“In een wereld waar woorden zijn vergaan, blijft alleen de echo van verloren idealen over. De schaduw van de waarheid wordt overschaduwd door een systeem dat de zwakken vermaalt, terwijl de machtigen ongestraft blijven. ‘Ik heb er geen woorden voor,’ fluistert de mens, gevangen in een dystopie van wanhoop en onrecht.”
“Ik heb er geen woorden voor.”
Dinsdag eiste het Openbaar Ministerie vijftien maanden gevangenisstraf tegen Pieter Kuit, voormalig voorzitter van de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie 2020 (BPOC2020), die expert-getuigen verhoorde over het regeringsbeleid rond COVID-19. Rechtbankjournalist Djamila le Pair was bij de zitting aanwezig en deed hierover verslag in een gesprek met Rico Brouwer van Potkaars.
Het OM verwijt Kuit meerdere strafbare feiten, waaronder oplichting, verduistering, witwassen en valsheid in geschrifte. Volgens de officier van justitie zou Kuit in een periode van ongeveer drie jaar ruim 419.000 euro aan donaties hebben opgehaald, die hij grotendeels voor eigen gebruik zou hebben aangewend, terwijl dit geld bedoeld was voor de stichting en haar werkzaamheden.
Een belangrijk onderdeel van de aanklacht betreft valsheid in geschrifte. Dit draait om een notariële verklaring die volgens het OM is vervalst. Kuit heeft erkend dat hij deze verklaring zelf heeft opgesteld, maar stelt dat dit slechts een voorbeeld was om aan zijn dochter te laten zien hoe een dergelijke verklaring eruitziet. Hij beweert dat het document nooit daadwerkelijk is gebruikt.
Tijdens de zitting bleek dat Kuit zichzelf verdedigde en geen advocaat had. Hij gaf aan volledig overweldigd te zijn door de zaak en door het omvangrijke dossier van ongeveer 1400 pagina’s dat hij had ontvangen. Hij was niet in staat geweest dit dossier adequaat door te nemen en had de complexiteit van de zaak ernstig onderschat. Aan het einde van de zitting gaf hij aan alsnog juridische bijstand te willen en verzocht hij tevens om een accountant die zijn financiële administratie zou kunnen beoordelen.
Kuit stelde dat een aanzienlijk deel van de donaties wel degelijk is besteed aan werkzaamheden voor de stichting. Zo noemde hij kosten voor een auto om door het land te reizen, kantoorruimte, camera’s en andere apparatuur. Daarnaast betaalde hij zijn dochter een salaris van 2500 euro per maand voor werkzaamheden. Dit was geen geheim en donateurs wisten hiervan. Het OM ziet dit echter anders en beschouwt deze uitgaven grotendeels als privébestedingen.
Le Pair schetste tijdens het gesprek een beeld van een man die niet alleen juridisch, maar ook persoonlijk zwaar onder druk staat. Kuit heeft eerder al ongeveer vijftig dagen in voorlopige hechtenis gezeten. Tijdens die periode heeft zijn vrouw hem verlaten. Hij verklaarde tijdens de zitting dat hij zich na zijn vrijlating heeft aangemeld bij een levenseindekliniek, wat de ernst van zijn persoonlijke crisis onderstreept.
Een opvallend aspect van de zaak is dat geen enkele donateur aangifte tegen Kuit heeft gedaan. Het strafrechtelijk onderzoek kwam op gang nadat ING melding had gedaan bij het OM. Kuit verklaarde dat hij grote problemen had om voor de stichting een bankrekening te openen. Banken weigerden dit, waardoor hij genoodzaakt was rekeningen op persoonlijke titel te gebruiken. Die rekeningen werden vervolgens weer beëindigd vanwege “verdachte” geldstromen, waarna hij steeds opnieuw bij andere banken moest aankloppen.
Een ander punt van kritiek betrof de voorwaarden waaronder Kuit eerder voorlopig werd vrijgelaten. Zo mag hij geen crowdfunding meer organiseren. Toen Kuit aangaf crowdfunding te willen inzetten om een advocaat te bekostigen, stelde de officier van justitie dat dit juist zou aantonen dat hij niets heeft geleerd en opnieuw mensen zou willen oplichten. Le Pair noemde deze redenering kleinzielig en disproportioneel.
Ook het verzoek van Kuit om een accountant werd door de rechtbank afgewezen, met als reden dat de zaak binnen een redelijke termijn moet worden afgehandeld. Dit leidde tot verbazing, aangezien de vorige zitting al in mei had plaatsgevonden en er voldoende tijd was geweest om de financiële administratie onafhankelijk te laten controleren.
Le Pair omschreef de zitting als schrijnend en sprak van een systeem dat iemand “vermaalt” die begon met goede bedoelingen. In haar ogen staat de harde aanpak van het OM in schril contrast met het feit dat donateurs zich niet opgelicht voelen en dat het vertrouwen vooral door de overheid zelf is geschaad.
“Het was een misse zaak,” zei Le Pair tegen Brouwer. “Ik heb er geen woorden voor.”
De rechtbank doet op een later moment uitspraak.

