
Wereldwijd zijn miljarden dollars aan onderzoek besteed aan het bouwen van complexe computermodellen om een rampzalig toekomstscenario te versterken als de kooldioxide-uitstoot in het historische tempo blijft stijgen. Volgens de modellen zal de temperatuur op aarde tegen het einde van de eeuw met enkele graden Celsius stijgen, waardoor veel regio’s onleefbaar worden. Ook zouden de poolkappen kunnen smelten, waardoor laaggelegen kustgebieden, waaronder veel grote steden, onder water komen te staan. Er kunnen zelfs ‘omslagpunten’ zijn die leiden tot een ongebreidelde opwarming van de aarde.
Netto nul
Velen in de gemeenschap uiten hun twijfels over de realiteit van het vermeende gevaar. Er is weinig bewijs voor ongekende extreme weersomstandigheden of gevaarlijke klimaatverandering. Wat wel bewezen is: de zogenaamde transitie naar een economie zonder fossiele brandstoffen – de netto nul-doelstelling – brengt enorme kosten met zich mee. Er is goede reden voor scepsis.
Antropogene opwarming van de aarde zou wetenschappelijk goed onderbouwd zijn. Rapporten van het IPCC suggereren inderdaad dat er consensus bestaat over de wetenschappelijke basis. Ik moet echter denken aan een uitspraak die mijn supervisor op de universiteit altijd deed: “Er zijn geen goden in de meteorologie. Als je iets niet kunt beredeneren vanuit first principles, dan begrijp je het niet”. Noch de first principles van de wetenschap, noch gegevens uit de praktijk ondersteunen de hypothese van antropogene opwarming van de aarde.
De meest geciteerde stelling is dat de broeikasgassen in de atmosfeer (voornamelijk waterdamp, maar ook gassen zoals kooldioxide, methaan, ozon, stikstofoxiden, enz.) straling van het aardoppervlak absorberen en zo als een deken fungeren die de aarde warmer houdt dan anders het geval zou zijn. Door meer kooldioxide toe te voegen, wordt de deken dikker en wordt de aarde warmer. Dit is slechts gedeeltelijk waar. De gassen absorberen weliswaar straling die door de aarde wordt uitgezonden, maar ze zenden ook straling uit, onafhankelijk van wat ze absorberen. De broeikasgassen zenden zelfs meer straling uit, naar de ruimte en terug naar de aarde, dan ze absorberen.
Onjuiste metafoor
Broeikasgassen koelen de atmosfeer, maar de koelende werking wordt tenietgedaan door de stroom van warmte en latente energie die in verdampend water aanwezig is naar de atmosfeer. De vergelijking met een deken is een onjuiste metafoor voor de rol van broeikasgassen. Om de temperatuur op aarde op peil te houden, is een complexer construct nodig dan broeikasgassen en straling.
Satelliet-instrumenten bieden een bijna wereldwijde dekking voor belangrijke klimaatgerelateerde gegevens. Deze gegevens zijn verzameld en opgeslagen door verschillende nationale meteorologische diensten. Met bijna een halve eeuw aan beschikbare gegevens vormen de datasets een waardevolle bron voor het bestuderen van het klimaat op aarde en hoe dit verandert.
Een ‘openbaring’ van de klimaatgegevens is dat de temperatuur van de tropische atmosfeer met een vertraging van ongeveer zes weken de temperatuur volgt van het equatoriale oceaanoppervlak, waar de temperaturen het hoogst zijn. Boven de tropen stroomt warmte en latente energie van het oppervlak naar de atmosfeer en wordt de energie door de passaatwinden naar het equatoriale gebied getrokken. Het is diepe convectie in het equatoriale gebied die de warmte en latente energie door de atmosfeer verspreidt om het verlies aan stralingsenergie te compenseren.
Opwarming van de Noordpool
De tweede openbaring is dat de recente opwarming niet wereldwijd uniform is geweest. Het veelvuldige gebruik door het IPCC van de mondiale gemiddelde temperatuur als index voor klimaatverandering, is misleidend. Op de breedtegraden van de Zuidelijke Oceaan was er in wezen geen opwarming. De opwarmingssnelheid boven het equatoriale oceaanoppervlak bedroeg minder dan 1 °C per eeuw. De opwarming was het grootst boven de bevroren poolgebieden. De snelste opwarming, met bijna 8 °C per eeuw, vond plaats boven de Noordpool tijdens de donkere wintermaanden. Dit staat in contrast met een opwarmingssnelheid van slechts ongeveer 2 °C per eeuw tijdens de zonnige zomermaanden.
De verklaring van het IPCC voor de opwarming van de aarde, namelijk dat de opwarming het gevolg is van een versterkt broeikaseffect, kan niet kloppen wanneer de grootste opwarming zich tijdens de donkere wintermaanden boven het bevroren Noordpoolgebied heeft voorgedaan. In de winter is er een netto stralingsverlies naar de ruimte boven het Noordpoolgebied en opwarming kan alleen plaatsvinden als de snelheid waarmee energie vanuit de tropen wordt getransporteerd, toeneemt.
Een logischere verklaring voor de opwarming van het Noordpoolgebied is dat extra warmte en latente energie naar de atmosfeer zijn gestroomd naarmate de tropische oceanen langzaam zijn opgewarmd. De temperatuur van de tropische atmosfeer wordt beperkt door de temperatuur van het oceaanoppervlak op de evenaar. Hieruit volgt dat een groot deel van de extra energie naar hogere breedtegraden is getransporteerd. Het energietransport is maximaal tijdens de wintermaanden, de periode waarin volgens waarnemingen de grootste opwarming boven de polen heeft plaatsgevonden.
