Er is helaas geen gesproken versie van dit artikel beschikbaar
De juridische procedure rond de invoering van de Nederlandse avondklok tijdens de coronacrisis sleept zich inmiddels twee jaar voort. BVNL wil volledige inzage in de besluitvorming rondom de invoering van de avondklok, maar stelt dat deze inzage structureel wordt tegengewerkt.
Achtergrond: een ingrijpende maatregel
De avondklok was één van de meest vergaande vrijheidsbeperkingen tijdens de coronapandemie. Juist vanwege het ingrijpende karakter van deze maatregel vindt BVNL het noodzakelijk dat achteraf volledig inzicht wordt gegeven in de onderliggende afwegingen, adviezen, interne communicatie en besluitvorming.
Volgens journalist Vala van den Boomen, die betrokken is bij de procedure namens BVNL, ontbreekt die transparantie tot op heden. De partij probeert via een Woo-verzoek de relevante documenten boven tafel te krijgen.
Kritiek van de rechter op het ministerie
Tijdens recente zittingen uitte de rechter kritiek op het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). In de meest recente uitspraak werden twee afzonderlijke beroepen van BVNL beoordeeld, met een deels positieve en deels negatieve uitkomst voor de partij.
Eerste beroep: gegrond verklaard
De rechter verklaarde het eerste beroep van BVNL gegrond. Volgens de rechtbank heeft het ministerie onrechtmatig gehandeld door afspraken over de afhandeling van het Woo-verzoek te schenden. Daarbij heeft het ministerie zich meermaals beroepen op rechtvaardigingen voor vertragingen, terwijl in eerdere afspraken met BVNL al rekening was gehouden met mogelijke factoren die voor de vertragingen zouden hebben gezorgd.
Op het moment van de uitspraak was het ministerie een jaar te laat met het opleveren van alle vijf toegezegde deelbesluiten en de bijbehorende informatie. Dat achtte de rechter niet langer acceptabel. Het ministerie is daarom opgedragen uiterlijk 12 maart een besluit te nemen over het volledige Woo-verzoek.
Tweede beroep: ongegrond verklaard
Het tweede beroep van BVNL werd echter ongegrond verklaard. Dit beroep betrof de vraag of chatcommunicatie moest worden verstrekt.
De rechter oordeelde dat voor het opvragen van dergelijke communicatie sprake moet zijn van een specifieke “aangelegenheid” zoals bedoeld in de Woo. In dit geval beschouwde de rechter alleen het kort geding en het spoedappel rond de avondklok als relevante aangelegenheden. Communicatie buiten de data van deze juridische procedures viel volgens de rechtbank buiten de reikwijdte van het verzoek.
BVNL noemt deze interpretatie onbegrijpelijk, omdat er ook op andere momenten over de avondklok en de juridische procedures moet zijn gecommuniceerd. Daarnaast oordeelde de rechter dat het ministerie gebruik mocht maken van bepaalde zoektermen en dat het niet onrechtmatig was om communicatie van andere bewindspersonen dan de twee voormalige ministers van Justitie en Veiligheid buiten beschouwing te laten. De rechtbank achtte het “niet aannemelijk” dat bredere zoekopdrachten tot meer relevante informatie zouden leiden.
BVNL is het hier niet mee eens en stelt dat deze benadering geen recht doet aan het uitgangspunt van de Woo, die uitgaat van actieve openbaarmaking.
De partij ziet de uitkomst als kenmerkend voor haar werkwijze van de afgelopen jaren: twee stappen vooruit, eentje terug. BVNL benadrukt dat zij de procedure zal voortzetten. “Het is de enige weg.”
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
…
Interessant
.
