
Voorspellingen dat klimaatverandering tot wijdverspreide voedseltekorten zal leiden, zijn gebaseerd op een fundamenteel misverstand over hoe de moderne landbouw werkt, aldus de Deense voedsel- en milieuadviseur Karl Iver Dahl-Madsen (tevens voorzitter van de Deense klimaat-sceptische vereniging Klimarealisme). Tijdens een recente toespraak op het EIKE-Congres in Duitsland (Halle) betoogde Dahl-Madsen dat de wereldwijde voedselvoorziening steeds beter bestand is tegen weer- en klimaatschommelingen, omdat technologische vooruitgang, stijgende landbouwopbrengsten, internationale handel en menselijke aanpassing veel belangrijker zijn dan veranderingen in de gemiddelde temperatuur.
Hieronder kunt u de volledige presentatie van Dahl-Madsen bekijken:
Zijn uitgangspunt was bewust optimistisch. “Ik kan u met zekerheid zeggen dat we nooit zonder voedsel zullen komen te zitten als we ons rationeel gedragen”, zei hij tegen het publiek. Voor Dahl-Madsen ligt de sleutel tot het begrijpen van de toekomst van voedsel dan ook niet in het extrapoleren van klimaatrisico’s, maar in het onderzoeken van wat er de afgelopen eeuw daadwerkelijk met de voedselproductie is gebeurd.
De historische gegevens, zo betoogde hij, zijn moeilijk te rijmen met het idee dat veranderende klimaatomstandigheden een steeds grotere last op de mensheid hebben gelegd. In de afgelopen ongeveer 100 jaar is de wereldbevolking verviervoudigd, maar de landbouwproductiviteit is nog sterker toegenomen. Tegelijkertijd zijn extreme armoede en kindersterfte drastisch gedaald, is de levensverwachting gestegen en is de toegang tot elektriciteit uitgebreid. De beschikbaarheid van voedsel maakt, volgens zijn presentatie, deel uit van hetzelfde bredere verhaal van technologische en economische vooruitgang.
Marginale invloed
Het centrale argument van Dahl-Madsen is dat het klimaat een relatief ondergeschikte factor is in vergelijking met technologische ontwikkeling. De wereldwijde beschikbaarheid van voedsel is blijven stijgen omdat boeren op de vraag inspelen door de productie te verhogen, de opbrengsten te verbeteren en de kosten te verlagen. “De invloed van het klimaat, als die er al is, is marginaal in vergelijking met de technologische ontwikkeling”, zei hij.
Dit onderscheid tussen klimaat en technologie is cruciaal voor zijn analyse. De landbouwproductie reageert niet simpelweg passief op omgevingsomstandigheden, zo betoogde hij. Boeren wisselen van gewas, verbeteren teeltmethoden, gebruiken meststoffen en bestrijdingsmiddelen, passen nieuwe genetische technieken toe en maken steeds vaker gebruik van machines en digitale technologie. Daardoor leidt een verandering in temperatuur of neerslag die de opbrengst van een bepaald gewas op een bepaalde locatie zou kunnen verminderen, niet noodzakelijkerwijs tot een daling van de wereldwijde voedselproductie.
Denemarken is hier een voorbeeld van. Dahl-Madsen wees op de tarweproductie van het land, die sinds 1960 ongeveer is verdubbeld, van rond de vier ton naar ongeveer acht ton per hectare. Meer in het algemeen zijn de opbrengsten in heel Europa en wereldwijd gestegen. Belangrijk is dat hij opmerkte dat schommelingen in de landbouwproductie doorgaans kleiner worden wanneer ze op mondiaal in plaats van op lokaal niveau worden bekeken. Een slechte oogst in de ene regio kan samenvallen met een goede oogst ergens anders. Dankzij de internationale handel kan voedsel tussen beide worden vervoerd.
Om die reden verwierp Dahl-Madsen het idee dat landen naar voedselzelfvoorziening zouden moeten streven ten stelligste. Lokale landbouw kan zeer kwetsbaar zijn voor individuele weersomstandigheden, terwijl een wereldwijd geïntegreerd voedselsysteem het risico spreidt. Voedselzekerheid hangt volgens hem niet af van het binnenlands produceren van alles, maar van het behouden van de mogelijkheid om voedsel over de grenzen heen te kopen en te verkopen.
Adaptatie
Hij zette ook vraagtekens bij het idee dat stijgende temperaturen noodzakelijkerwijs leiden tot dalende landbouwopbrengsten. Planten kunnen binnen een breed temperatuurbereik groeien, zo stelde hij, en boeren kunnen van gewas wisselen wanneer de klimatologische omstandigheden veranderen. Volgens zijn inschatting betekent een opwarming van enkele graden niet automatisch een catastrofe voor de landbouw.
