
De krankzinnige belasting op brandstof
Visser begon zijn analyse met een onderwerp dat iedere hardwerkende Nederlander dagelijks in de portemonnee voelt: de ronduit asociale prijzen aan de pomp. Ondanks de geopolitieke onrust, ligt het echte probleem gewoon in Den Haag. Van een benzineprijs van €2,30 is liefst €1,25 pure belasting! We betalen de absolute hoofdprijs in Europa. Visser legt de hypocrisie genadeloos bloot: de overheid heft 21% btw over de totale prijs, dus ínclusief de torenhoge accijns (84,5 cent). Je betaalt letterlijk belasting over je belasting.
“Dat is wel heel inventief,” aldus de econoom cynisch. Terwijl het volk bloedt aan de pomp en de loodgieter zijn busje amper nog kan betalen, loopt de schatkist massaal binnen. Volgens Visser zijn we met deze accijnzen inmiddels “ruim over de grens heen” van wat maatschappelijk acceptabel is.
Een onbeheersbare schuldenberg
Maar het echte gevaar schuilt in de structurele verrotting van het financiële systeem. Sinds de kredietcrisis van 2008 heeft men totaal niets geleerd. Visser waarschuwt dat het schuldniveau van consumenten, bedrijven én landen sindsdien alleen maar is toegenomen.
Waar we in Europa vroeger een harde eis hadden dat het begrotingstekort maximaal 3% mocht zijn in absolute crisistijd, is die rode lijn onder het slappe beleid van het kartel een “groene lijn” geworden: politici beschouwen die 3% inmiddels als een basisrecht om geld uit te geven, zelfs in tijden van economische meewind.
Daarnaast wijst Visser op het immense, duistere gevaar van de ‘schaduwbanken’: private kredietfondsen waar biljoenen in omgaan, ver buiten het zicht van de toezichthouders. Als dat in elkaar dondert, trekt het de reële economie genadeloos mee de afgrond in. “Het is vooral de vraag van wanneer en wat gaat de trigger zijn,” aldus Visser over de onvermijdelijke klap.
Wie gaat de rommel opruimen?
En als die klap komt, wie draait er dan voor op? Terwijl landen als Italië (met een staatsschuld van 135%) en Frankrijk structureel de boel bedonderen en weigeren orde op zaken te stellen, kijkt iedereen naar de Europese Centrale Bank (ECB) met hun magische geldpers. “Gaan de centrale banken wel of niet de rotzooi opruimen? Ja, dan stort het kaartenhuis wel in,” waarschuwt Visser.
Kortom: de globalistische elites hebben een systeem gecreëerd dat drijft op goedkoop geld en onhoudbare schulden. Wanneer de wal het schip keert, is het – zoals altijd – de gewone, hardwerkende burger die de torenhoge prijs mag betalen via inflatie, faillissementen en de vernietiging van koopkracht.
.

