In het Romeinse Rijk, tijdens de regeerperiode van keizer Hadrianus, worden twee verdachten, Gadalias en Saulos, beschuldigd van ernstige misdaden zoals valsheid in geschrifte, fiscale fraude en de schijnbare verkoop van slaven. Deze overtredingen werden destijds bestraft met hoge boetes, verbanning, dwangarbeid in zoutmijnen en zelfs openbare executie door wilde dieren.
De beschuldigingen zijn vastgelegd in een eeuwenoude papyrusrol die recentelijk werd geanalyseerd en ontcijferd door een historicus van het Romeinse Rijk. De rol bevat gedetailleerde notities van de aanklager en de rechtszitting. Uit deze aantekeningen blijkt dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het vervalsen van documenten en illegale praktijken met betrekking tot slavenhandel, met als doel belastingontduiking in de afgelegen provincies Judea en Arabia.
Hoe gingen de verdachten te werk? Saulos organiseerde een valse verkoop van slaven aan iemand in Arabia, terwijl de slaven fysiek bij hem bleven in Judea. Hierdoor konden ze “onzichtbaar” blijven voor de Romeinse bestuurders en werden belastingen op deze slaven ontweken. Gadalias, de zoon van een notaris, vervalste vervolgens de juridische documenten om het bedrog van Saulos te verbergen. Toen de autoriteiten hiervan op de hoogte raakten, betaalden de verdachten smeergeld aan de lokale gemeenteraad voor bescherming.
Het vonnis van de verdachten blijft onbekend in de papyrusrol. Echter, als de Romeinse rechter ervan overtuigd was dat deze misdadigers de doodstraf verdienden, had Gadalias mogelijk een genadeloze dood door onthoofding gekregen, wat nog beter zou zijn dan opgegeten te worden door luipaarden.
Dit oude manuscript bewijst maar weer eens dat belastingontduiking al bijna net zo oud is als belastingheffing zelf. Het laat zien dat mensen door de eeuwen heen altijd manieren hebben gevonden om de belastingen te ontwijken, zelfs in het machtige Romeinse Rijk.
Source: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20250415_97028244
.

