• wo. mei 13th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Vorige maand werden tijdens het symposium van het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld (KTGG) de meest gruwelijke verhalen gedeeld, die bij ieder weldenkend mens de maag doen omdraaien. Transgenerationeel geweld is de wetenschappelijke term die wordt gebruikt voor misbruik van kinderen die opgroeien in een familie die onderdeel is van een pedocrimineel netwerk. “Dit is de meest zware criminaliteit die we in Nederland hebben”, vertelde therapeut Bas Kremer, medeoprichter van het KTGG. “Het criminele netwerk is perfectionistisch, gewetenloos en grenzeloos”, zei Kremer, die uitlegde dat de netwerken voortdurend hun strategie aanpassen om niet ontdekt te worden. “Ze zijn hoogintelligent en alles is erop gericht om niet tegen de lamp te lopen.”

Bedreigingen

De misbruikoverlevers zelf worden stelselmatig bedreigd, om ervoor te zorgen dat ze niet uit de school klappen. Ze weten precies wat ze wel en niet moeten doen. “Ze zijn tot in de puntjes gedresseerd”, vertelde een andere therapeut op het KTGG-symposium. De therapeuten krijgen vanuit zo’n pedocrimineel netwerk soms ook zelf te maken met bedreigingen, zoals een dode vogel bij de voordeur, of dreigbrieven. Kremer vertelde op het symposium hoe het netwerk met AI een deepfake video van hem had gemaakt. De misbruikers van zijn cliënt hadden deze fake beelden aan haar getoond, terwijl ze werd gemarteld, in een poging het vertrouwen in haar therapeut te ondermijnen. Uiteindelijk kwam de overlever zelf tot de conclusie dat de beelden niet echt waren.

Ongeloof

Het grootste probleem voor zowel therapeuten als overlevers van georganiseerd sadistisch en seksueel geweld, is echter van andere aard: het ongeloof bij de buitenwereld. In een poging dat te doorbreken, bundelde psychotherapeut ­Herry Vos (1940) van KTGG de ervaringen van dertig overlevers in zijn nieuwe boek met de titel Het Verhaal. “Overlevers worden bijna nooit geloofd, ze worden weggezet als gestoord, of het wordt afgedaan als fantasieverhalen”, aldus Vos. Het Verhaal schetst een ontluisterend beeld over de extreme vormen van geweld en hoe de slachtoffers toch weten te overleven. Vos hoopt dat het boek leidt tot meer erkenning en begrip voor de slachtoffers. “De kern van hun verhaal is altijd waar”, vertelde hij.

Hoe het misbruik onopgemerkt blijft

Bij veel overlevers is het misbruik al op jonge leeftijd begonnen, legde Kremer uit. “Hoe jonger de slachtoffers zijn, hoe veiliger dit is voor de daders.” Jonge kinderen zijn namelijk nog niet goed in staat te verwoorden wat er is gebeurd en kunnen door mindcontroltechnieken psychologisch worden geprogrammeerd. Kremer spreekt over “door het netwerk opgewekte DIS” (dissociatieve identiteitsstoornis: opsplitsing van de identiteit in afzonderlijke persoonsdelen – red.). Door de creatie van alters (persoonsdelen – red.) voor de normale wereld en alters voor het misbruik in de schaduwwereld, kunnen deze twee werelden gescheiden blijven. Op deze manier kan een kind dat ernstig trauma ondergaat toch blijven functioneren in de normale wereld, bijvoorbeeld op school. Elk alter dat is geprogrammeerd voor het misbruik, heeft een eigen naam, cue (startsein) en bijbehorende rol, of opdracht, die door de handler (misbruiker) kan worden geactiveerd.

Grooming van een klein kind

De therapeut toonde een video van een sessie waarbij te zien was hoe zijn ­cliënt naar een ander alter — een kinddeel — was geswitcht. Op het moment dat het kinddeel van de inmiddels volwassen vrouw naar voren kwam, sprak en bewoog ze weer als een 6-jarige. Ze frummelde met een schoen en zei: “Ik denk dat ik wel veters kan strikken”. De alter-persoonlijkheid is als het ware in de tijd stil blijven staan, maar bestaat nog wel in het brein en het lichaam. Tijdens de bijeenkomst werd getoond hoe deze persoon als jong kind voorafgaand aan het misbruik een liedje zong “pijn is fijn” en “bloed is goed”, eindigend met de belofte te zwijgen over het misbruik.

