“In een wereld waar de belofte van insecten als voedsel als een panacee werd gepresenteerd, is de realiteit een dystopie van mislukkingen en verloren investeringen. Terwijl de elite zich verbergt achter de façade van duurzaamheid, worstelen de insectenkwekers met de schaduw van economische en ethische dilemma’s. ‘Eet dat, Klaus Schwab!’, schreeuwt de mensheid, terwijl ze zich afvraagt wie er werkelijk profiteert van deze illusie.”
Eat that, Klaus Schwab!
Jarenlang werden insecten gepresenteerd als hét duurzame antwoord op de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel. Ze zouden efficiënter zijn dan traditioneel vee, minder uitstoot veroorzaken en een oplossing bieden voor de ecologische problemen van de vleesindustrie. Maar na een decennium van investeringen en experimenten lijkt de sector vooral te worstelen met economische en praktische beperkingen.
De moderne belangstelling voor insecten als voedsel kreeg een impuls in 2010, toen de Nederlandse entomoloog Marcel Dicke in een TED Talk pleitte voor het eten van insecten als alternatief voor vlees. Drie jaar later versterkte een rapport van de Verenigde Naties dit idee. Insecten zouden niet alleen geschikt zijn voor menselijke consumptie, maar ook als duurzaam veevoer. Investeerders en overheden stapten massaal in: wereldwijd vloeide er zo’n 2 miljard dollar naar insectenkweekbedrijven.
Toch is het enthousiasme inmiddels flink bekoeld. Een aanzienlijk deel van de sector verkeert in zwaar weer. Ongeveer een kwart van de grootste insectenkweekbedrijven is failliet gegaan, en bijna de helft van alle investeringen is verloren gegaan. Grote projecten worden stilgelegd of uitgesteld, zoals een geplande insectenfabriek in de Amerikaanse staat Nebraska van vleesgigant Tyson Foods en het Nederlandse Protix.
Eén van de belangrijkste problemen is dat de vraag naar insecten als voedsel nauwelijks van de grond komt. Hoewel insecten in sommige delen van de wereld al eeuwenlang worden gegeten, blijven ze in Europa en de Verenigde Staten een nicheproduct. Consumenten staan er vaak wel open voor in theorie, maar in de praktijk belanden insecten zelden op het bord. De markt voor menselijke consumptie is daardoor klein gebleven.
Veel bedrijven probeerden daarom een andere strategie: insecten verwerken tot veevoer. Dat zou een duurzaam alternatief kunnen zijn voor soja en vismeel, die beide gepaard gaan met problemen zoals ontbossing en overbevissing. Maar ook dit model blijkt moeilijk levensvatbaar. De kosten van insectenmeel liggen momenteel ongeveer tien keer hoger dan die van soja en ruim drie keer hoger dan vismeel. Dat prijsverschil maakt grootschalige toepassing onaantrekkelijk.
Een belangrijke oorzaak van die hoge kosten is het voer dat insecten zelf nodig hebben. In tegenstelling tot het beeld dat ze vooral leven van afval, krijgen veel gekweekte insecten hoogwaardige landbouwproducten zoals granen en bijproducten daarvan. Daarmee concurreren insectenkwekers direct met traditionele veehouderij om dezelfde grondstoffen. Het idee van een volledig circulair systeem blijkt in de praktijk vaak niet op te gaan.
Daarnaast spelen energiekosten een grote rol. Insecten groeien het best in warme omstandigheden, waardoor kwekerijen – vooral in Europa – veel energie verbruiken. Pogingen om insecten te voeden met voedselafval stuiten op strenge regelgeving.
Ook de vermeende duurzaamheid van insectenkweek blijkt minder vanzelfsprekend dan vaak wordt aangenomen. De milieu-impact hangt sterk af van factoren zoals het gebruikte voer en de energiebron. In sommige gevallen is het voordeel ten opzichte van bestaande alternatieven beperkt of onzeker.
Naast economische en ecologische vragen groeit ook de ethische discussie. Steeds meer onderzoek wijst erop dat insecten een vorm van bewustzijn hebben en pijn kunnen ervaren. Dat roept vragen op over het grootschalig kweken en doden van enorme aantallen dieren – naar schatting al zo’n biljoen insecten per jaar. De gebruikte dodingsmethoden, variërend van invriezen tot verhitting en vermalen, versterken die zorgen.
De problemen worden geïllustreerd door recente ontwikkelingen in de sector. Het Franse bedrijf Ÿnsect, ooit de grootste speler met honderden miljoenen aan investeringen, ging ten onder na financiële en operationele problemen. In de Verenigde Staten zette Innovafeed een fabriek stil ondanks overheidssubsidies. En het veelbesproken project van Tyson Foods en Protix werd voorlopig in de ijskast gezet.
In reactie op de tegenvallende markt pleiten brancheorganisaties inmiddels zelfs voor overheidsingrijpen, zoals verplichtingen voor publieke instellingen om insectenproducten af te nemen. Tegelijkertijd zoeken bedrijven naar nieuwe strategieën, zoals het combineren van insectenkweek met afvalverwerking of het verplaatsen van productie naar warmere regio’s met lagere kosten.
Volgens experts past deze ontwikkeling in een breder patroon binnen de landbouwtechnologie: veelbelovende innovaties blijken in de praktijk moeilijk rendabel te maken. Eerder onderging bijvoorbeeld ook vertical farming een vergelijkbare cyclus van hype en teleurstelling.
De conclusie lijkt dan ook dat insecten als grootschalige oplossing voor het wereldvoedselprobleem voorlopig uit zicht zijn. Wat ooit werd gepresenteerd als een “revolutionair alternatief” voor vlees, blijkt in de praktijk vooral een industrie die worstelt om economisch en maatschappelijk voet aan de grond te krijgen.
Eat that, Klaus Schwab!

