
n de Tweede Kamer is donderdag uitvoerig gesproken over de toekomst van de AOW, de basisuitkering die Nederlanders ontvangen zodra zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Het voorstel van het minderheidskabinet om de AOW-leeftijd voortaan één-op-één te laten meestijgen met de gemiddelde levensverwachting stuit daarbij op brede weerstand, van links tot rechts in de Kamer.
Niet alleen politici, maar ook veel Nederlanders keren zich tegen het plan. Dat blijkt uit een representatief onderzoek van het Hart van Nederland-panel onder ruim 2.100 respondenten. Van de ondervraagden zegt 84 procent tegen een verdere verhoging van de AOW-leeftijd te zijn. Slechts 14 procent steunt het voorstel, terwijl 2 procent geen mening heeft.
Gevoelig onderwerp voor veel Nederlanders
De uitkomsten onderstrepen hoe gevoelig het onderwerp ligt. De AOW raakt direct aan de financiële zekerheid van mensen op latere leeftijd. Een hogere AOW-leeftijd betekent dat mensen langer moeten doorwerken voordat zij recht hebben op een uitkering. Dat zorgt bij veel Nederlanders voor onzekerheid en onrust.
Vooral mensen met fysiek of mentaal zware beroepen maken zich zorgen. In het debat wordt regelmatig gewezen op beroepen als bouwvakker, verpleegkundige, brandweerman en politieagent, waarbij het niet voor iedereen haalbaar is om tot een steeds hogere leeftijd door te werken.
Politiek en vakbonden kritisch
Ook binnen de Tweede Kamer is de weerstand groot. Een meerderheid van de Kamerleden wil dat het kabinet het voorstel herziet en opnieuw bekijkt. De plannen zijn afkomstig van coalitiepartijen D66, VVD en CDA, maar krijgen ook binnen en buiten de coalitie stevige kritiek.
Daarnaast heeft ook vakbond FNV zich uitgesproken tegen het voorstel. De vakbond vreest dat vooral werknemers met zware beroepen de dupe worden van een automatische verhoging van de AOW-leeftijd.
Niet iedereen kijkt al naar pensioen
Opvallend is dat lang niet alle Nederlanders actief met hun pensioen bezig zijn. Van de ondervraagden tot 67 jaar geeft 49 procent aan zich ‘veel’ of ‘enigszins’ met het pensioen bezig te houden. Bij jongeren tussen de 18 en 44 jaar ligt dat aandeel op 37 procent. In de leeftijdsgroep van 45 tot 54 jaar stijgt dit naar 51 procent, terwijl bij mensen tussen de 55 en 67 jaar maar liefst 71 procent aangeeft zich met het pensioen bezig te houden.
Volgens de onderzoekers is dit een logisch patroon: hoe dichter mensen bij hun pensioendatum komen, hoe groter de aandacht voor hun financiële situatie na het werkende leven.
Onderzoek representatief uitgevoerd
Het panelonderzoek is uitgevoerd door Hart van Nederland en is representatief voor de volwassen Nederlandse bevolking op basis van onder meer leeftijd, geslacht, regio, opleidingsniveau en politieke voorkeur. Het veldwerk werd uitgevoerd door onderzoeksbureau No Ties. Bij een steekproef van deze omvang ligt de foutmarge rond de 2,2 procentpunt bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent.
De uitkomsten zetten extra druk op het kabinet, dat de komende tijd moet bepalen of en hoe het voorstel over de AOW-leeftijd wordt aangepast.
