Er is helaas geen gesproken versie van dit artikel beschikbaar
De traditionele medische definitie van dood – het onomkeerbare verlies van hersenfunctie en bloedsomloop – staat ter discussie. Volgens recente onderzoeksinzichten verloopt het stervensproces minder abrupt dan lang werd aangenomen. Sommige wetenschappers suggereren zelfs dat elementen van bewustzijn nog kort kunnen voortbestaan nadat het hart is gestopt.
Dat blijkt uit een uitgebreide literatuurstudie van Anna Fowler, onderzoeker aan Arizona State University. Zij analyseerde tientallen onderzoeken naar wat er gebeurt tijdens en direct na het moment waarop iemand klinisch dood wordt verklaard. Haar bevindingen werden gepresenteerd op een conferentie van de American Association for the Advancement of Science (AAAS).
Bewuste ervaringen tijdens hartstilstand
Een opvallende conclusie uit de geanalyseerde studies is dat ongeveer 20 procent van de mensen die een hartstilstand overleven, melding maakt van bewuste ervaringen tijdens de periode waarin hun hart niet klopte. Volgens de gangbare medische opvatting stopt bij een hartstilstand de bloedtoevoer naar de hersenen, waardoor hersenactiviteit snel uitvalt.
Toch rapporteren sommige patiënten dat zij zich gebeurtenissen in de kamer konden herinneren terwijl zij klinisch dood waren verklaard. In bepaalde gevallen kwamen deze herinneringen later overeen met feitelijke gebeurtenissen tijdens de reanimatie.
Hersenen langer actief dan gedacht
Naast getuigenissen van patiënten verwijzen de onderzochte studies naar metingen van hersenactiviteit bij stervende mensen en dieren. Daarbij werden soms plotselinge pieken in hersenactiviteit gemeten, die in sommige gevallen zelfs hoger lagen dan tijdens normale waaktoestand.
Een studie uit 2023 onder leiding van Dr. Sam Parnia, directeur van critical care en reanimatieonderzoek aan NYU Langone School of Medicine, rapporteerde hersengolfpieken die verband houden met hogere cognitieve functies zoals denken, geheugen en bewustzijn. Deze activiteit werd waargenomen tot 60 minuten na het stoppen van het hart tijdens reanimatiepogingen.
Andere onderzoeken suggereren dat neurale activiteit in bepaalde gevallen tot 90 minuten na officiële vaststelling van overlijden kan doorgaan. Daarnaast tonen laboratoriumexperimenten aan dat bij zoogdieren hersenmetabolisme, bloedcirculatie en cellulaire activiteit soms hersteld kunnen worden voorbij de eerder aangenomen grenzen van onomkeerbare schade.
Dood als proces in plaats van moment
Op basis van deze bevindingen stelt Fowler dat dood geen abrupt, alles-of-niets-moment is, maar eerder een geleidelijk proces. Biologische en neurale functies lijken niet onmiddellijk te stoppen, maar nemen af over minuten tot uren. Volgens haar zou dood daarom beter begrepen kunnen worden als een proces met verschillende fasen.
Deze visie impliceert dat wat traditioneel als een definitieve grens werd beschouwd, in werkelijkheid complexer en dynamischer is. Fowler zegt dat de grens tussen leven en dood medisch en biologisch minder absoluut is dan tot nu toe werd gedacht.
Mogelijke gevolgen voor geneeskunde en ethiek
Als hersenactiviteit langer doorgaat dan momenteel wordt aangenomen, zou dat gevolgen kunnen hebben voor de duur van reanimatiepogingen en voor protocollen rond orgaandonatie.
Bij orgaandonatie is timing cruciaal: organen worden vaak kort na het vaststellen van overlijden verwijderd om hun levensvatbaarheid te behouden. Indien neurale activiteit inderdaad langer aanhoudt, kan dat vragen oproepen over de precieze definitie van het moment van overlijden.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
…
Interessant
<p
.
