
De casus
Heeft Mona Keijzer gelijk?
Zeer zeker. De Nederlandse journalistiek staat bol van activisme en de NOS is er niet van gevrijwaard. De Nederlandse Vereniging van Journalisten, NVJ: ”een journalist zet niet aan tot haat, discriminatie en racisme.” NRC Handelsblad journaliste Frederike Geerdink in Alle journalistiek is activisme’, De Bezige Bij, 2025: “En onpartijdigheid, hoe zit het daarmee?… dit komt in de NVJ Code niet voor… journalistiek en onpartijdigheid sluiten elkaar uit. We kiezen op basis van de belangrijke plicht partij voor het publieke belang. Onze eerste plicht is immers respect voor de feiten en voor het recht van het publiek op de waarheid… We kiezen partij voor het publieke belang, niet voor politici, niet voor het grootkapitaal of andere machthebbers.” Het probleem met feiten is dat er achter de feiten andere feiten staan die dé feiten in een ander daglicht stellen. Daar ligt de grond voor partijdigheid. Rusland ziet dé feiten anders dan Oekraïners enzovoort, enzovoort. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid bestaan niet. Geerdink betoogt dat “alle journalistiek activisme is” conform de titel van haar boek. Dat is correct. Een journalist kiest er voor om bij een medium te werken van de eigen politieke kleur en alle media hebben een politieke kleur. Dat betekent dat dan alle journalisten partijdig zijn. Geerdink’s bezwaar met de huidige journalistiek is dat die partijdigheid zich uit in fundamentele ondersteuning van de zittende machthebbers en daarmee strijdigheid ontstaat ten aanzien van “geen partij kiezen voor politici, grootkapitaal of andere machthebbers. De huidige journalistiek is activistisch én partijdig in de richting van bestaande machthebbers.” In Nederland is het aantal journalisten die zich daaraan bezondigen dermate groot dat een onevenwichtigheid bestaat. Er is een sterk gekleurde journalistiek, de Vierde Colonne. Wantrouwen tegen de journalistiek is het resultaat. Het is daar vrij schieten. Kwaliteit en rommel lopen er door elkaar. De NOS doet er verstandig aan toe te geven dat zij niet van afhankelijkheid, indoctrinatie en activisme gevrijwaard is. Het is doodnormaal.
Repressieve tolerantie
De Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) kwam met het begrip ‘discours” wat een vorm van communicatie betekent die gecontroleerd is en gelimiteerd door sociale filters en taboes en vervolgens de normen van de sociale realiteit vaststelt. Zelfs de ‘waarheid’ hangt af van wat is toegestaan door het levende discours. Hij bedacht de term ‘pouvoir – savoir, macht – kennis om te beschrijven hoe macht wordt uitgeoefend door acceptabele kennis te controleren en andere kennis uit te sluiten. Foucault: “repressieve tolerantie”, acceptabele kennis controleren en andere kennis toelaten” Links is msm en bij machte om rechtse kennis uit te sluiten en linkse kennis te tolereren.
.

