“In een wereld waar de waarheid wordt gemanipuleerd en wetenschappelijke stemmen worden verstomd, blijft het manuscript van de waarheid ongehoord, afgewezen door een systeem dat angst voor afwijkende meningen koestert. De schaduw van censuur doemt op, terwijl de echo van verloren kennis weerklinkt in de lege zalen van de academische wereld. Wat ooit een zoektocht naar begrip was, is nu een dystopische strijd om de vrijheid van denken.”
Het manuscript is in de periode 2024–2025 bij zestien tijdschriften ingediend en evenzoveel keer afgewezen, vaak zonder inhoudelijke peer-review.
Een nieuwe publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Oncotarget heeft opnieuw discussie aangewakkerd over de veiligheid van mRNA-COVID-19-vaccins. Toxicoloog en moleculair bioloog Janci Lindsay en haar collega’s beschrijven daarin een samenhang tussen mRNA-vaccinatie en het ontstaan van bepaalde vormen van bloedkanker. Tegelijkertijd publiceerden de auteurs een tweede paper waarin zij stellen dat hun onderzoek jarenlang is tegengehouden door systematische censuur binnen de wetenschappelijke uitgeefwereld.
De studie, getiteld Exploring the potential link between mRNA COVID-19 vaccinations and cancer, is opgezet als een casusbeschrijving gecombineerd met een literatuurreview. De auteurs presenteren het geval van een jonge, voorheen gezonde vrouw die na haar tweede dosis van het Pfizer/BioNTech-vaccin acute lymfatische leukemie (ALL) en lymfoblastair lymfoom (LBL) ontwikkelde.
De auteurs verwijzen naar bestaande literatuur waaruit blijkt dat het gemodificeerde mRNA, verpakt in zogenoemde lipide nanodeeltjes, zich breder door het lichaam kan verspreiden dan aanvankelijk werd aangenomen. Daarbij kunnen ook het beenmerg en andere bloedvormende organen bereikt worden.
In hun analyse bespreken zij biologische mechanismen die kunnen bijdragen aan oncologische processen. Genoemd worden onder meer verstoring van immuunregulatie, T-celsuppressie, veranderingen in interferonresponsen, remming van apoptose (geprogrammeerde celdood) en verhoogde productie van TGF-β, een groeifactor die betrokken is bij agressieve tumorontwikkeling. Ook wijzen de auteurs op meldingen van plasmide DNA-verontreiniging in mRNA-vaccins, waaronder sequenties afkomstig van de SV40-promoter, een element dat in het productieproces wordt gebruikt.
Volgens Lindsay en haar collega’s verdienen deze bevindingen extra aandacht, omdat mRNA-vaccins niet alleen als vaccins functioneren, maar ook kenmerken vertonen van gentherapieproducten. Zij verwijzen daarbij naar bestaande richtlijnen van onder meer de FDA en EMA, waarin theoretische risico’s van DNA-integratie en genotoxiciteit worden benoemd.
In hun conclusies pleiten de auteurs voor uitgebreidere studies, om langetermijneffecten van mRNA-technologie beter in kaart te brengen. Zij benadrukken dat dit noodzakelijk is gezien de snelle uitbreiding van mRNA-platforms naar andere vaccins en medische toepassingen.
Minstens zo opvallend als de inhoud van de studie is de weg naar publicatie. In een tweede artikel, Censorship in science, beschrijven Lindsay en haar coauteurs een publicatiegeschiedenis die zij omschrijven als uitzonderlijk en zorgwekkend. Het manuscript is in de periode 2024–2025 bij zestien tijdschriften ingediend en evenzoveel keer afgewezen, vaak zonder inhoudelijke peer-review. Slechts drie tijdschriften stuurden het artikel daadwerkelijk door naar reviewers.
Bij het tijdschrift Current Proteomics werd het manuscript zelfs tweemaal geaccepteerd na peer-review, om vervolgens vóór publicatie alsnog te worden ingetrokken. Dit gebeurde niet op basis van nieuwe wetenschappelijke bezwaren, maar vanwege de “controversiële” aard van de conclusies. Lindsay trad daarop af uit de redactieraad van het tijdschrift.
De kern van de kritiek die zij van redacties ontvingen, was dat mRNA-vaccins geen kanker zouden kunnen veroorzaken omdat zij niet in de celkern doordringen en niet integreren in het DNA. De auteurs betogen dat dit argument voorbijgaat aan de complexe aard van kanker, waarbij bijvoorbeeld ook chronische ontsteking een rol kan spelen.
De auteurs stellen dat open wetenschappelijk debat juist noodzakelijk is. Het structureel weren van afwijkende hypothesen leidt tot een vertekend beeld van consensus en belemmert de mogelijkheid om risico’s tijdig te identificeren.
De publicatie in Oncotarget markeert daarmee niet het einde, maar eerder het begin van een bredere discussie: niet alleen over de langetermijneffecten van mRNA-technologie, maar ook over de vraag hoe wetenschap omgaat met onzekerheid, controverse en afwijkende stemmen in tijden van maatschappelijke en politieke druk.

