
Het is het zoveelste bewijs van de absolute minachting die het Haagse kartel voelt voor de hardwerkende ondernemer en de gewone automobilist. Terwijl de Duitse regering wel degelijk om haar burgers geeft en direct ingrijpt nu de brandstofprijzen wereldwijd exploderen, laat Den Haag ons vakkundig doodbloeden. De pomphouders in de grensstreek zijn het keiharde slachtoffer van dit asociale roofbeleid. Ze moeten zich in de meest onmogelijke, creatieve bochten wringen om simpelweg te overleven, puur en alleen omdat hun eigen overheid weigert de verstikkende belastingdruk te verlagen.
De asociale passiviteit van het kabinet
Het prijsverschil is inmiddels opgelopen tot enkele tientallen centen per liter. Het logische gevolg is een massale uittocht van Nederlanders die over de grens gaan tanken. De Nederlandse overheid concurreert haar eigen, vaderlandse ondernemers moedwillig kapot.
Laat de waarheid niet verzwijgen: blijf op de hoogte van de slooptocht van de Haagse belastingroof en steun onze ondernemers! (Let op: het artikel gaat hieronder direct verder!)
De overlevingsstrijd van de hardwerkende ondernemer
Minten runt inmiddels wasserettes, een gigantische statiegeld-bulkmachine, een waterstoftankstation, een pakketservice en zelfs een complete winkel voor kampeerartikelen. Over zijn nieuwste statiegeldmachine zegt hij: “In de supermarkt kost het inleveren van blikjes veel tijd. Hier kiepen ze alles er in een keer in. Het leidt tot meer traffic en dus automobilisten die dan gelijk voor een paar tientjes tanken”.
De overheid is de grootste vijand
Het is toch ronduit bespottelijk dat een pomphouder bingo-avonden moet organiseren en wasmachines moet verhuren om zijn benzine aan de man te kunnen brengen? Minten verwoordt de wanhoop van de grensregio perfect:
“We zitten in een heel moeilijk gebied. Ik doe er al jaren van alles bij om het hoofd boven water te houden. Als ik het alléén van tanken moest hebben, had ik me nu zeer grote zorgen gemaakt”.
Hij wijst de ware schuldige genadeloos aan en ziet de Nederlandse overheid als zijn absolute, grootste concurrent. “Je kunt er niet van op aan”, is zijn snoeiharde en volkomen terechte oordeel over het zwalkende beleid in Den Haag.
.

