Er is helaas geen gesproken versie van dit artikel beschikbaar
In het centrum van de Duitse stad Düsseldorf is een Nederlandse man zwaargewond geraakt toen de taxi waar hij in zat werd beschoten. Het Openbaar Ministerie meldt dat de man een neef is van Hüseyin Baybasin, die in Nederland een levenslange gevangenisstraf uitzit.
Journalist Eric van de Beek interviewde Baybasin onlangs, maar kreeg een publicatieverbod opgelegd. Twee personen in zijn omgeving, een journalist en een ex-journalist, hebben hem erop gewezen dat hij mogelijk gevaar loopt en daar op moet acteren.
Er zijn machtige en criminele spelers betrokken bij de dossiers Demmink en Baybasin, stelt Van de Beek. “Zij deinzen niet terug voor het uit de weg ruimen van journalisten.” Met dit soort scenario’s moet je rekening houden als je je hiermee bezighoudt, zegt hij over de schietpartij in Düsseldorf.
Van de Beek schreef eerder een longread over Baybasin en oud-topambtenaar Joris Demmink, waarvoor hij zes boeken las, krantenarchieven doorspitte en het internet afgraasde.
Al bijna drie decennia zit de Koerdisch-Turkse zakenman Baybasin een levenslange gevangenisstraf uit in Nederland. Hij werd in 1998 veroordeeld voor drugshandel en het opdracht geven tot moord en gijzeling. Sindsdien heeft hij steeds volgehouden onschuldig te zijn. Volgens hem en zijn verdedigers is zijn veroordeling niet het gevolg van strafbare feiten, maar van een politiek-juridisch complot waarbij Nederland onder druk van Turkije heeft gehandeld. De kern van die beschuldiging: Turkije zou Nederland hebben gechanteerd met compromitterende informatie over oud-topambtenaar van Justitie Demmink.
Baybasin verwierf in de jaren negentig bekendheid als een welgestelde zakenman en als politiek activist voor de Koerdische zaak. Hij was medeoprichter van het Koerdisch Parlement in Ballingschap en financierde Koerdische media zoals Med-TV. Daarmee wekte hij de woede van de Turkse autoriteiten, stelt hij zelf. Daarnaast zou hij beschikken over belastende kennis over de betrokkenheid van hoge Turkse functionarissen bij internationale heroïnesmokkel, opgedaan tijdens werkzaamheden voor een aan de NAVO gelieerde geheime eenheid. Volgens Baybasin wilde Turkije hem om die redenen het zwijgen opleggen.
Turkije verzocht Nederland in de jaren negentig om zijn uitlevering. Dat verzoek werd in 1997 door de Nederlandse rechter afgewezen omdat Baybasin in Turkije een reëel risico liep te worden gemarteld. Kort daarna startte het Nederlandse Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek tegen hem, dat leidde tot zijn levenslange veroordeling. Het bewijs waarop die veroordeling rustte, bestond grotendeels uit telefoontaps.
Juist die taps vormen het belangrijkste punt van kritiek. Wetenschapsfilosoof Ton Derksen, bekend van zijn onderzoek naar gerechtelijke dwalingen, concludeerde in meerdere boeken dat de taps zijn gemanipuleerd en doelbewust verkeerd vertaald. Gesprekken werden zo uitgelegd dat zij moordopdrachten suggereerden, terwijl de oorspronkelijke bewoordingen daar geen steun voor boden. In één van de kernvoorbeelden zou een Engelse zin verkeerd zijn vertaald om een moordopdracht te construeren. De persoon die volgens het Openbaar Ministerie het doelwit van die moord zou zijn geweest, leeft aantoonbaar nog. Een andere moordzaak in Turkije leidde nooit tot veroordelingen van de vermeende uitvoerders.
Naast de twijfel aan het bewijs wijst Baybasin op aanwijzingen voor politieke druk. Een interne telefoonnotitie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst uit 1997 vermeldt dat zijn zaak mogelijk werd gebruikt als “drukmiddel” in overleg met Turkije. Baybasin en zijn verdediging vermoeden dat het verband houdt met gevoelige informatie over Joris Demmink.
Diverse onderzoekers stellen dat Demmink tijdens dienstreizen naar Turkije minderjarige jongens zou hebben misbruikt. Deze beschuldigingen zouden hem chantabel hebben gemaakt. In een gelekt Turks veiligheidsrapport, het zogeheten EK Rapor, wordt gesteld dat Turkije deze informatie gebruikte om Nederland ertoe te bewegen Baybasin strafrechtelijk uit te schakelen. De Nederlandse justitie heeft dit rapport echter als onbetrouwbaar en niet-verifieerbaar terzijde geschoven.
De zaak-Demmink werd meerdere malen onderzocht. Er zijn aangiften gedaan door Turkse jongens en ook in Nederland werd aangifte gedaan tegen Demmink. Geen van deze leidde tot strafvervolging. Wel bleek later uit Turkse documenten dat Demmink in 1996 Turkije is binnengekomen, terwijl hij eerder had ontkend daar in die periode te zijn geweest. Onder druk van het gerechtshof stelde het Openbaar Ministerie uiteindelijk een onderzoek in, maar concludeerde in 2017 dat niet kon worden vastgesteld dat Demmink
.

