
Wordt een volwassene in jouw huishouden thuis verzorgd in plaats van in een verzorgings- of verpleeghuis? Dan kan een bijzondere uitzondering gelden voor de huurtoeslag. Dienst Toeslagen kan onder voorwaarden het inkomen en vermogen van een of meer bewoners buiten de berekening laten. Daar moet je zelf om vragen.
Bij intensieve zorg thuis is de administratie zelden het eerste waar je aan denkt. Afspraken, hulpmiddelen, medicijnen en de dagelijkse verzorging vragen al genoeg aandacht. Toch kan juist de manier waarop het huishouden voor de huurtoeslag wordt beoordeeld financieel verschil maken.
Het gaat om een specifieke regeling. Af en toe helpen met boodschappen of een familielid naar het ziekenhuis brengen is op zichzelf niet voldoende om deze uitzondering te krijgen.
Waarom een extra bewoner verschil maakt
Voor de huurtoeslag tellen inkomsten van een toeslagpartner en medebewoners doorgaans mee. Daardoor kan het gezamenlijke inkomen hoger worden en de toeslag lager uitvallen.
Bij verzorging thuis kan van die gebruikelijke berekening worden afgeweken. De aanvrager zelf blijft altijd meetellen. Welke andere bewoner of bewoners buiten beschouwing blijven, bepaalt Dienst Toeslagen volgens de gunstigste toegestane situatie.
Een Wlz-indicatie is noodzakelijk
De verzorgde persoon moet voor deze uitzondering een indicatie hebben van het Centrum Indicatiestelling Zorg op grond van de Wet langdurige zorg. Ook moet het gaan om een volwassene.
Voor 2026 geldt daarnaast een maximaal gezamenlijk inkomen van €60.525. Daarbij telt voor deze toegangstoets óók het inkomen mee van personen die later mogelijk buiten de huurtoeslagberekening blijven.
Dat onderscheid is belangrijk. Wie alleen naar zijn spaarrekening kijkt, kan hierdoor ten onrechte denken wel of niet aan de voorwaarden te voldoen.
Eerst de aanvraag, daarna de bijzondere situatie
Deze uitzondering wordt niet geregeld door in Mijn Toeslagen zelf een bewoner weg te laten. De feitelijke huishoudsituatie moet correct worden opgegeven.
Heb je nog geen huurtoeslag aangevraagd, dan moet dat eerst gebeuren. Volgens de toelichting op het formulier ontvang je daarna een beschikking. Die kan nog een afwijzing bevatten, omdat de bijzondere situatie nog niet is beoordeeld.
Vul de toepasselijke onderdelen in, onderteken het formulier en stuur de gevraagde kopieën mee. Het formulier noemt een reactietermijn van acht weken. Bewaar zelf ook de ingevulde versie en de bijlagen, zodat je bij een vervolgvraag hetzelfde dossier voor je hebt.
Een huisartsverklaring vervangt de indicatie niet
Bij het verzoek hoort een kopie van het CIZ-indicatiebesluit. Een verklaring van de huisarts is voor deze bijzondere regeling niet voldoende.
Het formulier vermeldt ook dat de uitzondering niet geldt wanneer iemand alleen woont en thuis wordt verzorgd. Er moet immers een andere bewoner zijn die voor de berekening buiten beschouwing kan blijven.
Soms kun je eerdere jaren laten beoordelen
Controleer bij een verzoek over eerdere jaren steeds de toen geldende bedragen. De grens van 2026 kun je niet zomaar op een ouder jaar toepassen.
De praktische winst begint bij een beoordeling die past bij de werkelijke woonsituatie. Vraag daarom niet alleen hoeveel inkomen het huishouden heeft, maar ook of de bijzondere regels voor verzorging thuis in jouw beschikking zijn meegenomen.
.

