“In een wereld waar de geschiedenis wordt herschreven door de machthebbers, onthult de ontdekking van een onbekende cultuur in Canaima niet alleen vergeten verhalen, maar ook de angst voor wat deze kennis zou kunnen onthullen. Terwijl de echo’s van oude beschavingen weerklinken, worden ze verstikt onder het gewicht van militaire operaties en politieke strategieën. De strijd om de waarheid is niet alleen een strijd om het verleden, maar ook om de toekomst van onze collectieve herinnering.”
In 2024 maakten archeologen in het Nationaal park Canaima bekend dat zij sporen hadden gevonden van een “voorheen onbekende cultuur”.
Toen op 3 januari bekend werd dat Amerikaanse speciale troepen de Venezolaanse president Nicolás Maduro uit Caracas hadden weggehaald, was het officiële verhaal snel en eenduidig. De operatie werd gepresenteerd als een langverwachte rechtshandhavingsactie tegen het zogenoemde Zonnenkartel, bedoeld om Maduro voor de rechter te brengen in New York.
Volgens professor Phillip Presswood van de Texas A&M-universiteit is dat verhaal echter slechts de oppervlakte. In een uitgebreid artikel betoogt hij dat de timing en context van de operatie vragen oproepen die het officiële narratief niet beantwoordt. Maduro was immers al jaren een internationale paria, de aanklachten tegen hem lagen al lange tijd op tafel en de humanitaire crisis in Venezuela bereikte zijn hoogtepunt jaren geleden. Waarom vond deze ingreep juist nu plaats?
Presswood benadert de kwestie vanuit zijn expertise in retoriek en semiotiek. Hij introduceert het begrip aposiopesis: een retorische breuk waarbij betekenis ontstaat door wat niet wordt uitgesproken. De Amerikaanse overheid paste deze techniek toe op geopolitiek niveau, stelt hij. Begrippen als “narcoterrorisme” fungeren als wat retoricus Kenneth Burke terministic screens noemt: taal die de aandacht volledig richt op juridische legitimiteit en zo andere mogelijke motieven aan het zicht onttrekt.
Om die mogelijke motieven te begrijpen, verlegt Presswood de blik van Caracas naar het binnenland van Venezuela, naar de tepuis – geïsoleerde tafelbergen in het Guianaschild, één van de oudste geologische regio’s op aarde. In 2024 maakten onderzoekers in Nationaal park Canaima bekend dat zij sporen hadden gevonden van een tot dan toe onbekende cultuur. De aangetroffen rotstekeningen weken sterk af van bekende inheemse pictogrammen en bestonden uit geometrische patronen, sterrenachtige structuren en symbolen die volgens Presswood zouden kunnen wijzen op een veel oudere beschaving dan tot nu toe werd aangenomen.
Tegelijkertijd werden langs de Orinoco-rivier enorme petrogliefen in kaart gebracht, waaronder slangvormige gravures van tientallen meters lang. Presswood interpreteert deze als symbolische territoriale markeringen, bedoeld om vanuit de lucht zichtbaar te zijn. Samen vormden deze vondsten een archeologische anomalie van potentieel revolutionaire betekenis.
Opvallend genoeg, zo stelt hij, volgde op deze ontdekkingen geen intensivering van open onderzoek, maar juist stilte. In 2024 en 2025 begon het Maduro-regime militaire operaties op de tepuis, officieel om “illegale mijnbouw” te bestrijden. Presswood noemt deze verklaring verdacht. De ontoegankelijke plateaus zijn weinig geschikt voor grootschalige goudwinning, maar bevatten wel uitgebreide grottenstelsels. In zijn lezing werd daar geen grondstof gewonnen, maar kennis. De mijnwerkers waren de eerste onbedoelde lezers van een tekst die verborgen moest blijven.
Deze interpretatie plaatst Presswood in een breder historisch patroon dat hij het “Gilgamesj-protocol” noemt: het gebruik van militaire macht om controle te krijgen over archeologische ontdekkingen die bestaande historische narratieven zouden kunnen ontwrichten. Hij vergelijkt de situatie met Irak in 2003, waar kort vóór de invasie berichten circuleerden over de mogelijke ontdekking van het graf van Gilgamesj. Na het begin van de oorlog verdween die berichtgeving, musea werden geplunderd en het publieke debat verschoof volledig naar massavernietigingswapens.
Venezuela volgt een vergelijkbare structuur: een ontdekking in een oeroud gebied, gevolgd door stilte en militarisering, en uiteindelijk een buitenlandse interventie onder een juridisch voorwendsel. Het resultaat is, in zijn woorden, het censureren van de archeologische geschiedenis.
In deze lezing was Nicolás Maduro niet alleen een autoritaire leider, maar ook een poortwachter. Zijn arrestatie zou dan niet enkel een strafrechtelijke daad zijn, maar ook een machtswisseling die controle over een gevoelige archeologische locatie mogelijk maakt. De ware inzet van de operatie ligt niet in de rechtszaal, maar in de vraag wie bepaalt wat wij mogen weten over het verre menselijke verleden, benadrukt Presswood.
Hij eindigt met een oproep aan lezers om niet alleen het officiële nieuws te volgen, maar vooral te letten op wat onveranderd blijft: de toegang tot Nationaal park Canaima, de status van de tepuis en de voortzetting van milieubeperkingen onder een nieuwe, door de VS gesteunde regering.
Zijn conclusie is scherp geformuleerd: de oorlog tegen drugs is het verhaal dat wordt verteld, de strijd om de geschiedenis is het verhaal dat wordt verzwegen.

