Een poppenkast. Zo noemt rechtbankverslaggever Rico Brouwer het hele circus rondom het officiële onderzoek naar het coronabeleid. En hoe meer details naar buiten komen, hoe moeilijker het is om hem ongelijk te geven.
Een commissie die de schijn ophoudt
De parlementaire enquêtecommissie COVID-19 werd opgericht met de belofte van radicale transparantie. Eindelijk zou de Nederlandse bevolking te weten komen hoe de besluiten tijdens de pandemie tot stand kwamen, wie welke knopen doorhakte en of de wetenschap daadwerkelijk leidend was — of dat er achter de schermen andere belangen meespeelden. Dat klonk veelbelovend. De realiteit blijkt een stuk minder rooskleurig.
Want wat de commissie tot nu toe heeft blootgelegd, roept meer vragen dan antwoorden op. Cruciale documenten worden niet volledig vrijgegeven, getuigen spreken elkaar flagrant tegen en de politici die destijds de dienst uitmaakten zitten nu ook in de zaal om zichzelf te verantwoorden — of liever gezegd: om zichzelf vrij te pleiten.
[embedded content]Rico Brouwer trekt aan de bel
Rico Brouwer laat er geen gras over groeien: dit is geen serieus onderzoek, dit is theater. Zijn uitspraak “het is een poppenkast” klinkt misschien hard, maar is onderbouwd door wat hij van binnenuit heeft waargenomen.
Brouwer wijst op de gebrekkige onafhankelijkheid van de commissie, de selectieve uitnodiging van getuigen en het gebrek aan bereidheid om echt door te vragen wanneer bewindslieden vage of ontwijkende antwoorden geven. Dat is precies het patroon dat critici al jaren herkennen: een overheid die zichzelf onderzoekt en zichzelf vervolgens vrijspreekt.
RIVM: adviseur of uitvoerder van beleid?
Eén van de meest prangende kwesties die door de corona enquête naar boven komt, is de rol van het RIVM. Het instituut werd tijdens de pandemie gepresenteerd als de wetenschappelijke autoriteit, maar de vraag is in hoeverre het RIVM echt onafhankelijk opereerde. Meerdere getuigenissen suggereren dat de communicatielijn tussen het RIVM en het ministerie van Volksgezondheid veel hechter was dan het publiek ooit te horen kreeg.
Als wetenschappers die kritiek hadden op het beleid werden gemarginaliseerd of ronduit genegeerd, terwijl anderen met welgevallige conclusies alle ruimte kregen — dan heeft “de wetenschap volgen” nooit betekend wat de overheid beweerde. Het betekende dan simpelweg: de wetenschap volgen die het vooraf bepaalde beleid ondersteunde.
Wat de bevolking nooit te horen krijgt
De meest cynische observatie is misschien wel deze: de corona-enquête dient uiteindelijk niet de burger, maar het systeem zelf. Door een formeel onderzoek in te stellen, kan de politiek zeggen dat er “lering is getrokken” — zonder dat er ook maar één bewindspersoon echt verantwoordelijk wordt gehouden. Geen aftreden, geen juridische consequenties, geen echte excuses aan de mensen die schade hebben geleden.
Intussen blijven veel vragen onbeantwoord. Welke rol speelden farmaceutische bedrijven bij de besluitvorming rondom vaccins? Waarom werden alternatieve behandelingen zo snel en zo hard de kop ingedrukt? Wie profiteerde financieel van de miljarden die in crisissituaties werden rondgepompt? De commissie lijkt niet van plan deze vragen met de nodige scherpte te stellen.
Vertrouwen herstellen vraagt meer dan een commissie
Als de overheid het vertrouwen van de bevolking wil terugwinnen — en dat zou hard nodig zijn, want dat vertrouwen ligt op een historisch dieptepunt — dan is een parlementaire commissie die zichzelf als kritisch verkoopt maar in de praktijk weinig uithaalt, niet de oplossing. Wat nodig is, is radicale openheid: alle documenten op tafel, onafhankelijke onderzoekers zonder politieke banden en echte consequenties voor degenen die de fout in gingen.
Zolang dat uitblijft, blijft de omschrijving van Rico Brouwer het meest accurate oordeel over dit hele proces. Een poppenkast is het, en dat weet iedereen die zijn ogen de kost geeft.
Source: https://www.ninefornews.nl/corona-enquete-poppenkast-wat-werd-er-echt-verzwegen/
.