Adaptatie is daarom volgens Dahl-Madsen een van de belangrijkste elementen die in veel pessimistische beoordelingen ontbreken. Boeren hebben zich altijd aangepast aan veranderende weersomstandigheden, en er is weinig reden om aan te nemen dat ze daar in de toekomst mee zullen stoppen. Hij had vooral kritiek op beoordelingen waarin prognoses worden gemaakt door scenario’s met en zonder adaptatie, te middelen. Een dergelijke benadering, zo stelde hij, onderschat het vermogen van landbouwproducenten om in te spelen op veranderende omstandigheden.
Water, en niet de temperatuur op zich, is mogelijk het belangrijkere punt van zorg. Planten hebben water nodig, en droogte kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de opbrengsten. Toch betoogde Dahl-Madsen dat de beschikbare klimaatscenario’s onvoldoende grond bieden om aan te nemen dat toenemende droogte een dominante wereldwijde bedreiging voor de voedselproductie zal worden. Bovendien kunnen irrigatie, gewasselectie, verbeterd waterbeheer en technologische innovatie het vermogen van de landbouw om met veranderende neerslagpatronen om te gaan, vergroten.
Hogere CO2-concentraties in de atmosfeer zouden volgens zijn inschatting een bescheiden voordeel voor de landbouw kunnen opleveren. Kooldioxide is een van de bouwstenen die nodig zijn voor fotosynthese, en hogere concentraties kunnen de efficiëntie van het watergebruik door planten verbeteren en de groei bevorderen onder geschikte omstandigheden. Dahl-Madsen erkende dat een verhoogde CO2-concentratie de voedingssamenstelling van sommige gewassen kan veranderen, omdat koolhydraten sneller kunnen toenemen dan eiwitten. Maar hij hield vol dat de eiwitopbrengsten eveneens kunnen stijgen, zelfs als hun concentratie enigszins wordt verdund.
Biobrandstoffen
De spreker richtte zijn scherpste kritiek niet op de klimaatverandering zelf, maar op het beleid dat in naam daarvan wordt gevoerd. Biobrandstoffen, met name het gebruik van voedselgewassen voor ethanol en biomassa-energie, vormen volgens hem een ernstige bedreiging voor de voedselzekerheid, omdat hierdoor productieve landbouwgrond en gewassen niet langer worden gebruikt om mensen te voeden. “Voedsel is een veel waardevoller gewas dan bio-ethanol”, betoogde hij. Dahl-Madsen zette dit af tegen wat hij beschouwt als echte voorbeelden van door de mens veroorzaakte voedselcrises.
Venezuela, zo zei hij, kende een scherpe daling van de landbouwproductie na politieke en economische veranderingen, terwijl de Zweedse hongersnood van de jaren 1860 aantoonde hoe kwetsbaar premoderne samenlevingen waren voor slecht weer. Het moderne Denemarken biedt het tegenovergestelde voorbeeld. Een droogte in 2018 verminderde de graanoogst van het land met ongeveer 23 procent, maar er was geen hongersnood: Denemarken kon het benodigde voedsel gewoon importeren.
Voor de toekomst ziet Dahl-Madsen aanzienlijke mogelijkheden voor verdere stijging van de voedselproductie zonder dat de ecologische voetafdruk van de landbouw evenredig toeneemt. Precisielandbouw, met behulp van satellieten, drones en gerichte toediening van water, meststoffen en bestrijdingsmiddelen, zou de efficiëntie kunnen verbeteren. Genetica en biotechnologie zouden de opbrengsten verder kunnen verhogen, terwijl aquacultuur de voedselproductie zou kunnen uitbreiden tot buiten de grenzen van de traditionele visserij. Hij voorzag ook toekomstige mogelijkheden, variërend van kweekvlees tot zeer energie-intensieve verticale landbouw.
Verkeerd beleid
Het grootste gevaar is volgens hem dan ook niet de klimaatverandering, maar verkeerd beleid. Handelsbeperkingen, verzet tegen genetisch gemodificeerde gewassen, beperkingen op landbouw-inputs en energiebeleid dat meststoffen en bestrijdingsmiddelen duurder maakt, zouden allemaal de voedselzekerheid kunnen ondermijnen. Internationale handel is bijzonder belangrijk omdat deze het mondiale voedselsysteem in staat stelt lokale schokken op te vangen.
De algemene boodschap van Dahl-Madsen was dat klimaatverandering moet worden beschouwd als een beheersbare factor in plaats van een existentiële bedreiging voor de mondiale voedselvoorziening. De mensheid heeft herhaaldelijk aangetoond in staat te zijn de landbouwproductiviteit sneller te verhogen dan de bevolkingsgroei, terwijl technologische vooruitgang voedselsystemen minder kwetsbaar heeft gemaakt voor lokale klimatologische schokken. De toekomst, zo concludeerde hij, zal waarschijnlijk niet worden gekenmerkt door wereldwijde schaarste, maar door voortdurende aanpassing, innovatie en een steeds overvloediger voedselvoorziening – mits regeringen dat proces niet ondermijnen door middel van restrictief beleid.
Source: https://clintel.nl/klimaatverandering-voedselzekerheid-wereldvoedselvoorziening/
.