Oceaantemperaturen
Er is ook geen geldend verband tussen de extra kooldioxide in de atmosfeer en de stijgende oceaantemperaturen. Kooldioxide en waterdamp absorberen en zenden straling uit in gemeenschappelijke golflengtebanden. Bij tropische temperaturen is de concentratie van waterdamp ongeveer 50 keer groter dan die van kooldioxide. De door kooldioxide uitgezonden straling wordt grotendeels geabsorbeerd door de waterdamp. Er is geen significante toename van de straling die het oppervlak opwarmt naarmate de kooldioxide-concentratie toeneemt.
Is een voortzetting van de recente opwarming, die zich vooral in de winter boven de poolgebieden heeft voorgedaan, waarschijnlijk gevaarlijk voor de planeet? Het meest voor de hand liggende effect van de recente opwarming, is een vroegere start van de dooi in het voorjaar en een vertraging van de vorst in het najaar op de middelste en hoge breedtegraden van het noordelijk halfrond. Hierdoor is de duur van het smelten van het ijs toegenomen, wat heeft geleid tot een afname van de massa van de ijskappen en het terugtrekken van berggletsjers. De toename van het jaarlijkse verlies aan ijsmassa wordt echter beperkt door het transport van warmte uit de tropen. De zeespiegelstijging zal bescheiden en beheersbaar blijven.
De recente opwarming op de middelste en hoge breedtegraden heeft voordelen opgeleverd. Door de vroegere dooi en latere vorst is het groeiseizoen op deze breedtegraden verlengd. Anekdotische rapporten uit Noord-Europa en Noord-Amerika suggereren dat het groeiseizoen met wel 20 dagen is verlengd. NASA-satellieten tonen duidelijk een vergroening van de planeet aan, aangezien de door de temperatuur beperkte biosfeer heeft gereageerd op het langere groeiseizoen. Belangrijk voor de beschaving is dat het langere groeiseizoen, in combinatie met technologie en het bemestende effect van meer kooldioxide, de voedselproductie enorm heeft doen toenemen.
Groenland
De geschiedenis suggereert dat de meest recente opwarming een patroon volgt van temperatuurveranderingen op middelbare en hoge breedtegraden, zoals dat ook in vroegere tijden het geval was. Tijdens de Romeinse bezetting van Groot-Brittannië was het mogelijk om in het noorden gewassen te verbouwen, waaronder wijnranken. Met het begin van de koude middeleeuwen daalden de wintertemperaturen en bevroren rivieren. Veel van het vroegere landbouwgebied in Groot-Brittannië en Europa veranderde weer in bos. Tijdens de warme middeleeuwen koloniseerden de Noormannen de Arctische gebieden, waaronder nederzettingen op Groenland. De terugkeer van de kou tijdens de Kleine IJstijd leidde tot het verdwijnen van de nederzettingen op Groenland, het bevriezen van Europese rivieren in de winter en de uitbreiding van gletsjers in de Alpen.
Er is duidelijk een discrepantie tussen de klimaatscenario’s die door computermodellen worden voorspeld en de karakteristieke regionale klimaattrends die in de afgelopen halve eeuw zijn geregistreerd. De recente veranderingen komen overeen met de natuurlijke klimaatschommelingen op millenniumschaal die uit historische verslagen naar voren komen. De geschiedenis leert ons dat beschavingen bloeien tijdens de warmere fasen, maar lijden tijdens de koudere fasen van de cyclus. Dit staat haaks op de sombere voorspellingen van een steeds warmer wordende planeet voor toekomstige generaties, die activisten uit computermodellen hebben afgeleid.
In zijn eerste evaluatierapport beweerde het IPCC dat de enige manier om de relatie tussen de concentratie van kooldioxide in de atmosfeer en de wereldwijde temperatuurstijging vast te stellen, het gebruik van computermodellen was. De divergentie tussen klimaatprognoses en geregistreerde gegevens wijst op de noodzaak van een grondige herbeoordeling van de manier waarop extra kooldioxide in computermodellen wordt verwerkt. In hun huidige staat zijn de computerprognoses duidelijk onjuist en gevaarlijk misleidend.
ONDERSTEUNEND BEWIJSMATERIAAL
1. Broeikasgassen geven meer straling af dan ze absorberen en hebben de neiging om de atmosfeer af te koelen. De mondiale en jaarlijkse gemiddelde energiebalans van de aarde is afkomstig uit een IPCC-rapport en is gebaseerd op het werk van Kiehl en Trenberth. De broeikasgassen, wolken en aerosolen stralen 195 W/m2 uit naar de ruimte en 324 W/m2 terug naar het aardoppervlak (totale emissie 519 W/m2). De broeikasgassen, wolken en aerosolen absorberen 350 W/m2 die door het aardoppervlak wordt uitgestraald en 67 W/m2 aan zonnestraling (totale absorptie 417 W/m2). Dat wil zeggen dat het verlies aan stralingsenergie met een snelheid van 102 W/m2 de atmosfeer afkoelt. Het stralingsverlies wordt gecompenseerd door een warmtestroom (24 W/m2) en latente verdampingsenergie (78 W/m2) van het aardoppervlak naar de atmosfeer.
.
