
Het internet werd decennialang beschouwd als het laatste bastion van absolute vrijheid, een plek waar overheden weinig grip op hadden en waar de markt zichzelf reguleerde. Die tijd lijkt inmiddels definitief voorbij, nu Den Haag en Brussel hun greep op de digitale wereld in hoog tempo verstevigen. Wat begon als een noodzakelijke inhaalslag om excessen aan te pakken, begint steeds meer trekken te vertonen van een verregaande controlemaatschappij waarin de digitale consument nauwlettend in de gaten wordt gehouden.
De motivatie vanuit de overheid is steevast nobel: het beschermen van de burger tegen fraude, desinformatie en de macht van grote techreuzen. Toch klinkt er steeds vaker kritiek op de snelheid en de intensiteit waarmee nieuwe regels worden uitgerold. Voor de gemiddelde Nederlander betekent dit dat zijn online gedrag niet langer anoniem of vrijblijvend is, maar steeds vaker plaatsvindt binnen de strakke kaders die door beleidsmakers zijn uitgezet.
Toenemend toezicht op online consumentengedrag en transacties
Waar techbedrijven voorheen voornamelijk hun eigen regels bepaalden, opereren zij tegenwoordig binnen een steeds strakker juridisch kader. Sinds 4 februari 2025 zijn de Autoriteit Consumenten en Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) officieel bevoegd om de Wet Digitale Diensten te handhaven. Dit betekent dat deze toezichthouders direct kunnen ingrijpen wanneer platforms onvoldoende optreden tegen illegale content of niet transparant genoeg zijn over hun algoritmes.
In andere sectoren waar publieke belangen zwaar wegen. In de financiële wereld opereren instellingen bijvoorbeeld onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), met duidelijke rapportage- en nalevingsverplichtingen. Het doel is niet beperkt tot de beperking, maar het creëren van transparantie, voorspelbaarheid en verantwoordelijkheid binnen het digitale speelveld.
Economische gevolgen voor bedrijven en de keuzevrijheid
De stortvloed aan nieuwe regels heeft niet alleen impact op consumenten, maar vormt ook een zware last voor het bedrijfsleven. Vooral voor kleinere Nederlandse webwinkels en digitale dienstverleners is het een uitdaging om te voldoen aan de complexe eisen die oorspronkelijk zijn bedacht om Amerikaanse techreuzen te temmen. De kosten voor compliance stijgen explosief, wat de concurrentiepositie van lokale ondernemers kan ondermijnen ten opzichte van grote multinationals die over legers aan juristen beschikken.
Toch blijft de vraag of de stapeling van wetgeving, zoals de aankomende Digital Fairness Act, uiteindelijk niet leidt tot eenheidsworst waarbij innovatieve startups de markt niet meer kunnen betreden. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een voorstel voor de Digital Fairness Act om consumenten in de online omgeving nog beter te beschermen.
De balans tussen veiligheid en betutteling
De digitale transformatie van de afgelopen jaren laat een duidelijk patroon zien: de overheid accepteert niet langer dat het internet een vrijplaats is. De maatregelen die nu worden genomen, van de DSA tot strikte marktregulering, zorgen onmiskenbaar voor een veiligere online omgeving met minder fraude en meer consumentenbescherming.
Echter, de prijs die we hiervoor betalen is een verlies aan anonimiteit en een toename van bureaucratische controlemechanismen die diep ingrijpen in onze persoonlijke levenssfeer.
Het is de taak van de politiek en de samenleving om kritisch te blijven kijken naar deze verschuiving. Veiligheid is een groot goed, maar mag niet ten koste gaan van de fundamentele vrijheid die het internet ooit zo revolutionair maakte. Als we niet oppassen, eindigen we in een digitaal landschap dat weliswaar veilig is, maar waar elke muisklik wordt gewogen en goedgekeurd door de staat.
.

