De mogelijke meineed door Marion Koopmans hangt als een donkere wolk boven het eerste openbare verhoor van de parlementaire enquêtecommissie corona, dat op vrijdag van start ging in Den Haag. De hoogleraar virologie legde onder ede een verklaring af die op cruciale punten lijkt te botsen met eerder gedane uitspraken van haar naaste collega’s. De vraag die nu op tafel ligt: heeft Koopmans de commissie — en daarmee de Nederlandse bevolking — een rad voor ogen gedraaid?
Onder ede: het eerste signaal was oudejaarsavond
Nadat commissievoorzitter Daan de Kort (VVD) Koopmans formeel meedeelde dat zij onder ede stond, stelde ondervoorzitter Mutluer (GroenLinks-PvdA) haar de vraag wanneer zij voor het eerst hoorde over het mysterieuze virus in Wuhan. Het antwoord van Koopmans was helder en stellig: oudejaarsavond 2019. Ze beschreef hoe ze via sociale media stuitte op een bericht van een financieel dagblad over een oproep van een soort lokale gezondheidsdienst in Wuhan, die opvallend veel mensen had gezien met longklachten na een bezoek aan een markt. Nog diezelfde avond zou ze contact hebben opgenomen met de Wereldgezondheidsorganisatie.
Die verklaring schildert haar af als een daadkrachtige wetenschapper die adequaat reageerde zodra de eerste signalen haar bereikten. Maar klopt dat beeld wel?
Haar eigen collega spreekt haar tegen
In een uitzending van VPRO Tegenlicht uit maart 2020 — getiteld ‘Virus van morgen’ — vertelde Koopmans’ naaste collega en toenmalige afdelingsgenoot bij het Erasmus MC, prof. Ron Fouchier, een opmerkelijk ander verhaal. Hij zei in dat programma al “net na Sinterklaas, ergens begin december” 2019 te hebben gehoord van een uitbraak van een onbekende ziekte in Wuhan. “Wij horen dit soort dingen al vroeg,” voegde Fouchier daar met enige vanzelfsprekendheid aan toe.
Dat Fouchier al begin december op de hoogte was en Koopmans — zijn afdelingshoofd — dat niet zou zijn geweest, is nauwelijks geloofwaardig. Wetenschappers in hetzelfde team, werkzaam op hetzelfde instituut en operatief binnen dezelfde internationale netwerken, delen dit soort vroege signalen doorgaans onmiddellijk met elkaar. De suggestie dat Koopmans pas weken later voor het eerst iets hoorde, wringt dan ook fors.
Ook Amerikaanse topviroloog hoorde het al half december
De twijfels worden verder gevoed door verklaringen van de Amerikaanse viroloog Ian Lipkin, hoogleraar aan de Universiteit van Columbia. Lipkin heeft in meerdere openbare contexten — onder meer in een BBC-podcast en in een documentaire van filmmaker Spike Lee — verklaard dat hij op 15 december 2019 voor het eerst werd geïnformeerd over de uitbraak in Wuhan.
Dat betekent dat minstens twee prominente virologen met directe lijnen naar het Nederlandse coronabeleid al in december 2019 wisten wat er speelde — terwijl de officiële tijdlijn de uitbraak dateert op 30 december 2019 en Koopmans onder ede beweert dit ook pas op 31 december te hebben vernomen.
Het Nipah-congres als mogelijke bron
De Amerikaanse ingenieur en onafhankelijk onderzoeker Jim Haslam biedt in zijn boek Covid-19: Mystery Solved (2024) een concrete verklaring voor de vroege informatieverspreiding. Hij wijst op het internationale Nipah-virus Congres dat op 9 en 10 december 2019 in Singapore plaatsvond. Haslam concludeert op basis van zijn onderzoek dat zowel Fouchier als Koopmans al op 9 december 2019 op de hoogte was van de longuitbraak in Wuhan — twee volle weken voordat ook maar iemand officieel alarm sloeg.
Als die lezing klopt, heeft Koopmans bewust onjuiste informatie verstrekt aan een parlementaire commissie terwijl ze onder ede stond. Dat is juridisch gezien meineed — een strafbaar feit.
Commissie liet zich een rad voor ogen draaien
Wat in dit verhoor ook opvalt, is de gebrekkige voorbereiding van de commissieleden zelf. Ondervoorzitter Mutluer nam het antwoord van Koopmans klakkeloos aan, zonder door te vragen of haar te confronteren met tegenstrijdige bronnen. Neuroloog Jan Bonte heeft in zijn boek De Wuhan Trilogie (2024) bovengenoemde uitgebreid gedocumenteerd. Was Mutluer daarmee bekend geweest, dan had ze dit verhoor een heel andere wending kunnen geven.
In plaats daarvan werd de commissiezaal getrakteerd op een zorgvuldig geregisseerd beeld van een viroloog die prompt en correct handelde. Een beeld dat, op basis van de beschikbare informatie, vermoedelijk niet strookt met de werkelijkheid.
Wekenlang stilzwijgen: waarom?
De vraag die overblijft, is misschien wel de meest ongemakkelijke: waarom zouden topvirologen als Koopmans en Fouchier, als zij inderdaad al in december 2019 wisten van een uitbraak in Wuhan, hier wekenlang het zwijgen over hebben bewaard? Was de geografische locatie — een stad met een gespecialiseerd coronavirus-onderzoeksinstituut — een reden om voorzichtig te zijn met wat je hardop zei? Dat zijn vragen die de enquêtecommissie alsnog zou moeten stellen, als ze haar werk serieus neemt.
De Andere Krant heeft het Erasmus MC om een reactie gevraagd.
Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek
<div id
.

