• za. jan 10th, 2026

In een grijs verleden heb ik eens met grote tussenpozen een boek gelezen van de Amerikaanse geleerde Dewey B. Larson. Dat boek had de titel “The Case of the Nuclear Atom” en is uitgekomen in 1963. Het boek gaat niet zozeer over het feit of atomen nu wel of niet bestaan, maar meer over groot ze zijn. Veelal wordt Larson daardoor in een bepaalde hoek gezet, omdat het een “atoomontkenner” zou zijn, een voor een wetenschapper dodelijke kwalificatie, zo mogelijk nog erger dan “klimaatontkenner”, “systeemhater” of “vliegtuiggekkie”. Het heeft me aan tijd ontbroken om eens een behoorlijke samenvatting te produceren, maar zoals alles: komt tijd komt raad. Iemand anders heeft het voor me gedaan. Ik heb het overgenomen en vertaald en er wat opmerkingen aan toegevoegd. Onderaan het artikel het resultaat.

Zullen we even een traject “reverse engineering” doen?

(1) Meer dan een eeuw lang hebben we leren leven met “atomen” en wat er omheen cirkelt. De eerste fotografische opname van een “atoom” moet nog worden gemaakt, hetgeen overigens nog niets bewijst. Maar er hangt een complete wetenschap aan; is dat niet gek? Sinds wanneer moeten we wetenschap als een religieuze beleving kwalificeren?

(2) Als we niet zeker weten of een “atoom” bestaat of hoe groot een “atoom” is en hoe een “atoom plus elektron” eruit ziet, wat zijn we bij een kernsplitsing dan aan het splitsen? Een gedragsmodel? Een aanname of een observatie van de indirect waar te nemen gevolgen? Het wordt tevens een stuk moeilijker de werking van een “atoombom” uit te leggen. Een landing op de maan met een kartonnen doos is eenvoudiger te duiden.

(3) Kerncentrales zijn ooit gebouwd als fabrieken voor de productie van “atoombommen”, de eerste werd gerealiseerd binnen de bebouwde kom van Los Angeles, jaren ’40 van de vorige eeuw. Men kwam er achter, dat er zoveel hitte vrijkwam, dat het zonde zou zijn om dat maar gewoon in het milieu te dumpen. Je kon er beter stoom van maken en turbines mee laten draaien om stroom op te wekken.

(4) Die kerncentrales draaien dus op het model dat je “atomen” kunt splitsen en op die manier warmte kunt genereren. Zonder je af te vragen wat er wordt gesplitst is de vraag: waarom dat gevaarlijke, radioactieve uranium, waarom niet gewoon een willekeurige atoom van bijvoorbeeld “water”? Dan heb je direct stoom en geen radioactief afval. Dus: bestaat radioactiviteit wel in de vorm van dodelijke straling?

(5) Het boek van Larson – die overigens nog een paar interessante boeken heeft geschreven – kwam weer in beeld toen ik de volgende opmerking ergens las:

“De technologie om elektromagnetische energie uit de Aether te winnen wordt wereldwijd nog steeds toegepast. Wanneer Polen en Rusland grote metalen kathedralen (energiecentrales) bouwen, tonen ze aan de wereld dat ze deze technologie nog bezitten. Rusland exporteert (zogenaamde) kernreactoren naar al hun bondgenoten met deze technologie. Technologie die Duitsland, onder druk van zijn Amerikaanse meesters, volledig heeft vernietigd.”

Het was inderdaad verbazingwekkend hoe snel Duitsland zijn kerncentrales heeft afgekoppeld van het stroomnet.

De bewering dat kerncentrales in feite energie uit de Aether halen, moet worden gestaafd aan hoe een kerncentrale eigenlijk functioneert. Weten degenen die daar achter de knoppen zitten eigenlijk wel wat ze aan het doen zijn? Laat maar eens zien wat daar in die reactor gebeurt: op elektronenniveau. Geen modellen, geen indirecte observaties, maar live webcams.

Kan het zo zijn dat uranium wordt gebruikt omdat het als katalysator van energie uit de Aether stroom in hitte omzet? Zodat het lijkt alsof we daar iets aan het doen zijn, terwijl alleen maar stroom omzetten naar stoom om vervolgens weer …uhm… stroom op te wekken?? Wat gebeurt daar in feite, kunnen ze dat eens op atomair niveau uitleggen?


Source: https://herstelderepubliek.wordpress.com/2026/01/08/over-kernbomfabrieken-atomen-en-aetherenergie/

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *