
Maar nee, dat is blijkbaar te veel gevraagd. Deze ambtenaren vinden dat ze overal en altijd hun mening moeten kunnen spuien, ongeacht de gevolgen. En laten we eerlijk zijn: in een stad waar Joodse inwoners al jaren te maken hebben met toenemende intimidatie, bedreigingen en antisemitische incidenten, vaak gelinkt aan pro-Palestina-demonstraties, is het niet zo gek dat de gemeente grenzen stelt. De toon, context en positie van de ambtenaar wegen zwaarder dan de inhoud van hun uitspraken, zegt Van Buren. En dat is precies zoals het hoort. Als jij als ambtenaar in een gevoelige functie openlijk partij kiest in een conflict dat de gemoederen zo bezighoudt, dan ondermijn je je eigen geloofwaardigheid en die van de gemeente. Maar in plaats van dat te snappen, gaan deze ambtenaren in de slachtofferstand en roepen ze “censuur”. Ik word hier zo moe van.
En wat doet dit met de stad? Het vergroot de kloof alleen maar verder. Terwijl Joodse Amsterdammers zich steeds meer buitengesloten voelen – synagogen worden beklad, Joodse evenementen beveiligd alsof het forten zijn – krijgt de pro-Palestina-lobby alle ruimte om te klagen over hun “beperkte uitingsvrijheid”. Dit is geen neutrale stad meer, dit is een stad die één groep systematisch lijkt te bevoordelen boven een andere. En de ironie? Dezelfde ambtenaren die nu zeuren over hun “rechten” zijn waarschijnlijk de eersten die zwijgen als het om de veiligheid van Joodse inwoners gaat. Dit is niet alleen een bestuurlijke blunder, het is een morele faillietverklaring.
.

