Terwijl de regering-De Wever het maar moeilijk eens geraakt over een meerwaardebelasting, komt nu ook de respectabele Nationale Bank tot de conclusie dat de inkomensongelijkheid in ons land groter wordt: “De allersterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten.”
De experts van de Nationale Bank van België hebben na gedetailleerd onderzoek vastgesteld dat de ‘1 procent hoogste inkomens’ relatief gezien niet het meeste bijdragen aan belastingen en sociale bijdragen. De Belgische zogenaamde ‘Gini-index’ is gestegen van 25 naar 30 punten, wat wijst op toenemende ongelijkheid. De rijkste 92.000 huishoudens verdienden in 2022 evenveel als de 1,4 miljoen huishoudens met het laagste inkomen.
De grootste ongelijkheid wordt gevonden bij de 1 procent huishoudens met het allerhoogste beschikbare inkomen van zo’n 430.000 euro per jaar. Voor deze groep geldt niet langer dat hoe hoger het inkomen, hoe meer belastingen en sociale bijdragen worden betaald, omdat een groot deel van hun inkomen uit vermogen bestaat. Dit draagt bij aan de toenemende ongelijkheid, waarbij de sterkste schouders niet de zwaarste lasten dragen.
De opmerkelijke resultaten van de Nationale Bank komen op een cruciaal moment waarop de regering moet beslissen over een meerwaardebelasting. Dit onderwerp heeft al voor de nodige politieke strubbelingen gezorgd, maar lijkt nu urgenter dan ooit gezien de groeiende inkomensongelijkheid in het land.
Source: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20250623_96694804
.
