“In een wereld waar de pers de ketenen van de vrijheid smeedt, wordt de waarheid omarmd door de schaduwen van de macht. De stemmen van de onafhankelijke journalisten worden verstomd, terwijl gevestigde namen de regels herschrijven om hun eigen belangen te beschermen. In deze dystopie is de toegang tot de waarheid niet langer een recht, maar een privilege, zorgvuldig bewaakt door degenen die zouden moeten rapporteren over de werkelijkheid.”
De pers die de persvrijheid hielp inperken.
Bekende namen uit de gevestigde journalistiek waren achter gesloten deuren betrokken bij het opstellen van het accreditatiebeleid voor de nieuwe persrichtlijn van de Rechtspraak, dat flagrant in strijd bleek met fundamentele mensenrechten. Journalist Rico Brouwer van Potkaars vertelde op de conferentie Bevrijding van Bedrog in Antropia Driebergen precies hoe dat in zijn werk ging — en wie er verantwoordelijk voor waren:
Een richtlijn die in het geheim werd geschreven
Terwijl onafhankelijke journalisten in de rechtszaal gewoon hun werk deden, begon de Raad voor de Rechtspraak al in 2021 stilletjes te werken aan een nieuwe persrichtlijn. Dat proces voltrok zich ver buiten het zicht van het publiek. Begin 2025 lag er een document klaar dat in feite bepaalde dat alleen journalisten mét een perskaart van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) nog rechtszaken mochten verslaan. Voor iedereen buiten dat systeem — ongeacht hun journalistieke werk of staat van dienst — was de deur dicht.
Wat dit beleid zo problematisch maakt: internationale mensenrechtenverdragen zijn glashelder over het feit dat overheden niet mogen definiëren wie er als journalist wordt aangemerkt. Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens garandeert vrijheid van meningsuiting en informatieverstrekking zonder overheidsinmenging. Toch deed de Raad voor de Rechtspraak precies dat.
Vrije journalisten trokken naar de rechter
Rico Brouwer, samen met Djamila le Pair van Pinch of Soot en voormalig voorzitter van de vereniging van Vrije Journalisten Sander Compagner, stapte naar de rechter. Het drietal eiste dat de overheid zou worden teruggefloten. Hun argument: je mag als overheid geen onderscheid maken op basis van lidmaatschap van een beroepsvereniging of inkomen. Een perskaart van de NVJ is geen wettelijke vereiste om journalist te zijn — en kan dat ook nooit zijn in een rechtsstaat die zichzelf serieus neemt.
Op 7 april vond de zitting plaats. De rechter gaf de eisers gelijk: het accreditatiebeleid uit de persrichtlijn was onrechtmatig en onverbindend. De staat ging vervolgens niet in hoger beroep — een stille erkenning dat het argument niet te weerleggen viel. Dit nieuws bereikte de grote Nederlandse redacties nauwelijks. Toeval?
Belleman en Bruning: gevestigde journalistiek schreef mee aan censuur
Pas via een beroep op de Wet open overheid, ingediend door Djamila le Pair, werd duidelijk wie er nu precies hadden meegeschreven aan die gewraakte richtlijn. Uit de vrijgegeven stukken bleek dat Saskia Belleman — rechtbankverslaggeefster van De Telegraaf, Journalist van het Jaar 2024, bekroond met de Machiavelliprijs en ridder in de Orde van Oranje-Nassau — en Thomas Bruning, secretaris van de NVJ en lid van meerdere adviesorganen, beiden actief hadden bijgedragen aan het opstellen van de richtlijn.
Brouwer had Belleman vooraf aangeschreven om te vragen wie er deel uitmaakten van het zogenoemde ‘collectief van rechtbankverslaggevers’. Hij kreeg geen reactie. Ook de Telegraafredactie zweeg. Tijdens de rechtszaak deed de landsadvocaat geheimzinnig over precies diezelfde vraag. Nu is duidelijk waarom: de namen waren beladen, en de betrokkenheid van mensen met zoveel institutionele macht bij een richtlijn die de toegang tot de rechtbank beperkte, is ronduit ongemakkelijk.
De NVJ zweeg terwijl haar secretaris meewerkte aan de inperking
De beroepsvereniging die journalisten geacht wordt te beschermen, hield haar mond terwijl haar eigen secretaris hielp bij het opstellen van beleid dat de persvrijheid inperkte — en uiteindelijk door een rechter werd vernietigd omdat het in strijd was met het EVRM.
Dat is geen toeval of nalatigheid. Dat is een patroon. De gevestigde journalistiek en de instituties die haar vertegenwoordigen, opereren steeds vaker in hetzelfde netwerk als de overheid die ze zouden moeten controleren. Deze persrichtlijn is daarvan een concreet en gedocumenteerd voorbeeld.
Wat dit betekent voor de toekomst van rechtbankjournalistiek
De Raad voor de Rechtspraak werkt inmiddels aan een aangepast accreditatiesysteem. Wat dat systeem gaat inhouden, is vooralsnog onduidelijk. Maar de les is helder: rechten die alleen op papier bestaan, zijn geen rechten. Ze moeten worden opgeëist, verdedigd en zo nodig voor de rechter afgedwongen.
Brouwer sloot zijn presentatie af met een oproep aan het publiek: iedereen die verslag doet van wat er in de samenleving gebeurt, is in essentie journalist. De vraag is niet of je een kaartje hebt van de juiste vereniging, maar of je bereid bent je recht op te eisen. Die les heeft de rechtszaak van april definitief bewezen.

