Dit is een vervolg op het twintigste deel van ‘De jacht op Hitler’, over het boek ‘Hitlers Diamanten’, dat u niet mag lezen en door Bol uit het assortiment werd gehaald.
DE JACHT OP HITLER
Deel 21. De Grote Verdwijntruc………vervolg.
DE VALKUIL
Zowel Hitler zelf alsook zijn partner in crime, voorman van de Hitlerjugend Artur Axmann, waren zich natuurlijk zeer wel bewust van de bomkrater of kuil die in de achtertuin van de Führerbunker was ontstaan door de niet-aflatende beschietingen en bombardementen van de geallieerden op Berlijn en dan met name het regeringscentrum daarvan. Die kuil bleek nog goed van pas te komen in Hitlers ontsnappingsplan. En net zoals grote illusionisten in die tijd gebruikmaakten van een VAL-LUIK op het toneel om ongemerkt te kunnen verdwijnen, zo zou dit Hitlers VAL-KUIL of VAL-LUIK worden waar iedereen in zou trappen! Perfect! (VALKUIL = 88 = H.H.)
Axmann, Hitlers eigen versie van een gokmachine of beter een ¨eenarmige Bandiet¨, want Axmann had zijn rechterarm verloren in 19.41 toen hij aan het Oostfront meevocht in de 23e infanteriedivisie van de Wehrmacht, moet dus al ruim voor vier uur ’s nachts in de achtertuin van de bunker zijn geweest, vergezeld van enkele betrouwbare manschappen die ook niet voor een moord meer of minder met hun ogen knipperden. Ergens uit een mortuarium, of wellicht ook door een brute overval en moord, hadden ze twee lichamen weten te regelen die qua postuur en lengte op Adolf en Eva leken. En mogelijk waren die ook al vooraf ingewikkeld in dezelfde grijze dekens als die al dagen in Hitlers vertrekken gereed lagen. Axmann en de zijnen plaatsten die lichamen dus zorgvuldig in de ¨valkuil¨ en dekten ze af met zwart doek of plastic. Nog wat camouflage uit de tuin er bovenop, die toch al op een waar slagveld of bouwplaats leek na de vele beschietingen, en de lijken waren in de nacht zo goed als onzichtbaar, zeker ook in de chaos van het moment. En waarschijnlijk ook nog eens omdat enkele zware jongens van Axmann er met het geweer in de aanslag voor waren gaan staan. Zogenaamd natuurlijk om eventuele indringers op de binnenplaats direct af te kunnen schieten. De echte Adolf en Eva werden, na flink sjouwen en 20 treden beklimmen, dus op de grond net buiten de bunkerdeur neergelegd, en ongetwijfeld heeft Axmann toen tegen de lijkdragers Linz en Günsche geschreeuwd dat er snel benzine moest komen voor de crematie. Linz en Günsche verdwenen dus weer snel de bunker in. Weer 20 betonnen treden af om de kannen benzine te gaan halen. Deze stinkende en brandgevaarlijke kannen zullen ongetwijfeld niet vlak bij de privévertrekken van Goebbels en Hitler hebben gestaan, dus moesten de mannen ze helemaal aan de andere kant van de bunker gaan ophalen. In die tijd was de Waffen-SS-jerrycan het gangbare type met een inhoud van 20 liter. Om dus tenminste 80 liter benzine boven in de tuin te krijgen moesten de twee mannen tenminste al twee keer het zware gewicht van 40 kilo per persoon de hele bunker door dragen van voor naar achter en dan ook nog weer eens die 20 treden op. In ieder geval tijd genoeg dus voor de mannen van Axmann om de lichamen van Adolf en Eva de tuin uit te dragen naar een gereedstaande transportwagen, of mogelijk zelfs een Rode-Kruiswagen of een ambulance. Daarna werd snel de kuilbedekking verwijderd en daar lagen dan ¨Eva en Adolf¨ in hun grijze dekens gewikkeld te wachten op de crematie en de daarvoor benodigde benzine. Mogelijk had Axmann voor het decorum en extra dramatisch effect nog een grote nazi-SS-vlag over de lichamen gelegd en de misleiding was compleet. Niemand, maar dan ook helemaal niemand zou die nacht, onder die traumatische omstandigheden en chaos en mogelijk ook verdriet, op het idee zijn gekomen dat het niet de Führer en zijn vrouw waren die in de kuil gereed lagen voor crematie. Hitlers zorgvuldig geregisseerde drama had niet beter kunnen verlopen. En toen Linge en Günsche dan eindelijk de zware kannen benzine naar buiten hadden gesjouwd, werden vervolgens de andere aanwezigen in de bunker geroepen om bij het plechtige afscheid, of in dit geval beter, bij het zorgvuldig door Hitler zelf geregisseerde ¨Nachtelijk Schouwspel¨, aanwezig te zijn. Rochus Misch kende de reputatie van Axmann en zijn slachters maar al te goed en bleef wijselijk beneden in de bunker bij Hitlers secretaresse Traudl Junge die het verbranden van haar baas, die haar al die jaren altijd liefdevol met ¨mein Kind¨ had aangesproken, niet kon of wilde aanzien.
Buiten in de tuin van Eden, ja een anagram voor Ende, stonden volgens latere verklaringen van Linge, behalve hijzelf dus, nog de volgende personen rondom de kuil waar iedereen in Hitlers val trapte, de Valkuil dus, Martin Bormann, Goebbels, Stumpfegger, Günsche en Kempka. Linge verklaarde later dat het maar niet lukte om het vuur aan te krijgen met de lucifers van Goebbels. Linge zou daarop weer de bunker zijn ingegaan en zijn teruggekomen met een dikke bundel opgerold papier die Bormann dan zou hebben aangestoken en in de kuil geworpen waarop het vuur onmiddellijk vlam zou hebben gevat. Günsche daarentegen verklaarde later dat het juist hij was, conform Hitlers opdracht aan hem, die met enkele brandende lappen het vuur had aangestoken. En ook Hitlers secretaresse Traudl Junge had dat later zo meegekregen en verklaard. Wij houden het er dan ook maar op dat het inderdaad Günsche was geweest die
.

