het gemelde incident bij De Telegraaf laat zien, heeft het KNMI de media kennelijk ook behoorlijk onder in haar greep. En dus, zolang de media en de politiek er geen heisa van maakten, was het totaal negeren van onze inspanningen en publicaties verreweg het gemakkelijkst. We stonden dus 10-0 achter, ook al wisten we dat we gelijk hadden.

Over een andere boeg: ‘Laten peer reviewen’…
We besloten het over een andere boeg te gooien. Het KNMI had haar ‘statische homogenisatie’ nooit peer reviewed gepubliceerd. Ons rapport was ook niet peer reviewed maar werd onder andere om die reden niet serieus genomen. We besloten onze kritiek samen te vatten in de vorm van een wetenschappelijk artikel en na een aantal afwijzingen (deels terechte kritiek die ons werk beter heeft gemaakt) slaagden we er in december 2021 in ons werk te publiceren (HIER) in een degelijk wetenschappelijk tijdschrift.
De kern van onze kritiek is gebundeld in onderstaande figuur die ook in de paper staat:
Hier zie je de verhouding van tropische dagen (dagen warmer dan 30 graden Celsius (Tx=>30)) bij de vijf Nederlandse hoofdstations voor en na 1950. Het getal 1 langs de verticale as betekent net zo veel tropische dagen in de 50 jaar voor 1950 als in een even lange periode na 1950. Een getal groter dan 1 betekent meer tropische dagen voor 1950 dan erna. Te zien is dat de verhouding redelijk overeenkomt bij de vier hoofdstations en dat De Bilt voor de homogenisatie (donkergrijs) in lijn is met de andere hoofdstations, maar erna (lichtgrijs) plots een enorme outlier is geworden. Dit was en is het keiharde bewijs, dat de correcties in De Bilt veel te ver zijn doorgeslagen. Je kunt je zelfs afvragen of dit ‘homogeniseren’ überhaupt nodig was…!!Het gevolg is dat zeven van de verdwenen hittegolven weer terug in de boeken staan en dat 1947 opnieuw het recordjaar is geworden met vier hittegolven. Zonder peer reviewed publicatie was dit nooit gelukt, hoe oneerlijk het ook is, omdat het KNMI zelf ook niet peer reviewed over deze kwestie heeft gepubliceerd.
Voorsprong
En zo lagen de kaarten plots heel anders; wij hadden peer reviewed gepubliceerd, het KNMI zelf niet..! Voor het eerst in deze jarenlange discussie stonden wij plots 5-0 voor. Maar de media negeerden deze paper echter nog altijd, ook al hadden we een persbericht rond gestuurd. Het KNMI beloofde echter in ‘De Andere Krant’, dat hen wél om een reactie had gevraagd, dat ze ernaar zouden kijken. Dat heeft dus nog vier jaar geduurd, maar nu is daar dan eindelijk de erkenning dat wij ‘een punt’ hadden.
En precies wat wij eind 2021 in ons persbericht (HIER) hadden geschreven is gebeurd: gebruik bij de homogenisatie meerdere stations (KNMI gebruikt nu Eelde en Beek) en gebruik van een langere vergelijkingsperiode (KNMI gebruikt nu 15 jaar, eerder slechts 56 maanden). De grafiek die we hierboven plaatsten ziet er nu zo uit:
De Bilt is nu geen outlier meer ten opzichte van de andere stations. Het gevolg is dat zeven van de verdwenen hittegolven weer terug in de boeken staan en dat 1947 opnieuw het recordjaar is geworden met vier hittegolven. Zonder peer reviewed publicatie was dit nooit gelukt, hoe oneerlijk het ook is, omdat het KNMI zelf ook niet peer reviewed over deze kwestie heeft gepubliceerd. Maarten Keulemans, die het nieuws nu oppikte, sloeg er in het verleden ook nooit op aan. Het was in zijn ogen een mierenneukerige detailkwestie.
Tja, veelzeggend. Het KNMI corrigeert historische temperatuurmetingen, claimt vervolgens bij de NOS en in de Volkskrant een spectaculaire toename van hittegolven, en als de correcties dan fout geweest blijken te zijn zegt de wetenschapsjournalist van de VK “oninteressant”. https://t.co/XQodf5GSZq
— Marcel Crok (@marcelcrok) May 16, 2023

Conclusie en commentaar
Ik was en ben het niet eens met de opmerking van ‘wetenschaps-journalist’ Keulemans, dat het in zijn ogen een mierenneukerige detailkwestie is/was!!
Van meet af aan ging dit niet over de vraag wat meer of minder hittegolven in het piepkleine Nederland nu betekenen voor de bredere wereldwijde klimaatdiscussie. Voor mij ging het om de neiging van het KNMI om telkens weer met alarmistische claims te komen en in hoeverre die nu wel of niet terecht waren. Het ging over de betrouwbaarheid van het instituut. Kunnen we het KNMI vertrouwen? Of is hier sprake van een institutionele bias?
Het antwoord is nu gegeven. We konden het KNMI inderdaad niet vertrouwen en zij deden er alles aan om critici met ad hominem argumenten weg te zetten in plaats van inhoudelijk te reageren. Het imago van het KNMI heeft een deuk opgelopen door deze affaire, hoewel ze met deze versie 2.0 van hun homogenisatie en de transparantie (onze auteur Frans Dijkstra was gevraagd dit nieuwe rapport te reviewen) waarmee dat gepaard ging een stap in de goede richting hebben gezet.


