• ma. sep 14th, 2026

Het Nieuws Maar Dan Anders,

Anders Hoor Je Het Niet!

Het aandeel Nederlandse huishoudens waarin wordt belegd, is in twee jaar gestegen van 36 naar 44 procent. De sterkste groei is zichtbaar bij de jongste onderzochte leeftijdsgroep. Dat blijkt uit onderzoek van DVJ Insights in opdracht van DUFAS, de branchevereniging van vermogensbeheerders.

De cijfers laten een duidelijke verschuiving zien. Ze vragen ook om een precieze lezing. Het onderzoek kijkt bij deze uitkomst of de respondent zelf óf iemand anders binnen het huishouden belegt. De 44 procent betekent dus niet dat bijna de helft van alle Nederlanders persoonlijk een beleggingsrekening gebruikt.

DUFAS publiceerde de uitkomsten op 9 september. Bekijk de toelichting van de branchevereniging op het onderzoek.

Vooral groei bij jongere respondenten

In de leeftijdsgroep van 18 tot en met 34 jaar is de toename het grootst. Ook daar gaat het om beleggen binnen het huishouden van de ondervraagde persoon. Dat onderscheid voorkomt dat het cijfer wordt gelezen als een telling van individuele jonge beleggers.
Het veldwerk voor het onderzoek vond plaats tussen 29 juni en 18 juli 2026. De representatieve steekproef is gewogen naar onder meer leeftijd, geslacht, opleiding en regio. Lees het onderzoeksrapport van DVJ Insights.

De stijging van 36 naar 44 procent bedraagt acht procentpunt. Dat is iets anders dan een groei van acht procent. Het gaat bovendien om deelname aan beleggen; uit dit ene cijfer volgt niet hoeveel geld huishoudens inleggen of welk rendement zij behalen.

Een groter aantal deelnemers kan samengaan met kleine maandelijkse bedragen, grote portefeuilles of een mengeling daarvan. Voor een oordeel over de financiële positie van huishoudens zijn daarom meer gegevens nodig.

Een deel blijft bewust aan de kant

Volgens DUFAS is er ook een groep die financiële ruimte heeft, maar nog niet belegt. Gebrek aan kennis, behoefte aan zekerheid en de beleving van risico spelen daarbij een rol. De branchevereniging pleit voor begrijpelijkere communicatie en kijkt naar fiscale mogelijkheden om deelname te stimuleren.

Bij die oproep hoort de achtergrond van de afzender. DUFAS vertegenwoordigt vermogensbeheerders. Meer mensen die beleggen, is voor die sector ook economisch relevant.

Dat maakt de onderzoeksresultaten niet waardeloos, maar het helpt wel om de stap van meting naar beleidswens te herkennen. Een onderzoek kan laten zien dat mensen terughoudend zijn. De vraag of zij vervolgens zouden moeten gaan beleggen, vraagt een beoordeling van hun eigen situatie.

DDS schreef eerder over onderzoek van ING naar Nederlanders die liever niet beleggen. Die uitkomsten gaan over een andere vraag en zijn daarom niet rechtstreeks naast dit huishoudpercentage te leggen.

Een buffer heeft een eigen functie

De AFM vroeg eerder deze maand aandacht voor het belang van spaargeld dat beschikbaar blijft voor onverwachte uitgaven. In een blog van 3 september noemt de toezichthouder financiële weerbaarheid als belangrijk doel.

Daarbij wordt ook benadrukt dat sparen meer vraagt dan discipline. Er moet eerst ruimte zijn in het huishoudbudget. Wie moeite heeft om vaste lasten te betalen, heeft een andere uitgangspositie dan iemand die structureel geld overhoudt. Lees de AFM-blog over het opbouwen van een spaarbuffer.

Dat verschil verdwijnt gemakkelijk achter landelijke percentages. Twee mensen met hetzelfde salaris kunnen heel andere verplichtingen hebben. Denk aan woonlasten, kinderen, een wisselend inkomen of een grote uitgave die al vaststaat.

Een bedrag dat op een rekening beschikbaar lijkt, is daardoor niet automatisch geld dat iemand langdurig kan missen.

Meer deelnemers betekent geen gegarandeerde winst

Een onderzoek naar deelname geeft geen voorspelling van toekomstige koersen. Ook vertelt de populariteit van beleggen bij leeftijdgenoten weinig over welk risico voor jou aanvaardbaar is.

Neem een eenvoudig, fictief rekenvoorbeeld. Een belegging van 1.000 euro die twintig procent daalt, is nog 800 euro waard. Om daarna weer op 1.000 euro uit te komen, is een stijging van 25 procent nodig. De percentages werken vanaf verschillende bedragen.

Zo’n rekensom zegt niets over de kans op die beweging. Ze maakt wel zichtbaar dat een verlies niet verdwijnt doordat beleggen gebruikelijker wordt.

Voor iemand die de stap overweegt, zijn daarom andere vragen nuttiger dan alleen hoeveel mensen al meedoen. Waarvoor is het geld bedoeld? Wanneer heb je het nodig? Welke kosten worden berekend? En begrijp je wat er kan gebeuren als de waarde daalt?

De nieuwe cijfers laten zien dat beleggen in meer huishoudens een plaats krijgt. Ze geven geen reden om de eigen financiële planning over te slaan. Wie eerst vaststelt welk geld beschikbaar moet blijven, kan daarna veel gerichter beoordelen of beleggen bij de overige doelen past.


Source: https://www.dagelijksestandaard.nl/economie/meer-huishoudens-beleggen-dufas-jongeren-2026

.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *