
De cijfers vertellen twee verhalen
De voorjaarsrapportage 2026 van de Kansspelautoriteit gaf een genuanceerd beeld, maar je moest wel goed lezen om het te zien. Ongeveer 91 procent van de Nederlanders die online gokt, doet dat uitsluitend bij legale aanbieders. Dat klinkt goed. Maar als je kijkt naar het geld, naar het brutospelresultaat, dan ligt de kanalisatie rond de 53 procent. Dat betekent dat bijna de helft van het geld dat Nederlanders online vergokken, terechtkomt bij illegale aanbieders. En dat brutospelresultaat van de legale markt daalde met 18 procent ten opzichte van 2024. Achttien procent. In één jaar.
De Ksa noemt de nieuwe beschermingsmaatregelen als een van de mogelijke verklaringen voor deze verschuiving. Het risico bestaat dat vooral spelers die veel spelen en veel verliezen, uitwijken naar illegale aanbieders. Juist daar gelden geen stortingslimieten, is er geen verplichte Cruks-controle en ontbreekt het toezicht dat op de legale markt wel bestaat. Als deze spelers buiten het vergunde aanbod terechtkomen, werkt de bescherming dus averechts.
De paradox van de bescherming
Het is de klassieke paradox van regulering: je kunt alleen reguleren wat je bereikt. En hoe strenger je de regels maakt voor de partijen die zich er wél aan houden, hoe kleiner het bereik wordt. De goeden lijden onder de slechten. Behalve dat hier de slechten niet eens lijden. Die profiteren.
De overheid verdient ook aan gokken
En dan is er nog een ongemakkelijke waarheid die in dit debat zelden wordt uitgesproken: de overheid verdient fors aan kansspelbelasting. Elke euro die een speler bij een vergunde aanbieder verliest, levert de staat belastinginkomsten op. In 2025 werd het kansspelbelastingtarief verhoogd naar 37,8 procent, een van de hoogste in Europa. Die verhoging maakt het voor vergunde aanbieders moeilijker om concurrerend te zijn met illegale partijen die geen belasting betalen.
Je zou kunnen zeggen dat de overheid met de ene hand spelers beschermt en met de andere hand de industrie uitknijpt. Strenge regels om het gokken veiliger te maken, gecombineerd met hoge belastingen die de legale aanbieders in de knel brengen. Het resultaat: een legale markt die krimpt en een illegale markt die groeit. Precies het tegenovergestelde van wat de wetgever beoogde toen de Wet kansspelen op afstand in 2021 werd ingevoerd.
Wat de voorstanders zeggen
Laat ik eerlijk zijn: de argumenten voor strengere regels zijn niet onzinnig. Er zijn mensen die door gokken in de financiële problemen komen. Er zijn mensen die verslaafd raken. En die mensen verdienen bescherming, ook als ze die bescherming zelf niet zoeken. Stortingslimieten dwingen spelers om na te denken over hoeveel ze uitgeven. Het reclameverbod voorkomt dat kwetsbare groepen worden blootgesteld aan verleidelijke aanbiedingen. En Cruks geeft mensen een uitweg als ze zelf niet kunnen stoppen.
Wat er anders zou moeten
De oplossing is niet minder bescherming. De oplossing is slimmere bescherming. Regels die de legale markt aantrekkelijk genoeg houden om spelers binnenboord te houden, in combinatie met keihard optreden tegen illegale aanbieders. Dat laatste gebeurt te weinig. De Ksa beboet af en toe een illegale site, maar het effect is beperkt. Een website die wordt geblokkeerd, verschijnt de volgende dag onder een andere naam. Zolang er geen structurele handhaving is die het verdienmodel van illegale aanbieders onmogelijk maakt, blijft de illegale markt groeien.
En de belastingdruk moet realistisch zijn. Een tarief van bijna 38 procent maakt het voor vergunde aanbieders bijna onmogelijk om te concurreren met partijen die nul procent betalen. Als je wilt dat de legale markt de primaire markt blijft, moet je die markt de ruimte geven om te bestaan. Dat is geen cadeautje aan de gokindustrie. Het is een voorwaarde voor effectieve regulering.
Bescherming die werkt, voelt niet als betutteling
De titel van dit stuk stelt een vraag: bescherming of betutteling? Het eerlijke antwoord is: allebei. De intentie is bescherming. Maar het effect is voor een deel betutteling die de verkeerde mensen raakt. De speler die zichzelf kan beheersen maar die wordt beperkt in wat hij mag storten. De aanbieder die zich aan alle regels houdt maar die financieel wordt uitgeknepen door belastingen. En ondertussen groeit de illegale markt, waar geen enkele regel geldt en waar de speler er echt alleen voor staat.
Wie dat patroon wil doorbreken, moet durven erkennen dat goedbedoelde regels verkeerd kunnen uitpakken. Dat is geen pleidooi voor minder regels. Het is een pleidooi voor regels die werken. En regels die werken, zijn regels die spelers binnenboord houden. Niet regels die ze naar de rand duwen en hopen dat ze niet vallen.
.

