“In een wereld waar medicijnen tegen hoge bloeddruk meer doden dan levens redden, blijft de mens gevangen in een systeem dat de symptomen behandelt, niet de oorzaken. De illusie van controle over ons welzijn vervaagt, terwijl de waarheid zich verschuilt achter onnauwkeurige metingen en onbetrouwbare richtlijnen. Wat als de strijd tegen de bloeddruk slechts een schaduwspel is, waarin de echte vijand ons begrip van gezondheid zelf is?”
Medicijnen tegen hoge bloeddruk hebben veel bijwerkingen, waaronder sterfte. Er is bovendien geen bewijs dat het verlagen van de bloeddruk levens redt.
Het gangbare medische denken over hoge bloeddruk schiet fundamenteel tekort. Dat stelt de arts die schrijft onder het pseudoniem “A Midwestern Doctor” in een artikel op Substack. Volgens hem is hypertensie uitgegroeid tot de meest voorkomende chronische aandoening, terwijl het aantal mensen dat als patiënt wordt aangemerkt door steeds strengere richtlijnen blijft toenemen. Tegelijkertijd berust een aanzienlijk deel van de diagnoses op onnauwkeurige metingen en is voor het overgrote deel van de gevallen geen duidelijke oorzaak vastgesteld.
Onnauwkeurige metingen en overdiagnose
Bloeddrukmetingen blijken sterk variabel. Stress, zoals een doktersbezoek, kan tijdelijke verhogingen veroorzaken. Ook praktische factoren, zoals een verkeerde manchetmaat of verschillen tussen beide armen, kunnen tot foutieve metingen leiden. Hierdoor is alleen al 15 tot 30 procent van de hypertensiediagnoses onterecht.
Daarnaast wijst hij op het verschil tussen perifere bloeddruk (gemeten in de arm) en centrale bloeddruk (in de aorta). Die laatste hangt sterker samen met cardiovasculaire risico’s, terwijl in de praktijk vrijwel uitsluitend de perifere waarde wordt gebruikt.
Oorzaak of gevolg?
In de reguliere geneeskunde wordt hoge bloeddruk gezien als een belangrijke oorzaak van hart- en vaatziekten. De auteur plaatst daar vraagtekens bij en introduceert het idee van “omgekeerde causaliteit”: verhoogde bloeddruk is geen primaire oorzaak, maar een compensatiemechanisme van het lichaam bij verminderde doorbloeding.
Hij verwijst naar situaties waarin herstel van bloedtoevoer – bijvoorbeeld bij nierproblemen of bepaalde hartafwijkingen – direct leidt tot normalisatie van de bloeddruk. Dat suggereert dat het lichaam de druk verhoogt om vitale organen van voldoende bloed te voorzien.
Het lineaire model ter discussie
Het huidige beleid is grotendeels gebaseerd op het idee dat elke verlaging van bloeddruk het sterfterisico vermindert. Dit berust op een lineair model dat stelt: hoe lager de bloeddruk, hoe beter. De auteur verwijst naar heranalyses van grote datasets waarin een zogenoemd drempelmodel naar voren komt. Daarbij neemt het sterfterisico pas sterk toe boven een bepaalde grens, in plaats van geleidelijk bij elke kleine stijging.
De verlaging van richtlijnen heeft ertoe geleid dat bijna de helft (!) van de volwassen bevolking in de Verenigde Staten als hypertensief geldt.
Beperkt bewijs voor sterftereductie
De auteur bespreekt verschillende grote onderzoeken, waaronder een omvangrijke Britse studie uit 1973. Daaruit blijkt dat behandeling van matig verhoogde bloeddruk nauwelijks invloed had op hartaanvallen of totale sterfte. Wel werd een kleine vermindering van beroertes vastgesteld. Ook latere Cochrane-analyses (2009 en 2020) tonen slechts minimale voordelen aan bij agressieve bloeddrukverlaging, waarbij de nadelen van medicatie zwaar wegen.
Nooit is overtuigend bewezen dat het routinematig verlagen van bloeddruk bij grote groepen mensen de totale levensverwachting significant verbetert.
Zeta-potentiaal en bloedklontering
Een belangrijk en minder bekend onderdeel is het concept van zeta-potentiaal: de elektrische lading van bloedcellen die voorkomt dat ze samenklonteren. Wanneer deze negatieve lading afneemt, klonteren bloedcellen sneller samen, wat leidt tot microcirculatiestoornissen.
Historische studies uit de jaren veertig en vijftig hebben een verband aangetoond tussen bloedklontering en hoge bloeddruk. Verminderde microcirculatie kan de bloeddruk doen stijgen doordat het lichaam probeert de doorstroming te herstellen.
Hij bespreekt methoden die de zeta-potentiaal kunnen verbeteren, zoals aanpassing van elektrolytenbalans, “aarden” (blootsvoets contact met de aarde) en ultraviolet bloedbestraling.
Chinese geneeskunde en bloedstase
Binnen bepaalde stromingen van de Chinese geneeskunde wordt hypertensie gekoppeld aan “bloedstase” – een toestand van verminderde doorbloeding. Sommige behandelaars herkennen patronen waarbij verhoogde bloeddruk ontstaat als compensatie voor verminderde circulatie. Behandeling richt zich daar op het verbeteren van doorstroming en het herstellen van balans, onder meer via kruiden, leefstijlveranderingen en acupunctuur.
Bijwerkingen van medicatie
Aan bloeddrukverlagende medicijnen kleven de nodige nadelen. De auteur bespreekt vier hoofdgroepen – diuretica, bètablokkers, calciumantagonisten en ACE-remmers – en benadrukt dat elk middel een eigen bijwerkingenprofiel heeft.
Veelvoorkomende problemen zijn duizeligheid, elektrolytstoornissen, vermoeidheid, verhoogd valrisico bij ouderen, nierproblemen en andere complicaties die samenhangen met verminderde doorbloeding. De gezondheidsvoordelen verschillen sterk per medicijnklasse, ondanks vergelijkbare dalingen in bloeddruk, wat erop wijst dat eventuele voordelen niet uitsluitend voortkomen uit de bloeddrukverlaging zelf.
Zoutconsumptie ter discussie
Tot slot uit de auteur kritiek op agressieve zoutbeperking. Hij stelt dat zoutreductie slechts een minimaal effect heeft op bloeddruk, terwijl lage natriumwaarden (hyponatriëmie) samenhangen met verhoogde sterfte, vermoeidheid en cognitieve klachten. Overmatige zoutbeperking kan juist gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, waarschuwt hij.
Conclusie
Hij betoogt dat het huidige paradigma te eenzijdig is gericht op het verlagen van een getal, zonder voldoende aandacht voor onderliggende oorzaken en individuele verschillen. Hoge bloeddruk wordt vaak overgediagnosticeerd, het bewijs voor brede sterftereductie is beperkt en nadelen van medicatie worden onderschat.
Hij pleit dan ook voor een herziening van de richtlijnen, meer aandacht voor microcirculatie en zeta-potentiaal, en een terughoudender, individueler gebruik van bloeddrukverlagende middelen.

