Volgende week maandag gaat de twintigste editie van de Week van de Lentekriebels van start, georganiseerd door Rutgers, een kennis- en expertisecentrum. Tijdens deze jaarlijkse projectweek krijgen basisschoolleerlingen les over relaties en seksualiteit. Echter, er zijn recentelijk enkele onthullingen gedaan over de oprichting van de Rutgers Stichting en de betrokkenheid van bepaalde personen. In het NPO-programma Ongehoord Nieuws werd namelijk een schokkend overzicht gepresenteerd. Zo werd onthuld dat de stichting in 1969 is opgericht en vernoemd is naar Jan Rutgers. Tien jaar later, in 1979, werd de Edward Brongersma Stichting opgericht, vernoemd naar de gelijknamige PvdA-senator. Brongersma stond bekend als openlijk homoseksueel en veroordeeld pedofiel, en pleitte in de politiek zelfs voor normalisatie van pedofilie. Later ging de Edward Brongersma Stichting op in het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit (FWOS), dat samen met Rutgers de oude archieven van Brongersma beheert. Opvallend genoeg worden deze archieven niet vrijgegeven vanwege zogenaamd privacygevoelig materiaal. In 1999 fuseerde Rutgers met de Nisso Groep en publiceerde in 2010 een rapport van Theo Sandfort, die eerder had gepubliceerd in pedofiele tijdschriften en later werd ontslagen. Sandfort beweerde onder andere dat pedofiele relaties positief ervaren kunnen worden. Deze onthullingen hebben geleid tot vermoedens van een pedofiele agenda achter de Week van de Lentekriebels. Het is dan ook begrijpelijk dat er vragen worden gesteld, zoals waarom deze lesprogramma’s al vanaf negen jaar worden gegeven. Deze nieuwe inzichten werpen een schaduw over de activiteiten van Rutgers en roepen bezorgdheid op bij verschillende partijen. Het is belangrijk dat er nu transparantie en duidelijkheid komt over de achtergrond en intenties van de organisatie.
.
