Een Amerikaans hof van beroep heeft geoordeeld dat een rechtszaak tegen enkele van ’s werelds grootste farmaceutische bedrijven mag doorgaan. AstraZeneca en Pfizer worden beschuldigd van het financieren van terrorisme in Irak door financiële en materiële steun te verlenen aan een Iraakse militie, waardoor terroristisch geweld tegen Amerikaanse militairen en burgers mogelijk werd gemaakt.
Het U.S. Court of Appeals for the District of Columbia Circuit oordeelde dat de eisers voldoende bewijs hebben aangevoerd om hun claims voorlopig te handhaven. De zaak is aangespannen door Amerikaanse militairen en burgers die tussen 2005 en 2011 in Irak gewond raakten of nabestaanden zijn van slachtoffers van aanslagen.
Naast AstraZeneca en Pfizer zijn ook GE HealthCare, Johnson & Johnson en het Zwitserse Roche gedaagden in de procedure. De aanklacht stelt dat deze bedrijven miljoenen dollars in contanten en medische goederen betaalden aan Jaysh al-Mahdi, een sjiitische militie die banden heeft met Hezbollah en feitelijk controle had over het Iraakse ministerie van Volksgezondheid.
De eisers beweren dat de betalingen niet alleen corrupt waren, maar ook bewust hebben bijgedragen aan het financieren van geweld. Het hof oordeelde dat de bedrijven wisten dat hun steun kon worden gebruikt voor aanvallen op Amerikaanse doelen en dat ze transacties op ongebruikelijke en onwettige wijze structureerden om de activiteiten van de militie te faciliteren.
De rechtszaak werd oorspronkelijk in 2017 aangespannen bij een federale rechtbank in Washington, maar werd in 2020 afgewezen. Het hof van beroep heeft de zaak in 2022 nieuw leven ingeblazen en deze is nu opnieuw beoordeeld. Met de recente beslissing kan de procedure inhoudelijk worden voortgezet.
De betrokken bedrijven hebben de beschuldigingen krachtig ontkend. Er is nog geen reactie gegeven op verzoeken om commentaar naar aanleiding van de recente uitspraak.
Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.
…
Interessant
Foto: Tim Reckmann CC BY 2.0

