Niet vijf, maar 217 vergunningen dreigen ingetrokken te worden — dat is de boodschap waarmee Mark van den Oever van Farmers Defence Force (FDF) zijn achterban confronteert. In een nieuwe vlog spreekt hij van een gecoördineerde aanval op de agrarische sector, waarbij juridische procedures, overheidsrapporten en maatschappelijke druk hand in hand gaan om boeren het land uit te werken.
Van vijf naar 217: hoe snel het kan gaan
Tot voor kort ging het in de discussie over een handvol bedrijven waarvan de vergunning mogelijk zou worden ingetrokken. Nu blijkt dat het aantal op 217 uitkomt — een aantal dat de agrarische wereld in shock achterlaat. Volgens Van den Oever is dit geen toeval, maar onderdeel van een bewuste strategie om boeren onder druk te zetten totdat capitulatie de enige uitweg lijkt. De signalen waren er al langer; de schaal waarmee het nu gebeurt, overtreft de slechtste verwachtingen.
Twee clubs, één man achter de schermen
Een centrale rol in dit verhaal spelen twee organisaties: Mobilisation for the Environment (MOB) en Leefmilieu. Beide zijn verbonden aan milieuactivist Johan Vollenbroek, die al jaren via juridische procedures de stikstofwetgeving scherp probeert te handhaven. Van den Oever schat dat er bij beide organisaties samen zo’n zestig mensen actief zijn — en dat hun voornaamste activiteit bestaat uit het opstarten van procedures. Niet uit liefde voor natuur, suggereert hij, maar als instrument om de sector stelselmatig te ontwrichten.
Het rekenmodel klopt niet — en iedereen weet het
Van den Oever snijdt een probleem aan dat breed leeft in de sector maar nauwelijks doordringt in het publieke debat: de rekenmodellen die aan het stikstofbeleid ten grondslag liggen, deugen niet. Nederland telt op dit moment zo’n 110 zogenoemde “overbelaste” Natura 2000-gebieden. Zelfs als veertig procent van de veestapel verdwijnt, blijven er volgens zijn berekening nog altijd ruim honderd overbelaste gebieden over.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rapporteert regelmatig over de voortgang van het stikstofbeleid, maar Van den Oever betwijfelt of die rapporten een eerlijk beeld geven. De conclusie die hij trekt is hard: zelfs als er geen enkele koe of kip meer in Nederland rondloopt, worden de Europese stikstofnormen niet gehaald. Waartegen wordt dan eigenlijk gevochten?
Niet alleen boeren de dupe
De gevolgen van een massale inkrimping van de veestapel reiken verder dan het boerenerf. Van den Oever wijst op de enorme economische en sociale schade die het platteland dreigt te treffen. Dierenartsen, accountants, agrarisch adviseurs, architecten die stallen ontwerpen — hun bestaansrecht verdampt zodra de bedrijven waarvoor zij werken verdwijnen. Dorpsgemeenschappen verliezen hun sociale cohesie wanneer de economische ruggengraat wegvalt.
Europa heeft overigens zelf bepaald dat bij de uitvoering van het stikstofbeleid ook de economische en sociale gevolgen in kaart moeten worden gebracht. Dat dit in Nederland stelselmatig achterwege blijft, is een verwijt dat steeds vaker klinkt, ook buiten de boerenbeweging.
Op 10 september organiseert FDF een bijeenkomst in Nijkerk, waar samen met boeren uit heel Nederland wordt nagedacht over wat er nu moet gebeuren. Van den Oever roept zijn achterban op om niet langer af te wachten, maar de rug recht te houden en te bedenken wie er aan de andere kant van de tafel zit — en wat voor belangen die partijen werkelijk dienen.
Niet het eindpunt, maar een tussenstap
De vraag die boven dit debat hangt, is of wat er nu gebeurt een legitieme handhaving van Europese natuurwetgeving is, of een politiek georkestreerde uitputtingsslag. Critici, waaronder FDF, stellen dat de doelstellingen onhaalbaar zijn en dat de rekening eenzijdig bij de agrarische sector wordt neergelegd.
Wat duidelijk is: de druk op boeren neemt toe, het speelveld verschuift, en de 217 vergunningen die nu op de tocht staan zijn vermoedelijk niet het eindpunt — maar een tussenstap.
.