Diagnose DIS niet overal geaccepteerd

Hoewel het switchen tussen alters een vastgesteld kenmerk is van DIS, een officiële diagnose die staat vermeld in het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), krijgt deze psychische afwijking in de GGZ en op universitaire opleidingen weinig erkenning, zo vertelden therapeuten en overlevers op het symposium in Zwolle. Overlevers van het gruwelijke misbruik kampen daarnaast vaak met hechtingsproblemen en posttraumatische stressstoornissen (C-PTSS). Het KTGG is opgericht om informatie over de behandeling van deze complexe problematiek te delen en de kennis rondom transgenerationeel geweld te vergroten. Vos stelde dat hij met zijn verhalenbundel het taboe rond dit thema hoopt te doorbreken. Hij hoopt ook dat beleidsmakers binnen de psychiatrie en media de boodschap van het boek gaan uitdragen. “Er zijn ook honderden slachtoffers die het niet overleefd hebben. Het boek zal de overlevers hopelijk de erkenning geven waar zij recht op hebben.”

Indrukwekkende verhalenbundel over georganiseerd geweld

‘Het Verhaal’ door Herry Vos is voor € 22,50 (inclusief verzendkosten) te bestellen bij: voshboek@pm.me

Overlever Lorette de W.: “Ik voelde me een wegwerpbekertje”

Een van de andere sprekers op het symposium van het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld was Roeli Post, voorheen werkzaam als ambtenaar voor de Europese Commissie en klokkenluider over criminele adoptiepraktijken, met name van Roemeense weeskinderen. “Adoptie is gelegaliseerde kinderhandel”, stelde Post. Ze ontdekte dat er na adoptie meestal geen toezicht meer is op het kind, waardoor een kind ongezien in de handen van uitbuiters kan komen. Het overkwam Lorette van der W., die tijdens de bijeenkomst haar indringende levensverhaal deelde. Zij vertelde hoe haar adoptie-ouders haar uitbuitten en verhandelden voor seks met volwassenen. “De sprookjesverhalen over adoptie kloppen niet”, aldus Lorette, die stelde dat het vaak gaat om ontvoering en kinderhandel. “Ik heb altijd geweten dat ikzelf ook een gestolen kind was”, vertelde ze, “maar de samenleving zit niet op mijn verhaal te wachten.”

Voor de buitenwereld bleef het misbruik van Lorette onzichtbaar. Haar adoptie-ouders waren doorsnee mensen die in een keurig huis woonden, terwijl Lorette geregeld in een ondergrondse parallelle wereld verbleef, waar ze als klein meisje werd onderworpen aan sadistische, pedocriminele uitbuiting. “Ik voelde me een plastic wergwerpbekertje, een marionettenpop waarmee men alles kon doen.” Het misbruik trok een zware wissel op haar, ze kreeg een fobie voor de deurbel (als signaal dat er gevaar aankomt), maar werd ook getriggerd door parkeerplaatsen, campers, busjes, boerderijen of oude fototoestellen, omdat die haar herinneren aan het pedoseksuele misbruik wat ze heeft moeten ondergaan.

Aangezien daders ook schermden met de politie en er enkele politie­-agenten bij het misbruik zelf betrokken waren, was het een risico om naar buiten te treden. “Ik was ‘veilig’ zolang ik mijn mond hield.” Op latere leeftijd kreeg ze bij Jeugdzorg en de GGZ te maken met ongeloof en de afwijzing van de emoties, die voortkwamen uit het jeugdtrauma. Uiteindelijk ging ze zelf bij Jeugdzorg werken. “Omdat ik het systeem wilde begrijpen dat het mogelijk maakte dat ik bij deze ‘ouders’ terecht kwam.” Toch is het een wereldwijd probleem, stelde Lorette, die wel enig lichtpuntje ziet door de vrijgave van de Epstein-files. “Mensen gaan nu de patronen en verbanden zien.”

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in N°19 van De Andere Krant | 9 mei 2026

Ella Ster | ellaster.nl


Ontdek meer van Ellaster

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Door Ellaster

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *