Een moderne monnik maar niet blij en voldaan
Gepubliceerd in het maandblad Paravisie 2025
Er zijn nog zo’n zestig bewoonde kloosters in Nederland. Het aantal religieuzen is sinds 2012 gedaald van zesduizend naar tweeduizend medio 2025. De meeste bewoners zijn op leeftijd, vaak ver boven de zeventig. Toch zijn er ook legio “monniken” en “nonnen” die niet in habijt rondlopen. Mijn cliënt Bram is daar een treffend voorbeeld van.
Hij is pas zesenzestig, maar oogt ouder, vermagerd en stil. Na een existentiële relatiecrisis zo’n tien jaar geleden stopte hij radicaal met alcohol, wiet, snoep en suiker. Hij deed zijn auto weg, weigerde nog te kopen wat hij niet werkelijk nodig had. Dating deed hij toch al niet, maar hij kapte ook bewust met zijn pornoverslaving. Uiteindelijk hield hij ook op met masturberen. Zelfs sporten liet hij los. Terug naar het absoluut minimale. De prikkel van een vorig leven?

“Ik wandel nog wel. Ik kan niet zonder de natuur,” zegt hij, terwijl we elkaar onverwacht op het Ruigoord Landjuweel Festival ontmoeten. Dat is lang geleden! We kennen elkaar nog uit de sannyas-dagen, de bewustwordingshype van de jaren tachtig. We waren allebei toegewijde discipelen van Bhagwan Osho Rajneesh. Ik was meer van de Celebration – het gepassioneerd vieren van het leven, inclusief alle geneugten. Bram daarentegen was toen al een ingetogen leerling. Hij mediteerde veel. Osho bood in die tijd actieve meditaties aan, schudden, schreeuwen, springen en dansen (Dynamic en Kundalini bijvoorbeeld) maar Bram zat liever stil in Vipassana, een ademhalingsgerichte oefening.
Na het fiasco rond Osho’s avontuur in Oregon in 1985 (voor de liefhebbers de Netflixfilm Wild Wild Country) verdween Bram in een noodlottige liefdesrelatie, vol oude en onbegrepen kinderpijn, projecties en botsende levensvisies.
Eigenlijk was hij toen al monnik. Hij verbrak diepongelukkig de relatie op een vakantie en stopte tegelijkertijd met werken. Dankzij een erfenis kon hij eenvoudig leven. Uiteindelijk belandde hij in een yurt in het bos, achter het huis van een vriend.
“Ik was helemaal off the grid,” vertelt hij. Geen telefoon, geen wifi. “Vroeger noemde ik mijn leven in de natuur een vervulling. Ik had immers de eerste jaren nooit meer het gevoel dat ik dood wilde, omdat ik vaak God om me heen voelde.”
Maar toen kwam er een duiveltje uit een weggestopt doosje. Niet meer kunnen slapen. Eerst leek het hem nog een soort spiritueel fenomeen, een vooroefening naar Verlichting. Spannend, eindelijk weer een uitdaging in zijn ingedutte leventje. Dat had hij zichzelf in ieder geval een tijd wijsgemaakt. Maar van lieverlee werd het van suf ingedut zijn vooral opgefokt niet meer kunnen slapen. En piekeren. “Piekeren met een Hoofdletter,” beschreef Bram het. “Is dit alles? Heeft enig leven enige zin? Is het niet één groot verplicht rollenspel?”
Hij werd mager en begon slordig te eten. Zijn goede vriend sleurde hem naar een dokter. Diagnose: burn-out. Opmerkelijk, voor iemand die al zeven jaar niet gewerkt had. Behalve dan in zijn moestuin en aan zijn kippenhok. “Maar ik had niet gewerkt aan de eindeloze zelfverwijtende stemmetjes in mijn hoofd,” zegt Bram nu droog.

SLAAPTABLETTEN
Het werden dus toch slaaptabletten en toen er wel geslapen werd, maar de troosteloosheid bleef, verschenen de antidepressiva. “Daar raakte ik uiteindelijk weer verslaafd aan,” gromt Bram. “In die tijd verweet ik mijzelf ook dat ik niets bereikt had in heel dat verspilde leven. Geen kinderen gehad, niet zelf een appeltje voor de dorst gespaard.”
Er kwam pas verandering toen hij zichzelf een retraite gunde in het grootste klooster van België: de Abdij van Park in Leuven. Deze Norbertijnenabdij uit de twaalfde eeuw ligt op een uitgestrekt domein met historische gebouwen, een prachtige bibliotheek, tuinen en een park.
Er kwam pas verandering toen hij zichzelf een retraite gunde in het grootste klooster van België: de Abdij van Park in Leuven. Deze Norbertijnenabdij uit de twaalfde eeuw ligt op een uitgestrekt domein met historische gebouwen, een prachtige bibliotheek, tuinen en een park.
“Eindelijk was ik weer onder de mensen, onder geestverwanten,” vertelt hij. Dat deed hem zichtbaar goed. Niet door therapie, legt hij dan uit, maar door te delen. “Ik ben slachtoffer geworden van mijn eigen magie. Ik stelde me een wereld voor zonder verlangen, zonder noodzaak. Ik visualiseerde Leegte. Het heilige Niets. Het Indiase Zen-idee van Neti Neti – niet dit, niet dat. En dat kreeg ik dus ook! Ik verloor alle lust, rust en bezieling. En er kwam niets voor in de plaats. Geen Verlichting, geen beloning. En toen ging ik mijzelf mijn eigen spirituele arrogantie nog verwijten ook!”

TELEURSTELLING
Plotseling herinner ik mij iets van vroeger. Een opmerking, zo tussen neus en lippen door. Over onze vaders, die allebei vroeg overleden. Dat we allebei in Osho, die oudere, witbebaarde man een soort surrogaatvader hadden geprojecteerd. En ik zei ineens: “Ik voelde mij zo teleurgesteld, zo totaal verloren, toen Osho onze hele wereld opblies! En in 1991 nog doodging ook! Het was alsof ik voor de tweede keer mijn vader verloor.”
Pats. Het kwartje viel. Bij mij en bij Bram. Zo zaten we daar ineens lange tijd stil te huilen.
Pats. Het kwartje viel. Bij mij en bij Bram. Zo zaten we daar ineens lange tijd stil te huilen.
Want dat was het: onverwerkt verlies. Onverwerkte rouw. Flink gedaan, jongens. Ik heb altijd afleidend extra hard gewerkt en Bram had juist niks meer gedaan. Ik dompelde me onder in de liefde, in Tantra, in fanatiek dansen, in schrijven. Bram zat juist doodstil in zijn bos, zichzelf weg denkend. Twee kanten van dezelfde wond.
Dan zegt Bram zacht: “Het is niet wat je denkt. Maar wat je denkt, gebeurt. Laat ons zijn. We gaan een gezond drankje halen.”
Dat kan gelukkig op zo’n festival.
Dan zegt Bram zacht: “Het is niet wat je denkt. Maar wat je denkt, gebeurt. Laat ons zijn. We gaan een gezond drankje halen.”
Dat kan gelukkig op zo’n festival.
Source: https://www.tijdgeest-magazine.nl/artikelen/spiritualiteit/column-een-moderne-monnik
.

